
Laten wij ons dan verheugen en danken, dat wij niet alleen christenen zijn geworden, maar Christus zelf. Begrijpen en vatten jullie, broeders, Gods genade jegens ons? Verwonder je en wees blij: wij zijn Christus geworden.
— St. Augustinus
+++++++++++++
Context van het citaat
Augustinus spreekt hier over de diepe mystieke eenheid tussen Christus en de gelovigen. In zijn theologie is de Kerk het Lichaam van Christus, en de gelovigen zijn leden van dat lichaam. Door de doop en het geloof worden we niet alleen volgelingen van Christus, maar ook dragers van Zijn aanwezigheid in de wereld.
Hij baseert zich op Paulus’ woorden, zoals in Galaten 2:20: “Niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij.”
Augustinus wil ons laten beseffen hoe groot Gods genade is: dat Hij ons niet alleen redt, maar ons ook deel laat worden van Zijn Zoon. Het is een oproep tot verwondering, dankbaarheid en vreugde.
**************
