Augustinus : Wat is mijn God…

Wat is mijn God dan? Wat, vraag ik, is de Heer God? “Want wie is Heer behalve de Heer zelf, of wie is God behalve onze God?” De hoogste, meest voortreffelijke, meest machtige, meest almachtige; meest barmhartige en meest rechtvaardige; meest geheime en meest werkelijk aanwezige; meest mooie en meest sterke; stabiel, maar niet ondersteund; onveranderlijk, maar veranderend alle dingen; nooit nieuw, nooit oud; alles nieuw makend, maar toch de oude trots brengend, en zij weten het niet; altijd werkend, altijd rustend; verzamelend, maar niets nodig hebbend; onderhoudend, doordringend en beschermend; scheppend, voedend en ontwikkelend; zoekend, en toch alles bezittend. U verliest liefde, maar zonder passie; bent jaloers, maar vrij van zorg; berouwt zonder spijt; bent boos, maar blijft sereen. U verandert uw wegen, maar laat uw plannen ongewijzigd; u herstelt wat u nooit echt verloren hebt. U bent nooit in nood, maar toch verheugt u zich in uw winsten; bent nooit hebzuchtig, maar eist dividenden. Mannen betalen meer dan nodig is zodat u geen schuldenaar wordt; toch, wie kan iets bezitten dat niet al van u is? U bent mannen verschuldigd, maar betaalt hen alsof u in schuld bent aan uw schepsel, en wanneer u schulden annuleert, verliest u niets daardoor. Toch, o mijn God, mijn leven, mijn heilige vreugde, wat is dit wat ik heb gezegd? Wat kan een mens zeggen wanneer hij van u spreekt? Maar aan hen die zwijgen—aangezien zelfs degenen die spreken stom zijn.

St.Augustinus : uit de ‘Belijdenissen’

 

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Plaats een reactie