Augustinus : Wat bent U, mijn God ?

WAT BENT U, MIJN GOD

Wat bent u dan, mijn God Wat bent u anders dan God de Heer,vraag ik mij af ? Wie is er nu Heer naast De Heer ? En wie is er God naast onze God ?  U bent de hoogste en de beste. U bent tegelijk verborgen en aanwezig  mooi en sterk, standvastig en ongrijpbaar. Zonder zelf te  veranderen verandert u alles. U bent nooit nieuw en nooit oud. U vernieuwt alles en tegelijkertijd maakt u  de hoogmoedigen oud zonder dat zij het merken.

U bent voortdurend werkzaam maar ook altijd in rust. U verzamelt maar u komt niets tekort. U draagt, vervult en beschermt. U schept, voedt en voltooit. U bent op zoek  hoewel het u aan niets ontbreekt. U bemint maar toch blijft u onbewogen. U hebt ergens spijt van maar toch doet het u geen pijn. U wordt boos maar toch blijft u rustig. U verandert uw werken, maar uw plan verandert u niet. U krijgt terug wat u vindt, maar eigenlijk hebt u het nooit verloren. U komt nooit iets te kort maar u blijft altijd blij met winst. U bent nooit hebzuchtig en toch vraagt u rente. Men betaalt u meer dan men u schuldig is, waardoor u bij velen in het krijt komt te staan , en toch, wie heeft er iets wat niet van u is ? U betaalt uw schulden zonder iemand iets schuldig te zijn, U scheldt schulden kwijt zonder erbij in te schieten . En wat zeg ik hier u precies mee, mijn God, mijn leven, mijn heilige zoetheid ? wat kan een mens zeggen als gij het over u heeft ? En toch: wee hen die over u zwijgen. Met al hun praatjes zeggen zij niets! 

Wie kan ervoor zorgen dat ik in u tot rust kom ? Wie kan ervoor zorgen dat u mijn hart binnenkomt en het zo dronken maakt, dat ik al het slechte in mijzelf kan vergeten en het enige goede in mijzelf kan omhelzen, dat wil zeggen : u ? Wat betekent u voor mij ? Ontferm u over mij, dan kan in het zeggen. En wat beteken ik voor u, dat u zich per se door mij wilt laten beminnen ,dat u zelfs boos wordt als ik dat niet doe, en mij dan in vrees voor grotere ellende achterlaat ?  Of is het soms niet erg als ik u niet bemin ? O, God! Heer mijn God, zeg mij in uw bermhartigheid wat u voor mij betekent. Zeg tegen mij : “Ik ben je redding.” Zeg het zo dat ik het horen kan. Ik richt de oren van mijn hart op u, Heer. Open ze en zeg mij: “Ik ben je redding.”

Belijdenissen (I.IV; 4-1,v5)

Uit :  Augustinus Belijdeniseen : verzameld door Dr.Carolinne White – In het nederlands vertaald door Joost van Neer, Wim Sleddens en Anke Tiggelaar – augusrtijnerklooster Eindhoven.

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Plaats een reactie