Augustinus: Over het bepalen van de Bijbelse canon…..

St. Augustinus van Hippo (354–430 n.Chr.) Over het bepalen van de Bijbelse canon

“Nu, wat betreft de canonieke geschriften, moet men het oordeel volgen van het grootste aantal katholieke kerken; en onder deze moet vanzelfsprekend bijzondere waarde worden gehecht aan zulke kerken die als waardig zijn beschouwd om de zetel van een apostel te zijn of die apostolische brieven hebben ontvangen.”

— Over de christelijke leer, Boek II, hoofdstuk 8, paragraaf 12 (geschreven in 397 n.Chr.)

++++++++++++

Deze tekst van St. Augustinus gaat over hoe hij vond dat men moest bepalen welke boeken in de canon van de Bijbel thuishoren — met andere woorden: welke geschriften als gezaghebbend en heilig beschouwd moeten worden.

Wat bedoelt hij precies?

Augustinus zegt dat we moeten kijken naar de consensus van katholieke kerken, vooral de kerken die een apostolische oorsprong hebben.

Een kerk die “de zetel van een apostel” is, betekent dat ze rechtstreeks is gesticht door een apostel, zoals Rome (van Petrus en Paulus).

Daarnaast noemt hij kerken die apostolische brieven hebben ontvangen, wat betekent dat ze tijdens het vroege christendom erkend werden door de apostelen zelf.

Waarom is dat belangrijk?

In de vierde eeuw waren er nog veel discussies over welke boeken wel of niet in de Bijbel thuishoorden. Niet elke christelijke gemeenschap gebruikte dezelfde geschriften.

Door zich te richten op de autoriteit van gevestigde kerken met een apostolische band, probeerde Augustinus een betrouwbare en universeel geaccepteerde manier te formuleren om die canon te bepalen.

Kort samengevat: Augustinus pleit voor het volgen van kerken met apostolisch gezag als het gaat om het erkennen van canonieke Bijbelboeken. Hij vertrouwde op traditie en gemeenschap, niet op individuele interpretatie.

———————–

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Plaats een reactie