Augustinus: een fragment uit de belijdenissen……..

Sint Augustinus van Hippo

bisschop en grote westerse kerkvader

Een fragment uit zijn verhandeling, De belijdenissen

Aangespoord om over mijzelf na te denken, ging ik onder Uw leiding in tot in het diepst van mijn ziel. Ik was in staat om dat te doen, omdat U mijn helper was. Toen ik in mijzelf binnenging, zag ik, als het ware met het oog van de ziel, wat voorbij het oog van de ziel, voorbij mijn geest was: Uw onveranderlijk licht. Het was niet het gewone licht dat voor alle vlees waarneembaar was, noch was het slechts iets van grotere omvang, maar toch in wezen verwant, het scheen helderder en verspreidde zich overal door zijn intensiteit. Nee, het was iets heel anders, iets heel anders dan al deze dingen, en het rustte niet boven mijn geest als olie op het wateroppervlak, noch was het boven mij zoals de hemel boven de aarde is. Dit licht was boven mij omdat het mij gemaakt heeft, ik was eronder omdat ik erdoor geschapen was. Hij die de waarheid heeft leren kennen, kent dit licht.

O Eeuwige waarheid, ware liefde en geliefde eeuwigheid. U bent mijn God. Tot U zucht ik dag en nacht. Toen ik U voor het eerst leerde kennen, trok U mij naar Zich toe, zodat ik zou kunnen zien dat er dingen voor mij waren om te zien, maar dat ik er zelf nog niet klaar voor was om ze te zien. Intussen overwon U de zwakheid van mijn gezichtsvermogen en zond U de stralen van Uw licht zeer krachtig uit, en ik beefde tegelijk van liefde en angst. Ik leerde dat ik me in een gebied bevond dat anders was dan het Uwe en ver van U verwijderd en ik meende Uw stem uit den hoge te horen: “Ik ben het voedsel van volwassen mannen, groei dan en u zult zich met Mij voeden. En gij zult Mij niet in uzelf veranderen als lichamelijk voedsel, maar gij zult in Mij veranderd worden.”

Ik zocht een manier om de kracht te verwerven die ik nodig had om van U te genieten. Maar ik vond het pas toen ik de middelaar tussen God en mensen omhelsde, de mens Christus Jezus, die boven alles God gezegend is tot in eeuwigheid. Hij riep me en zei: ik ben de weg van de waarheid, ik ben het leven. Hij offerde het voedsel waartoe ik niet de kracht had om te nemen, het voedsel dat Hij met ons vlees had vermengd. Want het Woord is vlees geworden, opdat Uw wijsheid, waardoor U alle dingen hebt geschapen, ons kinderen van melk zou voorzien.

Laat heb ik U liefgehad, o Schoonheid, altijd oud, altijd nieuw, laat heb ik U liefgehad! U was in mij, maar ik was buiten en het was daar dat ik naar U zocht. In mijn onbeminnelijkheid stortte ik me in de lieflijke dingen die U hebt geschapen. U was bij mij, maar ik was niet bij U. Geschapen dingen hielden me van U af, maar als ze niet in U waren geweest, zouden ze er helemaal niet zijn geweest. U riep, U schreeuwde en U doorbrak mijn doofheid. Je flitste, je straalde en je verdreef mijn blindheid. U blies Uw geur op mij in, ik haalde adem in en nu hijg ik naar U. Ik heb U geproefd, nu honger en dorst ik naar meer. U hebt mij aangeraakt en ik heb gebrand voor Uw vrede.

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Plaats een reactie