
“Laat heb ik u liefgekregen, schoonheid zo oud en zo nieuw, laat heb ik u liefgekregen!
En u was binnen in mij, en ik buiten, en zo zocht ik u buiten mij;
en mismaakt als ik was, stortte ik mij op de dingen die u geschapen hebt.
__________
U was bij mij, maar ik was niet bij u. Die dingen hielden mij ver van u, terwijl ze, als ze niet in u waren, niet zouden bestaan.
__________
U riep mij en schreeuwde, en u brak mijn doofheid; u straalde en schitterde,
en u genas mijn blindheid; u verspreidde uw geur, en ik ademde hem in,
en nu verlang ik naar u; ik proefde u, en nu heb ik honger en dorst naar u;
u raakte mij aan, en ik verlang hevig naar de vrede die van u komt.
— Sint Augustinus
___________
De tekst is een beroemd citaat van Sint Augustinus van Hippo, afkomstig uit zijn werk Confessiones (Belijdenissen), geschreven rond het jaar 397 na Christus. Hier is wat meer context:
Over de auteur: Sint Augustinus:
Leefde van 354 tot 430 na ChristusEen van de invloedrijkste kerkvaders in het christendom. Zijn werken hebben diepe invloed gehad op theologie, filosofie en spiritualiteit. Confessiones is zijn autobiografisch werk waarin hij zijn zondig verleden beschrijft en zijn bekering tot het christendom
Context van het citaat:
Het fragment komt uit Boek X van de Confessiones
Augustinus reflecteert op zijn late bekering tot God
Hij beschrijft hoe hij God buiten zichzelf zocht, in aardse dingen, terwijl God in zijn innerlijk aanwezig was
Het is een uiting van berouw, verwondering en liefde voor God
De tekst is doordrenkt met neoplatonische invloeden, waarin het innerlijke leven en de zoektocht naar het goddelijke centraal staan
Thema’s in het citaat:
Verlangen naar God:
Augustinus ervaart een diepe honger en dorst naar God nadat hij Hem heeft “geproefd”
Innerlijke transformatie:
Zijn zintuigen worden als het ware geopend door Gods aanwezigheid
Berouw en dankbaarheid:
Hij betreurt dat hij God pas laat heeft liefgekregen, maar is dankbaar voor de genade
++++++++++++++
Diepere betekenis van het citaat:
- De paradox van afstand en nabijheid:
Augustinus zegt dat God in hem was, terwijl hij buiten zichzelf zocht. Dit drukt een fundamentele spirituele waarheid uit: we zoeken vaak vervulling in uiterlijke dingen—bezit, status, relaties—terwijl het goddelijke, het ware, al in ons aanwezig is. Het is een oproep tot innerlijke contemplatie.
“U was bij mij, maar ik was niet bij u.” → Hier klinkt het verdriet door van een mens die zich realiseert dat hij lange tijd blind is geweest voor de aanwezigheid van God in zijn eigen hart.
- De zintuiglijke bekering:
Augustinus gebruikt krachtige beelden van de vijf zintuigen:
Horen:
“U riep mij en schreeuwde”
Zien:
“U straalde en schitterde”
Ruiken:
“U verspreidde uw geur”
Proeven:
“Ik proefde u”
Voelen:
“U raakte mij aan”
Deze zintuiglijke taal maakt zijn bekering tastbaar. Het is alsof hij pas echt begint te leven wanneer hij God ervaart.
Zijn hele wezen wordt wakker.
- Verlangen als spirituele motor:
Na de ontmoeting met God ontstaat een intens verlangen:
“Nu heb ik honger en dorst naar u”
Dit is geen oppervlakkige wens, maar een existentiële dorst.
Augustinus beschrijft een liefde die alles overstijgt
—een verlangen naar een eeuwige, onveranderlijke bron van vrede.
- Berouw en genade:
De openingszin—“Laat heb ik u liefgekregen”—is doordrenkt van berouw.
Hij betreurt dat hij God pas laat heeft leren kennen.
Maar tegelijk klinkt er dankbaarheid: ondanks zijn omzwervingen heeft God hem niet verlaten.
Dit is een kernidee in Augustinus’ theologie:
Genade is altijd beschikbaar, zelfs voor wie lang dwaalt.
Spirituele les:
Augustinus’ woorden nodigen ons uit tot:
Zelfonderzoek:
Waar zoeken wij vervulling? Buiten onszelf of in ons innerlijk?
Openheid:
Durven we ons te laten raken door iets dat groter is dan ons verstand?
Vertrouwen:
Zelfs als we laat tot inzicht komen, is het nooit te laat voor transformatie
Enkele bronnen:
https://www.litcharts.com/lit/confessions/summary
https://nl.frwiki.wiki/wiki/Les_Confessions_%28Augustin_d’Hippone%29
https://theologie.katholiekelsloo.nl/index.php?title=Augustinus,_Confessiones
________
