
“Dat wat aan Mozes werd geopenbaard in de struik, zien we hier op een vreemde manier volbracht. De Maagd droeg Vuur in haar, maar werd niet verteerd, toen zij de Weldoener baarde die ons licht brengt.”
— Johannes van Damascus
++++++++++++++
[Johannes van Damascus (ca. 676–749), een invloedrijke theoloog en hymneschrijver uit de oosterse kerk. Hij staat bekend als een van de laatste kerkvaders en werd later heilig verklaard. De passage die is aangehaald is een poëtische meditatie die een diep theologisch beeld oproept: het verbindt het Oude Testament met het Nieuwe Testament door een typologische vergelijking.
In het boek Exodus verschijnt God aan Mozes in een brandende struik die niet verteert. Johannes van Damascus ziet hierin een voorafbeelding van Maria: zij draagt het goddelijke (het “Vuur”) in zich wanneer zij Jezus, de Zoon van God, baart, maar blijft zelf ongedeerd. Dit beeld benadrukt zowel de maagdelijke geboorte als de mystieke eenheid van het goddelijke en menselijke in Christus.
Deze manier van denken is typisch voor de Byzantijnse theologie, waarin symboliek en typologie een grote rol spelen. Johannes gebruikte zulke beelden vaak in zijn hymnen en preken, vooral om de rol van Maria in het heilsmysterie te verheerlijken.]
———————–
