St.Johannes van het Kruis: Als je wilt, zal de Maagd komen lopend over de weg zwanger van het heilige, en zeggen:…..

Als je wilt, zal de Maagd komen lopend over de weg zwanger van het heilige, en zeggen: “Ik heb onderdak nodig voor de nacht. Neem me alsjeblieft in je hart, mijn tijd is zo dichtbij.”

Dan, onder het dak van je ziel, zal je de sublieme intimiteit getuigen, de goddelijke, de Christus, die voor altijd geboren wordt, terwijl ze je hand vasthoudt voor hulp; voor ieder van ons is de vroedvrouw van God, ieder van ons.

Maar daar, onder de koepel van je wezen, komt de schepping eeuwig tot bestaan, door je baarmoeder, beste pelgrim – de heilige baarmoeder van je ziel, zoals God onze armen grijpt voor hulp, voor ieder van ons is Zijn geliefde dienaar nooit ver weg.

Als je wilt, zal de Maagd lopend over de straat komen zwanger van Licht en zingen…

 

St. Johannes van het Kruis (1542–1591) Mystieke Doctor van de Kerk

++++++++++++++

   [In de moderne tijd wordt deze tekst van Johannes van het Kruis vaak gelezen als een krachtige metafoor voor innerlijke transformatie en spirituele ontvankelijkheid. Hoewel hij in de 16e eeuw schreef binnen een katholiek-mystieke context, spreekt zijn taal nog steeds tot mensen die zoeken naar diepgang, stilte en betekenis in een vaak hectische wereld.

De Maagd die “zwanger van het heilige” aanklopt, wordt niet alleen letterlijk als Maria gezien, maar ook als een symbool voor het goddelijke dat aanklopt bij de ziel van ieder mens. Het idee dat ieder van ons de vroedvrouw van God is benadrukt dat het heilige niet ver weg is, maar geboren kan worden in ons eigen innerlijk — mits we bereid zijn ruimte te maken.

Voor hedendaagse lezers, religieus of niet, raakt deze tekst aan thema’s als:

  • Innerlijke stilte en ontvankelijkheid in een lawaaierige wereld.
  • Creatieve of spirituele geboorte als iets dat van binnenuit komt.
  • De kracht van kwetsbaarheid, zoals het beeld van God die onze hand vasthoudt voor hulp.

Mystieke poëzie zoals deze nodigt uit tot contemplatie, niet tot snelle antwoorden. Het is een uitnodiging om stil te worden en te luisteren naar wat er in jezelf geboren wil worden]

—————

Augustinus : Preek VI over Mattheus, waarom het onze Vader ?….

St. Augustine says the Lord’s Prayer is the ideal form for us to request help in a way to acknowledge His gifts, but not thinking that He needs our many words to love us, and desire to fulfill our needs.

Onze Heer heeft dan allereerst veel spreken afgesneden, zodat je niet een veelheid van woorden tot God zou brengen, alsof je door je vele woorden Hem zou onderwijzen. Daarom, wanneer je bidt, heb je behoefte aan vroomheid, niet aan veel woorden. Want je Vader weet wat nodig is voor jou, voordat je Hem vraagt. Wees dan niet geneigd om veel woorden te gebruiken, want Hij weet wat nodig is voor jou. Maar opdat misschien iemand hier zou zeggen: Als Hij weet wat nodig is voor ons, waarom zouden we dan zo weinig woorden gebruiken? Waarom zouden we überhaupt bidden? Hij kent zichzelf; laat Hem dan geven wat Hij weet dat nodig is voor ons. Ja, maar het is Zijn wil dat je bidt, zodat Hij kan geven aan je verlangens, dat Zijn gaven niet licht worden gewaardeerd; aangezien Hij zelf dit verlangen in ons heeft gevormd. De woorden die onze Heer Jezus Christus ons heeft geleerd in Zijn gebed, zijn de regel en standaard van onze verlangens.

— St. Augustinus, Preek VI over Mattheüs, 400 n.Chr.

++++++++++

[Hier nog een andere verstaanbare vertaling :

God heeft ons geleerd om niet eindeloos te praten wanneer we bidden, alsof Hij iets van ons moet leren door onze woorden. In plaats van veel te zeggen, vraagt Hij om oprechte toewijding. Want God weet al wat je nodig hebt, nog vóór je het uitspreekt. Dus waarom dan bidden? Omdat God wil dat jij Hem zoekt en verlangt naar Zijn hulp. Zo leer je de waarde van wat Hij geeft, en groeit het verlangen in jou dat Hijzelf heeft aangewakkerd. De woorden die Jezus ons gaf in zijn gebed, laten zien waar we werkelijk naar zouden moeten verlangen.

— Gebaseerd op een preek van Augustinus, ca. 400 n.Chr.]

———————

St.Nikolas (Nilus)van Sora : God verlaat nooit een ziel die haar vertrouwen in Hem stelt….

“God verlaat nooit een ziel die haar vertrouwen in Hem stelt, ook al wordt ze overmand door verleidingen, want Hij is zich bewust van alle zwakheden. Een man weet hoeveel gewicht hij op de rug van een ezel, een muilezel of een kameel kan laden en zal elk dier belasten met wat het aankan; de pottenbakker weet hoe lang hij zijn klei in het vuur moet houden, want als hij het te lang bakt, zal de pot barsten, en als hij het niet lang genoeg bakt, zal het onbruikbaar zijn. Als een mens zo’n nauwkeurig oordeel heeft, hoe oneindig groter is dan wel niet de wijsheid van God om te oordelen welke mate van verleiding een ziel aan kan?”

— Sint Nikolaas van Sora

+++++++++++

[Nikolas van Sora is waarschijnlijk een verwarring met Nilus van Sora (ook bekend als Nil Sorsky), een invloedrijke Russische monnik, theoloog en spiritueel schrijver uit de 15e eeuw.

Hij werd geboren rond 1433 als Nikolai Maikov en was een pionier van het asketische en mystieke monnikendom in Rusland. Nilus stond bekend om zijn nadruk op innerlijke geestelijke discipline, gebed en armoede. Hij verzette zich tegen het bezit van land door kloosters — een beweging die bekend werd als de nestyazhateli of “niet-bezitters”.]

———————-

Gregorius va Nyssa: Mozes sprak met God van aangezicht tot aangezicht, zoals de Schrift getuigt….

“Mozes sprak met God van aangezicht tot aangezicht, zoals de Schrift getuigt, en hij verwierf daardoor een nog groter verlangen naar deze kussen na de theofanieën. Hij zocht God alsof hij Hem nog nooit had gezien. Zo is het ook met alle anderen in wie het verlangen naar God diep ingebed is: zij houden nooit op te verlangen, maar elke genieting van God verandert in het aanwakkeren van een nog intensere verlangen.”

– Gregorius van Nyssa

+++++++++++++++

[De tekst van Gregorius van Nyssa gaat over een diep spiritueel thema: het oneindige verlangen naar God. Ook al heeft Mozes God al “van aangezicht tot aangezicht” ontmoet (een zeldzame en intieme ervaring volgens de Bijbel), blijft zijn verlangen groeien. Dit lijkt tegenstrijdig—maar Gregorius benadrukt juist dat elke ontmoeting met het goddelijke het verlangen versterkt in plaats van bevredigt.

Het centrale idee is dat God niet volledig te bevatten is, zelfs niet voor wie Hem heeft ervaren. Voor mensen met een sterk spiritueel verlangen betekent dit dat hun zoektocht nooit ophoudt. Elke stap dichterbij opent slechts nieuwe lagen van mysterie en aantrekkingskracht.

Het is een poëtische manier om te zeggen dat het spirituele leven geen eindbestemming kent—het is een eindeloze reis van ontdekking, verlangen en liefde.]

————————

St.Augustinus: Geef mij Uzelf, o mijn God, geef Uzelf terug aan mij…..

“Geef mij Uzelf, o mijn God, geef Uzelf terug aan mij. Zie, ik hou van U, en als mijn liefde te zwak is, schenk mij dan de kracht om U sterker lief te hebben.”

— St. Augustinus

++++++++++++++

Het is een gebed dat voortkomt uit het besef dat God het hoogste goed is—het ultieme doel van het leven. Voor Augustinus was de liefde voor God niet iets wat vanzelfsprekend kwam, maar iets waarvoor hij Gods hulp nodig had. Zijn woorden drukken nederigheid en overgave uit, maar ook een vurige passie: hij wil méér liefhebben, en beseft dat zelfs dat vermogen een gave van God is.

Het is een klein stukje tekst, maar het bevat een hele theologie van genade, verlangen en liefde

———————

Hildegard Von Bingen: We kunnen niet leven in een wereld die niet de onze is….

“We kunnen niet leven in een wereld die niet de onze is, in een wereld die door anderen voor ons wordt geïnterpreteerd. Een geïnterpreteerde wereld is geen thuis. Een deel van de angst is om ons eigen luisteren terug te nemen, om onze eigen stemmen te gebruiken, om ons eigen licht te zien.”

— St. Hildegard von Bingen

++++++++++++

[Deze tekst van Hildegard Von Bingen raakt een diep filosofisch en spiritueel thema: de noodzaak om de wereld met onze eigen zintuigen en innerlijke stem te ervaren.

Laten we het in stukjes opdelen:

1.”We kunnen niet leven in een wereld die niet de onze is” Dit betekent dat we niet echt kunnen floreren als we andermans ideeën, normen of verwachtingen blindelings volgen. We hebben een wereld nodig die klopt met wie we werkelijk zijn. “Een wereld die door anderen voor ons wordt geïnterpreteerd” Als anderen altijd bepalen wat waar is, wat waarde heeft of hoe we moeten denken, verliezen we onze autonomie.

2.“Een geïnterpreteerde wereld is geen thuis” Je kunt je pas thuis voelen in een werkelijkheid die je zelf begrijpt en hebt gevormd op basis van je eigen inzichten en ervaring.

3.”Een deel van de angst is om ons eigen luisteren terug te nemen” Het is vaak eng om zelf te gaan luisteren — naar onze gevoelens, intuïtie en waarheid. Maar het is ook essentieel.

4.”Onze eigen stemmen gebruiken, ons eigen licht zien” Dit is een pleidooi voor authenticiteit: durven spreken met je eigen stem en je eigen blik op het leven vertrouwen.

In essentie moedigt de tekst aan om niet simpelweg mee te drijven met hoe anderen de wereld voorstellen, maar om zelf actief te ervaren, te luisteren, en te leven. Het is een oproep tot innerlijke vrijheid en zelfexpressie.]

1a. O vuur van de Geest, de Trooster, leven van het leven van elk schepsel, heilig ben jij – jij die vormen tot leven wekt.

1b. Heilig ben jij – jij die de gevaarlijk gebrokenen zalft, heilig ben jij – jij die stinkende wonden reinigt.

2a. O adem van heiligheid, o vuur van liefde, o zoete smaak in de borst, en een infusie van het hart met de geur van deugd.

2b. O zuiverste bron, waarin zichtbaar wordt hoe God de vervreemden verzamelt en de verlorenen zoekt.

3a. O harnas van het leven, hoop die alle ledematen samenbindt, o gordel van eer: red de gezegenden.

3b. Bescherm hen die gevangen zijn door de vijand, en maak los wie gebonden zijn, die God wil redden met zijn goddelijke kracht.

4a. O machtige weg, die alles doordringt – in de hoogten, op aarde, en in de diepten – jij verbindt en verzamelt alles.

4b. Uit jou vloeien de wolken, de ether vliegt, stenen houden hun vocht, rivieren ontspringen, en de aarde zweet haar groenkracht.

5a.Jij onderwijst ook de wijzen, verheugd door de inspiratie van de Wijsheid.

5b. Daarom zij lof aan jou, die de klank van lof bent, de vreugde van het leven, de hoop en machtige eer, gever van het licht.

______________

St.Theresia van Lisieux: Niets is zoeter dan goed te denken over anderen…..

“Niets is zoeter dan goed te denken over anderen.”

— St. Theresia van Lisieux

++++++++

[“Niets is zoeter dan goed te denken over anderen” van St. Theresia van Lisieux draait om de kracht van liefdevolle gedachten en positieve aannames.

Wat het betekent:

  • Het benadrukt dat het goed is om het beste in anderen te zien, zelfs als je hen niet volledig kent of begrijpt.
  • In plaats van te oordelen of te denken aan iemands fouten, moedigt het aan om met mildheid, begrip en mededogen naar anderen te kijken.
  • Volgens Theresia geeft dat niet alleen vrede aan de ander, maar ook aan jezelf: het is een innerlijke zoetheid, een rust in het hart.

In spirituele context: Theresia geloofde dat kleine daden van liefde en vriendelijkheid — zelfs alleen al je gedachten — groot zijn in de ogen van God. Dus goed denken over anderen is geen kleinigheid, maar een daad van liefde.]

——————-

Bernardus van Clairvaux: Genade is noodzakelijk voor verlossing…..

“Genade is noodzakelijk voor verlossing, vrije wil is evenzeer zo — maar genade om verlossing te geven, vrije wil om het te ontvangen.”

— St. Bernardus van Clairvaux (1090–1153)

   +++++++++++++++

[Dit citaat van Bernardus van Clairvaux — “Genade is noodzakelijk voor verlossing, vrije wil is evenzeer zo — maar genade om verlossing te geven, vrije wil om het te ontvangen” — is rijk aan betekenis en heeft door de eeuwen heen verschillende interpretaties opgeroepen. Hier zijn een paar mogelijke benaderingen:

1. Samenwerking tussen God en mens Deze interpretatie benadrukt dat verlossing niet alleen een goddelijke gave is (genade), maar ook een menselijke verantwoordelijkheid vereist (vrije wil). Bernardus lijkt te zeggen: God reikt de hand, maar de mens moet die hand aannemen.

2. Tegenwicht aan determinisme In een tijd waarin sommige theologen sterk de nadruk legden op voorbeschikking, biedt dit citaat ruimte voor menselijke keuzevrijheid. Het stelt dat de mens niet louter een passieve ontvanger is van genade, maar actief moet instemmen met die gave.

3. Mystieke ervaring van overgave Vanuit een mystiek perspectief kan het citaat gelezen worden als een uitnodiging tot innerlijke overgave. Genade is als het goddelijke licht dat binnenkomt, maar de ziel moet haar deuren openen — dat is de vrije wil in actie.

4. Theologisch evenwicht Bernardus zoekt hier misschien een middenweg tussen de leer van Augustinus (die sterk de nadruk legde op genade) en latere scholastieke denkers die meer ruimte gaven aan de menselijke wil. Hij erkent beide als essentieel.

Praktische spiritualiteit Voor de gelovige betekent dit citaat dat men niet passief mag wachten op redding, maar actief moet leven in overeenstemming met Gods wil — in gebed, daden en keuzes.]

———————

St. Robert Bellarmine: O Oneindige Goedheid – Akte van berouw….

O Oneindige Goedheid – Akte van berouw

door de heilige Robert Bellarminus (1542-1621) – Kerkleraar

+++++

O mijn God,

ik ben buitengewoon bedroefd,

omdat

ik U

heb beledigd en met heel mijn hart berouw heb over de zonden die ik heb begaan.

Ik haat en verafschuw hen boven elk ander kwaad,

niet alleen omdat

ik door zo te zondigen de hemel heb verloren en de hel heb verdiend,

maar nog meer omdat ik U heb beledigd,

o oneindige Goedheid,

die het waard bent om boven alles bemind te worden.

Ik neem mij vast voor,

met de hulp van Uw genade, U

in de komende

tijd nooit meer te beledigen en die gelegenheden te vermijden

die mij tot zonde zouden kunnen brengen.

Amen

————–

St.Patrick van Ierland: Christus zij met mij, Christus in mij….

Christus zij met mij, Christus in mij,

 Christus achter mij, Christus voor mij,

Christus naast mij, Christus om mij te winnen,

 Christus om mij te troosten en te herstellen,

Christus onder mij, Christus boven mij,

Christus in stilte, Christus in gevaar,

Christus in de harten van allen die van mij houden,

Christus in de mond van vriend en vreemdeling.

St.Patrick van Ierland

—————

In een toespraak tot de catechisten gebruikt de heilige Augustinus het type van Mozes, de Rode Zee en het manna om hun weg in het geloof aan te moedigen om gedoopt te worden, lid te worden van de Kerk en de communie te ontvangen.

Waarheen brengt Jezus door de doop, waarvan Mozes toen het beeld toonde, toen hij hen door de zee bracht? Waarheen? Naar het manna.  Wat is het manna? “Ik ben,” zegt Hij, “het levende brood, dat uit de hemel is neergedaald.”  De gelovigen ontvangen het manna, nu ze door de Rode Zee zijn gebracht.  Waarom Rode Zee? Naast zee, waarom ook “rood”? Die “Rode Zee” betekende de doop van Christus. Hoe is de doop van Christus rood, maar als gewijd door het bloed van Christus?  Waarheen leidt Hij dan degenen die geloven en gedoopt zijn? Naar het manna.  Zie, “manna,” zeg ik: wat de Joden, dat het volk Israël, ontvingen, is algemeen bekend, algemeen bekend wat God uit de hemel op hen had laten regenen;  en toch weten catechumenen niet wat christenen ontvangen.  Laat hen zich dan schamen voor hun onwetendheid; laat hen door de Rode Zee gaan, laat hen het manna eten,  zodat, zoals zij in de naam van Jezus hebben geloofd, Jezus zichzelf aan hen mag toevertrouwen.

St Augustinus , tractaat 11; 400 AD

++++++++++++++++

[Een prachtige meditatie over hoe de Eucharistie wordt gezien als het nieuwe manna, en hoe de doop wordt gesymboliseerd door de doortocht door de Rode Zee.

Deze tekst komt uit een preek of traktatie van Augustinus van Hippo, een invloedrijke kerkvader uit de 4e–5e eeuw na Christus. Hij was een van de grote theologen van het christendom en schreef diepgaande beschouwingen over het geloof, sacramenten en het leven met God.

De passage is typisch voor hoe Augustinus typologie toepast: hij verbindt gebeurtenissen uit het Oude Testament (zoals de doortocht door de Rode Zee en het manna uit de hemel) met de sacramenten van de Kerk (de doop en de Eucharistie). In zijn uitleg symboliseert.]

———————

Sint Catherina van Siena: Ik overweeg dat wanneer ons geheugen gevuld is met het bloed van de gekruisigde Christus……

Wie de wil van God doet….

Ik overweeg dat wanneer ons geheugen gevuld is met het bloed van de gekruisigde Christus, ons verstand onweerstaanbaar wordt aangetrokken om daarnaar te kijken. Daar ontdekt het bloed dat vermengd is met het vuur van goddelijke liefde – een oneindige liefde – omdat het bloed werd vergoten en ons uit liefde werd gegeven. Dan volgt onze wil onmiddellijk ons verstand: zij begint lief te hebben en te verlangen naar wat het verstand gezien heeft. Onze wil richt zich met kracht en liefde op de liefde van Christus de Gekruisigde – de liefde die zij heeft ontdekt in het bloed.

Zo dompelen wij onszelf onder in dat bloed. Daarmee bedoel ik dat we onze eigen zondige wil tot de dood onderdompelen – de wil die zich vaak verzet tegen haar Schepper. We werpen alle eigenliefde af en kleden ons in Gods eeuwige wil, de wil die we juist hebben leren kennen en ervaren in het bloed. Want het bloed openbaart dat God niets anders wil dan dat wij geheiligd worden. Als God iets anders had gwild, zou Hij ons nooit het Woord – zijn eniggeboren Zoon – gegeven hebben.

We zien dus duidelijk dat alles wat God in dit leven toelaat, Hij toelaat met slechts dat ene doel. Alles wat bestaat, komt van God. Niets dat ons overkomt – of het nu moeilijkheden zijn, verzoekingen, pijn, leed, kwaadsprekerij of welk ander lijden dan ook – kan ons verstoren. Integendeel, we zijn tevreden en ontvangen het met eerbied, wetend dat het van God komt en ons gegeven is als een gunst – niet uit haat, maar uit liefde.

— Heilige Catharina van Siena

+++++++++++++

[De tekst van de heilige Catharina van Siena komt uit haar beroemde werk De Dialoog (ook wel Het Boek van de Goddelijke Leer genoemd), dat ze in 1377 dicteerde tijdens momenten van mystieke extase. In deze dialogen spreekt ze met God de Vader over thema’s als liefde, gehoorzaamheid, lijden, en de weg naar heiligheid.

Deze passage valt onder haar beschouwingen over de wil van God en de rol van het lijden in het heiligingsproces van de mens. Catharina benadrukt dat het bloed van Christus – symbool van zijn ultieme liefde en offer – ons verstand en onze wil moet doordringen. Door ons te verenigen met deze liefde, leren we onze eigen wil los te laten en ons volledig over te geven aan Gods plan, zelfs als dat gepaard gaat met pijn of beproeving2.

Deze mystieke theologie was bedoeld als geestelijke begeleiding voor zowel leken als geestelijken in een tijd van grote kerkelijke en maatschappelijke onrust. Catharina wilde mensen helpen om hun leven te richten op God, ondanks de chaos van hun tijd.]

https://www.ctsnet.edu/the-dialogue-of-st-catherine-of-siena/

——————-

Leven van de Heilige Antonius Abt….

Abba Antonius

De woestijnvader

De heilige Antonius Abt (c 251-358) Ook bekend als: • Abba Antonius • Antonius van Egypte• Antonius van de Woestijn• Antonius de Kluizenaar• Antonius de Grote• Antonius de Kluizenaar• Antonius Abate• Vader van de Cenobieten• Vader van alle monniken• Vader van het westerse kloosterleven. PATRONAGES – tegen eczeem/huidziekten/huiduitslag, epileptici; tegen ergotisme, tegen pest,  van geamputeerden, kluizenaars, dieren, mandenmakers en -wevers, borstelmakers, slagers, begraafplaatsmedewerkers, huisdieren, boeren, doodgravers, begraafplaatsen, kluizenaars, varkens, monniken, hulp bij pest, varkenshoeders, hospitaalridders, Tempio-Ampurias, Italië, Bisdom van 9 steden.

De biografie van Antonius’ leven door Athanasius van Alexandrië droeg bij aan de verspreiding van het concept van het christelijke kloosterleven, met name in West-Europa via de Latijnse vertalingen. Hij wordt vaak ten onrechte beschouwd als de eerste christelijke monnik, maar zoals zijn biografie en andere bronnen duidelijk maken, waren er veel asceten voor hem. Antonius was echter de eerste die de woestijn inging (rond 270 na Christus), wat lijkt te hebben bijgedragen aan zijn bekendheid. Verslagen van Antonius die bovennatuurlijke verzoeking onderging tijdens zijn verblijf in de oostelijke woestijn van Egypte inspireerden het vaak herhaalde onderwerp van de verzoeking van Sint-Antonius in de westerse kunst en literatuur. De heilige Antonius wordt aangesproken tegen infectieziekten, in het bijzonder huidziekten. In het verleden werden veel van dergelijke aandoeningen, waaronder ergotisme, erysipelas en gordelroos, het vuur van Sint-Antonius genoemd.

Antonius werd in 250 in Egypte geboren. Op 20-jarige leeftijd, toen zijn ouders stierven, zorgde Anthony ervoor dat de opleiding van zijn jongere zus kon worden voltooid in een gemeenschap van heilige vrouwen. Vervolgens verkocht hij al zijn bezittingen en vertrok voor een leven van eenzaamheid in de woestijn. Daar leerde een oudere kluizenaar hem over gebed en boetedoening. 20 jaar lang leefde hij in afzondering. Anthony wilde God diep leren kennen. Hij deed boete door slechts één keer per dag bij zonsondergang alleen brood en water te nemen. De duivel verscheen hem in vreselijke gedaanten om hem te verleiden. Maar Antonius had een groot vertrouwen in God. Anthony’s ongewone leven maakte hem niet hard, maar stralend van Gods liefde en mededogen.

Verhalen over Anthony’s heiligheid verspreidden zich en mensen kwamen van hem leren hoe ze heilig konden worden. Sommige bewonderaars wilden blijven, dus stichtte Anthony – op 54-jarige leeftijd – een soort klooster bestaande uit kluizenaarshutten bij elkaar in de buurt. Antonius schreef een regel die de monniken leidde. Later, toen Antonius hoorde van de vervolgingen van de christenen, wilde hij als martelaar sterven. Op 60-jarige leeftijd verliet hij de woestijn om de christenen in gevangenissen te dienen, waarbij hij zich onbevreesd blootstelde aan gevaar. Hij kwam tot het besef dat een mens dagelijks voor Christus kan sterven door Hem op gewone manieren met grote liefde te dienen.

Dus keerde hij terug naar de woestijn naar zijn leven van gebed en boetedoening. Zijn leven van eenzaamheid werd echter opnieuw onderbroken toen hij op 88-jarige leeftijd een visioen kreeg waarin hij zag welke schade Ariaanse volgelingen aan de Kerk toebrachten door de goddelijkheid van Christus te ontkennen. Antonius vertrok naar Alexandrië om tegen deze ketterij te prediken. Op 90-jarige leeftijd stuurde een ander visioen Antonius de woestijn op zoek naar Sint Paulus, de eerste kluizenaar. Deze twee heilige mannen ontmoetten elkaar en spraken over de wonderen van God. Anthony zou op 105-jarige leeftijd vredig zijn gestorven in een grot.

Het leven van Antonius zal veel mensen doen denken aan de heilige Franciscus van Assisi. Toen Anthony 20 was, was hij zo ontroerd door de evangelische boodschap: “Ga, verkoop wat je hebt en geef het aan de armen” (Marcus 10:21b), dat hij dat ook deed met zijn grote erfenis. Hij verschilt van Franciscus in die zin dat Anthony’s leven het grootste deel van zijn leven in eenzaamheid doorbracht. Op 54-jarige leeftijd beantwoordde hij vele verzoeken en stichtte hij een soort klooster van verspreide cellen. Net als Franciscus had hij grote angst voor “statige gebouwen en goed beladen tafels”. Net als Franciscus en natuurlijk vele heiligen, verlangde ook Antonius naar het martelaarschap.

Antonius wordt in de kunst geassocieerd met een T-vormig kruis (dat Sint Franciscus heeft geadopteerd), een varken en een boek. Het varken en het kruis zijn symbolen van zijn dappere oorlogvoering met de duivel – het kruis zijn voortdurende machtsmiddel over boze geesten, het varken een symbool van de duivel zelf. Het boek herinnert aan zijn voorkeur voor “het boek van de natuur” boven het gedrukte woord.

+++++++++++++++++++++++++++

St.Augustinus: Aangezien je niet voor iedereen goed kunt doen….

“Aangezien je niet voor iedereen goed kunt doen, moet je speciale aandacht besteden aan degenen die, door de toevalligheden van tijd, plaats of omstandigheden, in nauwer contact met jou worden gebracht.”

St. Augustinus.

+++++++++++++

[Deze uitspraak wordt toegeschreven aan Augustinus en herinnert ons eraan om onze energie vooral te richten op de mensen die het dichtst bij ons staan, doordat het leven onze paden met de hunne kruist]

—————–

Charles de Foucauld: Mijn Vader, ik leg mijn geest in Uw handen….

“Mijn Vader, ik leg mijn geest in Uw handen… Dat is het laatste gebed van onze Meester, van onze Geliefde… Moge het ook het onze zijn… En moge het niet alleen ons laatste gebed zijn, maar dat van elk moment…

Mijn Vader, ik leg mijzelf in Uw handen; mijn Vader, ik vertrouw mij aan U toe; mijn Vader, ik geef mij over aan U; mijn Vader, doe met mij wat U behaagt; wat U ook met mij doet, ik dank U; dank voor alles; ik ben tot alles bereid; ik aanvaard alles; ik dank U voor alles.

Als slechts Uw Wil in mij geschiedt, mijn God, als slechts Uw Wil wordt vervuld in al Uw schepselen, in al Uw kinderen, in allen die Uw hart liefheeft, dan wens ik niets anders, mijn God.

Ik geef mijn ziel in Uw handen; ik geef haar aan U, mijn God, met heel de liefde van mijn hart, omdat ik van U houd, en omdat het een behoefte van liefde is mij te geven, mij in Uw handen te leggen, zonder voorbehoud, met oneindig vertrouwen, want U bent mijn Vader…”

— Br. Charles de Foucauld

+++++++++++++++++

[Deze tekst is een diep spiritueel gebed dat toewijding, vertrouwen en volledige overgave aan God uitdrukt. Het is geschreven door broeder Charles de Foucauld, een Franse kluizenaar en mysticus die bekendstaat om zijn radicale eenvoud en navolging van Jezus.

Hier is de kern van de tekst:

“Mijn Vader, ik leg mijn geest in Uw handen…”: Dit is een echo van Jezus’ laatste woorden aan het kruis. Het is een uitdrukking van ultiem vertrouwen, zelfs in het gezicht van de dood.

Overgave en vertrouwen: De spreker geeft zichzelf volledig over aan God, zonder voorbehoud. Hij drukt dankbaarheid uit voor alles wat hem overkomt, goed of slecht, omdat het deel is van Gods wil.

Liefde als drijfveer: De herhaling van “omdat ik van U houd” en “ik geef mij over” onderstreept dat deze toewijding geen verplichting is, maar een daad van liefde en vertrouwen, gevoed door een intiem verlangen één te zijn met God.

Spirituele overgave als levenshouding: Niet alleen als laatste gebed, maar als een voortdurende houding door het leven heen – in vreugde én lijden.

Het is tegelijk nederig en krachtig: de wil om zich geheel toe te vertrouwen aan iets groters, zelfs wanneer men niet alles begrijpt. Het inspireert tot innerlijke vrede, zelfs middenin onzekerheid.

Wie was Charles de Foucauld ?

Hij werd geboren in 1858 in Straatsburg en verloor op jonge leeftijd beide ouders. Als jonge man leidde hij een losbandig leven vol luxe en plezier. Hij was militair, ontdekkingsreiziger en stond bekend om zijn intellect, maar ook om zijn rusteloosheid2.

Rond zijn dertigste maakte hij een radicale bekering door. Hij werd monnik bij de trappisten, maar verliet het klooster om Jezus nog radicaler na te volgen: als eenvoudige kluizenaar in Nazareth en later in de woestijn van Algerije. Daar leefde hij onder de Toearegs, een Berbervolk, en leerde hun taal en cultuur kennen. Hij wilde geen bekeringsijver tonen, maar een “universele broeder” zijn — iemand die leeft in liefdevolle nabijheid, zonder oordeel3.

In 1916 werd hij vermoord in Tamanrasset, Algerije, tijdens een periode van onrust. Pas na zijn dood kreeg zijn levenswijze navolging. Hij werd in 2005 zalig verklaard en in 2022 heilig verklaard door paus Franciscus.

Zijn leven is een getuigenis van hoe iemand, zelfs na een roerige jeugd, een diep spiritueel pad kan vinden — en hoe stilte, eenvoud en liefde een krachtige boodschap kunnen zijn. Als je wilt, kan ik ook iets vertellen over de mensen die vandaag in zijn voetsporen treden.]

—————-

Abba Agathon: De broeders vroegen ook aan Abba Agathon…

De broeders vroegen ook aan Abba Agathon: “Onder alle goede werken, welke deugd vereist de grootste inspanning?” Hij antwoordde: “Vergeef me, maar ik denk dat er geen arbeid groter is dan die van het gebed tot God. Want elke keer dat een man wil bidden, willen zijn vijanden, de demonen, hem verhinderen, want zij weten dat het alleen door hem van het gebed af te houden is dat zij zijn reis kunnen hinderen. Wat voor goed werk een man ook onderneemt, als hij volhardt, zal hij rust bereiken. Maar gebed is strijd tot de laatste adem.”

De broeders aan  abba Agathon

++++++++++++++++++

[Deze tekst gaat over de kracht en moeilijkheid van gebed in het spirituele leven, vooral binnen de context van het christelijk monastieke leven.

Abba Agathon, een van de woestijnvaders (vroege christelijke monniken), benadrukt dat gebed de meest veeleisende deugd is van alle goede werken. Waarom? Omdat gebed een directe verbinding is met God—en juist daarom proberen demonische krachten iemand ervan af te houden. Het is niet zomaar iets wat je “even doet”; volgens hem is het een levenslange strijd die volharding en geestelijke alertheid vereist, tot aan je laatste adem.

Andere goede werken—zoals vasten, liefdadigheid, nederigheid—zijn waardevol, maar in vergelijking brengt gebed de grootste innerlijke weerstand met zich mee. Het is een spirituele strijd, en tegelijk de weg naar de diepste rust als je volhoudt.

Het is een diep spiritueel thema dat uitnodigt tot verstilling en reflectie. De woorden van Abba Agathon snijden inderdaad diep: gebed als strijd én vrede, als de plek waar hemel en aarde elkaar raken—maar ook waar innerlijke chaos kan opvlammen.

Het beeld van gebed als levenslange strijd is tegelijkertijd ontmoedigend en hoopgevend. Het herinnert eraan dat falen en afleiding er soms bij horen, maar dat juist de volharding—het telkens weer terugkeren—is wat telt. Net als de monniken in de woestijn, worden wij uitgenodigd om trouw te zijn, ook als het droog aanvoelt, als er weerstand is of stilte van Gods kant.

+++++++++++++

[Wie was abba Agathon?

Abba Agathon was een Egyptische christelijke monnik en een van de zogeheten Woestijnvaders uit de 4e eeuw. Hij leefde in Scetis, een kloostergemeenschap in de Egyptische woestijn, en stond bekend om zijn uitzonderlijke nederigheid, zachtmoedigheid en spirituele scherpzinnigheid.

Hij werd op jonge leeftijd opgeleid door Abba Poemen, die hem ondanks zijn jeugd al “Abba” (vader) noemde—aanduiding van groot respect. Agathon leefde later met andere monniken zoals Alexander en Zoilus, en trok zich uiteindelijk terug in de buurt van de Nijl.

Een van de bekendste verhalen over hem is dat hij drie jaar lang met een steen in zijn mond leefde om zichzelf te leren zwijgen en zijn tong te beheersen. Toen hij op zijn sterfbed lag, zei hij: “Tot dit moment heb ik mijn uiterste best gedaan om Gods geboden te onderhouden; maar ik ben een mens—hoe kan ik weten of mijn daden God welgevallig zijn?]