
St.Augustinus van Hippo
24 : Van de goddelijke Drie-eenheid, en de aanwijzingen van haar tegenwoordigheid overal verspreid onder zijn werken.
Wij geloven, wij handhaven, wij prediken trouw, dat de Vader verwekte het Woord, dat is: Wijsheid, waardoor alle dingen zijn gemaakt, de eniggeboren Zoon, één zoals de Vader één is, eeuwig zoals de Vader eeuwig is, en, evenzeer met de Vader, oppermachtig goed; en dat de Heilige Geest gelijk is aan de Geest van Vader en van Zoon, en is Zelf consubstantieel en mede-eeuwig met beide; en dat dit geheel door de rede een Drie-eenheid is van de individualiteit van de personen, en één God door de rede van de ondeelbare goddelijke substantie, als ook een Almachtige door reden van de ondeelbare almacht; maar zodat, wanneer we als men ieder afzonderlijk onderzoekt, wordt er gezegd dat ieder God is en de Almachtige; En als we over alles samen spreken, wordt er gezegd dat er geen drie Goden zijn, noch drie Almachtigen, maar één God Almachtig; Zo groot is de ondeelbare eenheid van deze Drie, wat vereist dat het zo wordt vermeld. Maar, of de Heilige Geest van de Vader en van de Zoon, die beiden zijn goed, kan met goed fatsoen de goedheid van beide worden genoemd, omdat[blz. 466] Hij is gemeenschappelijk voor beiden, ik durf het niet vast te stellen haastig. Toch zou ik minder aarzelen om te zeggen dat Hij de heiligheid van beiden is, niet alsof Hij een goddelijk mens is. Hij schrijft alleen de goddelijke substantie toe, maar Hij ook, en de derde persoon in de Drie-eenheid. Ik ben de nogal aangemoedigde om deze verklaring af te leggen, omdat, hoewel de Vader een geest is, en de Zoon een geest, en de Vader heilig, en de Zoon heilig, toch wordt de derde persoon duidelijk de Heilige Geest genoemd, alsof Hij de substantiële heiligheid was die consubstantieel was met de andere twee. Maar als de goddelijke goedheid niets anders is dan de goddelijke heiligheid, dan is het zeker een redelijke leergierigheid, en niet aanmatigende opdringerigheid, om te onderzoeken of de dezelfde Drie-eenheid wordt niet gesuggereerd in een raadselachtige manier van spraak, waardoor ons onderzoek wordt gestimuleerd, wanneer het wordt geschreven wie heeft elk schepsel gemaakt, en met welke middelen, en waarom. Voor het is de Vader van het Woord die zei: Laat er zijn. En dat wat gemaakt werd toen Hij sprak, werd zeker gemaakt door middelen van het Woord. En door de woorden: “God zag dat het goed was”, wordt voldoende gesuggereerd dat God maakte wat is niet gemaakt uit enige noodzaak, noch ter wille van de levering elk gebrek, maar alleen uit Zijn eigen goedheid, d.w.z. omdat Het was goed. En dit wordt verklaard nadat de schepping had plaatsgevonden plaats, opdat er geen twijfel zou bestaan dat de zaak bevredigd zou worden de goedheid waardoor het is gemaakt. En als we hebben gelijk als we begrijpen dat deze goedheid de Heilige is. Geest, dan wordt de hele Drie-eenheid aan ons geopenbaard in de schepping. Hierin ligt ook de oorsprong, de verlichting, de gelukzaligheid van de heilige stad die boven is onder de heilige engelen. Want als we vragen waar het vandaan komt, heeft God het geschapen; of vanwaar het wijsheid, God verlichtte het; of vanwaar haar zaligheid, God is zijn gelukzaligheid. Het heeft zijn vorm door in Hem te bestaan; zijn verlichting door Hem te aanschouwen; haar vreugde door in Hem te blijven. Het is; het ziet; het heeft lief. In Gods eeuwigheid is haar leven; in Gods waarheid haar licht; in Gods goedheid zijn vreugde.
+++++++++
Het artikel uit De Civitate Dei (De Stad van God) van Augustinus is een diepgaande meditatie over de goddelijke Drie-eenheid en haar aanwezigheid in de schepping. Het is een theologisch en filosofisch hoogtepunt waarin Augustinus zijn visie op God, de schepping en de bestemming van de mens ontvouwt.
Hier zijn enkele reflecties op de tekst: -De Drie-eenheid als fundament van alles: Augustinus beschrijft de Vader, de Zoon (het Woord of de Wijsheid) en de Heilige Geest als drie onderscheiden Personen, maar één in substantie, almacht en goddelijkheid. Hij benadrukt: De Zoon is het Woord waardoor alles is geschapen — eeuwig en gelijk aan de Vader. De Heilige Geest is consubstantieel met de Vader en de Zoon, en mogelijk de “goedheid” of “heiligheid” die hen verbindt. De eenheid van deze drie is zo ondeelbaar dat, hoewel elk afzonderlijk God genoemd wordt, er toch slechts één God is.
De schepping als afspiegeling van de Drie-eenheid:
Augustinus ziet in de schepping een weerspiegeling van de goddelijke Drie-eenheid: De Vader spreekt: “Laat er zijn.” Het Woord (Zoon) is het middel waardoor alles tot stand komt. De Heilige Geest is de goedheid waardoor het geschapene “goed” is. Hij stelt dat de schepping niet voortkomt uit noodzaak, maar uit pure goddelijke goedheid — een daad van liefde en overvloed.
De hemelse stad en haar bestemming: Augustinus verbindt deze theologie met de bestemming van de “heilige stad” — de gemeenschap van engelen en rechtvaardigen: Haar vorm komt door in God te bestaan. Haar licht door God te aanschouwen. Haar vreugde door in God te blijven. Hij vat het samen in drie werkwoorden: het is, het ziet, het heeft lief — en verbindt die met Gods eeuwigheid, waarheid en goedheid.
Filosofische diepgang: Wat Augustinus hier doet, is niet zomaar dogmatiek. Hij probeert het mysterie van God te verbinden met de ervaring van de mens, de structuur van de wereld, en de bestemming van de ziel. Zijn denken is beïnvloed door Plato, maar overstijgt dat door een christelijke visie op geschiedenis en heil.
++++++++
Hoe verhoudt zich deze tekst tegenover de moderne opvattingen over God :
De tekst uit ‘De Civitate Dei’ van Augustinus is een monument van klassieke christelijke theologie, en zijn visie op God en de Drie-eenheid is geworteld in een metafysisch en filosofisch wereldbeeld dat sterk verschilt van veel moderne benaderingen. Toch zijn er ook verrassende raakvlakken.
Laten we het in lagen bekijken:
- Klassieke versus moderne godsbeelden
Augustinus’ God: Absoluut, onveranderlijk, almachtig en alwetend. Bestaat buiten de tijd en ruimte. De Drie-eenheid is een mysterie dat rationeel wordt benaderd via metafysica en analogieën (zoals geheugen, verstand en wil).
Moderne opvattingen:
In de theologie en filosofie van religie zijn er stromingen die God zien als: Relationeel: God lijdt mee met de wereld (process theology).Immanent: God is aanwezig in de natuur en het bewustzijn (pantheïsme/panentheïsme).
Persoonlijk maar veranderlijk: God verandert mee met de geschiedenis en relaties (open theïsme). Augustinus zou deze ideeën waarschijnlijk als theologisch riskant beschouwen, omdat ze de eeuwige en onveranderlijke aard van God ondermijnen. Toch proberen moderne denkers hiermee recht te doen aan de ervaring van een God die betrokken is bij het lijden en de geschiedenis.
- Schepping en de Drie-eenheid:
Augustinus ziet de schepping als een uitdrukking van de Drie-eenheid:
De Vader spreekt, Het Woord (Zoon) voert uit, De Heilige Geest is de goedheid waardoor het “goed” is.
Moderne interpretaties:
Sommige theologen zien in deze structuur een ecologische en relationele dynamiek: God als bron, vorm en doel van het leven. In de hedendaagse spiritualiteit wordt de Drie-eenheid soms benaderd als een model voor gemeenschap en liefde: een goddelijke dans (perichorese) van relaties.
- Augustinus’ rationaliteit versus moderne spiritualiteit: Augustinus probeerthet mysterie van God te benaderen via rede en logica, wat past bij zijn neoplatonische achtergrond.
Moderne spiritualiteit daarentegen is vaak meer ervaringsgericht: God als mysterie dat beleefd wordt in stilte, meditatie, of gemeenschap. Minder nadruk op dogma, meer op innerlijke transformatie. Toch blijft Augustinus’ nadruk op de innerlijke mens
— het hart, de wil, het verlangen — verrassend actueel. Zijn idee dat “God dichterbij is dan wij onszelf zijn” resoneert met hedendaagse mystieke en contemplatieve tradities.
- Ethiek en bestemming: Augustinus verbindt Gods goedheid met de bestemming van de mens: Het hoogste goed is God zelf. De hemelse stad is het doel van de ziel. Moderne opvattingen over God zijn vaak meer ethisch dan metafysisch: God als bron van gerechtigheid, compassie en inclusiviteit. De nadruk ligt op het hier en nu, op sociale rechtvaardigheid, duurzaamheid en menselijke waardigheid.
Toch blijft Augustinus’ visie op een transcendente bestemming — een stad van vrede en waarheid — een krachtig tegenbeeld voor een wereld die vaak in chaos verkeert.

De heilige drie-eenheid Roeblev
************
