
Fragment uit “On the Making of Man” van St. Gregorius van Nyssa:
“Want Hij zegt: ‘Laten wij de mens maken naar ons beeld, naar onze gelijkenis.’ Het beeld blijft een echt beeld zolang het in niets tekortschiet aan de eigenschappen die we waarnemen in het oorspronkelijke model; maar waar het afwijkt van de gelijkenis met het prototype, houdt het op in dat opzicht een beeld te zijn. Daarom, aangezien een van de eigenschappen die we in de goddelijke natuur beschouwen de onbegrijpelijkheid van de essentie is, is het duidelijk noodzakelijk dat het beeld in dit opzicht zijn nabootsing van het archetype kan tonen. Maar aangezien de aard van onze geest, die de gelijkenis van de Schepper is, onze kennis ontglipt, heeft het een nauwkeurige gelijkenis met de hogere natuur, die door zijn eigen onkenbaarheid de onbegrijpelijke natuur weerspiegelt.”
