
Johannes van het Kruis : Ik leef zonder in mij te leven
Ik leef zonder in mij te leven
en ik hoop op zo’n hoog leven
dat ik sterf omdat ik niet sterf.
Ik leef buiten mezelf,
nadat ik van liefde ben gestorven;
want ik leef in de Heer
die mij voor zichzelf wilde:
toen ik hem mijn hart gaf
zette hij er dit teken op,
dat ik sterf omdat ik niet sterf.
Deze goddelijke gevangenis
van de liefde waarin ik leef,
heeft God mijn gevangene gemaakt,
en mijn hart vrij;
en het veroorzaakt zo’n passie
om God mijn gevangene te zien
dat ik sterf omdat ik niet sterf.
O, hoe lang is dit leven!
Hoe zwaar zijn deze verbanningen
deze gevangenis, deze ijzers
waarin de ziel is opgesloten!
Alleen al het wachten op de uitweg
bezorgt me zo’n hevige pijn
dat ik sterf omdat ik niet sterf.
O, wat een bitter leven
waarin de Heer zich niet verheugt!
Want als liefde zoet is
is lange hoop niet zoet:
God neem deze last van mij
zwaarder dan staal,
Ik sterf omdat ik niet sterf.
Alleen met het vertrouwen
Ik leef in de wetenschap dat ik zal sterven,
want in het sterven
verzekert mij van mijn hoop;
dood waar leven wordt bereikt,
treuzel niet, ik wacht op je,
Ik sterf omdat ik niet sterf.
Zie dat liefde sterk is;
leven, wees mij niet tot last,
zie dat het alleen voor mij overblijft
om je te winnen, om je te verliezen.
Laat de zoete dood nu komen,
de dood komt licht
Ik sterf omdat ik niet sterf.
Dat leven van boven
dat is het ware leven,
totdat dit leven sterft,
wordt niet genoten terwijl ik leef:
dood, wees niet ongrijpbaar voor mij;
leef door eerst te sterven,
Ik sterf omdat ik niet sterf.
Leven, wat kan ik geven
aan mijn God die in mij leeft
als het niet is om jou te verliezen,
zodat ik het verdien om Hem te winnen?
Ik wil Hem bereiken door te sterven,
want ik hou zoveel van mijn geliefde,
dat ik sterf omdat ik niet sterf.
Heilige Johannes van het Kruis
Uitleg:
[Het gedicht “Vivo sin vivir en mí” is een klassiek mystiek werk uit de Spaanse literatuur, toegeschreven aan heilige Teresa van Ávila of soms ook aan San Juan de la Cruz. Het drukt een diepe spirituele dorst uit—een verlangen om het aardse bestaan achter zich te laten en volledig verenigd te worden met God.
De kern van de tekst draait om een paradox: “Ik leef zonder in mij te leven” en “ik sterf omdat ik niet sterf.” De dichter leeft, maar voelt zich afgesneden van het ware leven—dat is volgens hen het leven in Gods nabijheid. Omdat die ultieme vereniging nog niet bereikt is, voelt het leven op aarde als een sterven.
Dit is typische mystieke taal: de ziel lijdt omdat ze gescheiden is van haar goddelijke oorsprong, en verlangt hevig naar hereniging. Het gedicht balanceert tussen liefde, lijden, en hoop, met een intens persoonlijk en existentieel karakter.
Ik sterf omdat ik niet sterf
“Ik sterf omdat ik niet sterf” drukt een existentiële paradox uit: de spreker verlangt zó intens naar de dood — niet als einde, maar als overgang naar de vereniging met God — dat het voortbestaan op aarde als een soort levende dood voelt. De ziel wil ontsnappen aan de aardse beperkingen en volledig opgaan in het goddelijke, maar zolang dat niet gebeurt, is er een innerlijke onrust, een pijn van het afgescheiden-zijn.
Dus:
“Ik sterf” verwijst naar het lijden, het brandende verlangen.
“omdat ik niet sterf” betekent dat de ziel die ware dood — het opgaan in God — nog niet heeft bereikt.
In deze mystieke beleving is sterven dus iets waarnaar men verlangt, niet iets dat men vreest. Het is een poort naar vervulling.]
———————
