
“Zondag is de dag des Heren” (Niet de sabbat)
“Welnu, ik zou graag willen weten wat er in deze tien geboden staat, behalve de naleving van de sabbat, die niet door een christen in acht genomen zou moeten worden.”
— De Geest en de Letter, hoofdstuk 24 (geschreven in 412 n.Chr.)
+++++++++++
Augustinus’ visie op de sabbat is diep geworteld in zijn theologische overtuiging dat het christendom een nieuwe fase van heilsgeschiedenis inluidt, waarin de letter van de wet plaatsmaakt voor de geest van Christus. Hier is een samenvatting van zijn benadering:
Augustinus over de sabbat:
1.Van sabbat naar zondag:
Augustinus stelt dat de sabbat (de zevende dag), zoals die in het Oude Testament werd gevierd, niet langer bindend is voor christenen.
In plaats daarvan wordt de zondag (de eerste dag van de week) gevierd als de “dag des Heren”, ter herinnering aan de opstanding van Christus.
“De sabbat is niet door een christen in acht te nemen.” — “De Spiritu et Littera, hoofdstuk 24”
2.Symbolische betekenis:
Voor Augustinus is de sabbat symbolisch: het verwijst naar de eeuwige rust in God, niet naar een letterlijke rustdag.
Hij ziet de sabbat als een voorafschaduwing van de eschatologische rust die gelovigen zullen ervaren in het hemelse Jeruzalem.
3.Christus vervult de sabbat:
Augustinus benadrukt dat Jezus zelf op sabbat werkte (zoals genezingen verrichtte), en dat dit aantoont dat de sabbat niet als een rigide rustdag moet worden opgevat.
Hij schrijft dat God op de zevende dag rustte van het scheppen, maar niet van het besturen van de schepping — een subtiel onderscheid dat hij gebruikt om de actieve liefde van God te benadrukken.
4.Praktische toepassing:
Voor Augustinus is de zondag een dag van spirituele rust, aanbidding en goede werken.
Hij roept zijn gemeente op om de rustdag te zien in het licht van Christus, en niet als een wettisch voorschrift.
+++++++++
Hier is een overzicht van de achtergrond van St. Augustinus van Hippo, een van de invloedrijkste denkers in de christelijke traditie:
Biografische achtergrond:
Volledige naam: Aurelius Augustinus van Hippo
Geboren: 13 november 354 in Thagaste (nu Souk-Ahras, Algerije)
Gestorven: 28 augustus 430 in Hippo Regius (nu Annaba, Algerije)
Heiligverklaring: In 1303 door Paus Bonifatius VIII
Feestdag: 28 augustus (Westers christendom
Familie en jeugd
Vader:
Patricius – een heiden, gemeenteraadslid, later gedoopt
Moeder: Monica – een vrome christin, speelde een cruciale rol in zijn bekering
Opvoeding: Klassieke Romeinse scholing in retorica en filosofie, o.a. in Carthago
Filosofische en spirituele zoektocht:
In zijn jeugd leidde hij een losbandig leven en kreeg een zoon, Adeodatus, met een vrouw buiten het huwelijk.
Hij raakte gefascineerd door het manicheïsme, een dualistische religie die het kwaad als een onafhankelijke kracht zag.
Zijn intellectuele zoektocht bracht hem uiteindelijk naar Milaan, waar hij onder invloed van bisschop Ambrosius tot het christendom kwam.
Bekering en kerkelijke loopbaan:
Gedwongen bekering:
Na een intense innerlijke strijd en een mystieke ervaring in een tuin, liet hij zich in 387 dopen.
Priester en bisschop:
In 391 werd hij priester in Hippo, en in 395 bisschop.
Hij bestreed ketterijen zoals het donatisme en pelagianisme, en benadrukte de rol van goddelijke genade.
Belangrijkste werken:
Confessiones –
Autobiografie en spirituele zoektocht.
De civitate Dei:
Filosofie van de geschiedenis en de stad van God.
De Trinitate:
Leer over de Drie-eenheid.
De doctrina christiana:
Bijbeluitleg en christelijke leer
Symboliek en nalatenschap:
Brandend hart:
Zijn vurige liefde voor God
Kind met schelp:
Legende over het mysterie van God dat niet volledig te bevatten is.
—————
