Cyprianus: Jaloersheid kent geen grenzen….

“Jaloersheid kent geen grenzen; het is een kwaad dat voortdurend voortduurt en een zonde zonder einde. De leugens van jaloezie branden heter in verhouding tot het toenemende succes van de persoon die wordt benijd.”

~ St. Cyprianus van Carthago

++++++++++++++++++

[Het citaat van St. Cyprianus van Carthago gaat diep in op de destructieve aard van jaloezie. Hier is een uitleg in heldere bewoordingen:

Kern van het citaat:

St. Cyprianus beschrijft jaloersheid als een kwaad zonder grenzen—een kracht die blijft voortduren en geen einde kent. Het is een zonde die nooit tot rust komt, en die zich versterkt wanneer degene die wordt benijd meer succes boekt.

De impact van jaloersheid:

Jaloersheid vervormt de waarheid: de “leugens van jaloezie” verwijzen naar het verdraaien of ontkennen van andermans verdiensten.

Ze wordt intenser met het succes van anderen: hoe beter het gaat met iemand, hoe meer jaloezie zich opbouwt bij degene die jaloers is.

Jaloersheid is een innerlijk vuur: ze ‘brandt heter’, wat duidt op de emotionele intensiteit en het destructieve karakter ervan.

Spirituele ondertoon:

Cyprianus ziet jaloersheid als een morele en geestelijke zwakte—een zonde die men moet bestrijden, niet alleen om anderen geen kwaad te doen, maar ook om zichzelf innerlijke rust en zuiverheid te schenken.

Wie was Cyprianus van Carthago ?

Bekering en vroege carrière:

Geboren rond het jaar 200 in een rijke, heidense familie in Carthago (nu Tunis).

Was een gerespecteerd retoricus voordat hij zich bekeerde tot het christendom in 246, geïnspireerd door de prediking van priester Caecilianus.

Kort na zijn bekering werd hij priester gewijd, en in 249 benoemd tot bisschop van Carthago, waarmee hij primaat werd van Latijns Noord-Afrika2.

Christenvervolging en ballingschap:

Tijdens de vervolging onder keizer Decius dook hij onder om zijn leven te redden, wat leidde tot kritiek van sommige gelovigen2.

Keerde in 251 terug en trad streng op tegen afvallige christenen (de zogeheten lapsi), wat leidde tot een schisma met tegenbisschop Felicissimus2.

Pest en zorg voor de armen:

Tijdens de pestuitbraak in 252 organiseerde hij hulp voor zieken en begrafenissen, en toonde grote leiderschap in de zorg voor de gemeenschap.

Theologische conflicten:

Voerde een fel debat over de ketterdoop: hij vond dat alleen een orthodoxe christen geldig kon dopen, wat hem in conflict bracht met paus Stephanus I2.

Zijn standpunt leidde tot verdeeldheid binnen de Kerk, maar hij bleef gesteund door veel Noord-Afrikaanse en oosterse bisschoppen.

Martelaarschap:

In 257 begon een nieuwe vervolging onder keizer Valerianus. Cyprianus weigerde offers te brengen aan de Romeinse goden.

Op 14 september 258 werd hij terechtgesteld door onthoofding, waarmee hij als martelaar stierf.

Zijn nalatenschap leeft voort in zijn geschriften en in de manier waarop hij de vroege Kerk hielp structureren en verdedigen.]

———————

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Plaats een reactie