
Macarius de Grote : Zoals de zegeningen van God onuitsprekelijk groot zijn….

Dit is een privé christelijke blog van Kris Biesbroeck, Licentiaat Theologie en filosofie. De inhoud van blog : Theologie, filosofie, Kerkvaders, Heiligenlevens, Exegese, Augustinus,enz… Alles wat sinds 2007 op de site is verschenen kan hier teruggevonden worden bij de Categorieën (bij het begin van de site) HET ADRES VAN DE SITE IS : CHRISTELIJKEINFORMATIEBRON.WORDPRESS.COM.


“Aanschouw de buitengewone schoonheid van de wereld en prijs de raad van haar Schepper. Aanschouw wat Hij heeft gemaakt en heb Hem lief die het gemaakt heeft; wees dit uw grootste zorg. Heb Hem lief die het gemaakt heeft; want Hij heeft ook u naar Zijn beeld geschapen, opdat u Hem zou liefhebben.” –
St.Augustinus


“Denkt u dat de menslievende God u veel heeft gegeven zodat u het alleen voor uw eigen bestwil kunt gebruiken? Nee, maar zodat uw overvloed het gebrek van anderen kan aanvullen.”
– Johannes Chrysostomus (Gesprekken over het boek Genesis, 20)

Zeg niet: “Dit gebeurde toevallig, terwijl dit vanzelf ontstond.” In alles wat bestaat, is er niets wanordelijks, niets onbepaalds, niets doelloos, niets toevalligs… Hoeveel haren heb je op je hoofd? God zal er niet één vergeten. Zie je hoe niets, zelfs het kleinste ding, aan Gods blik ontsnapt?”
– Sint Basilius de Grote

Je zal mensen vinden die
mopperen over de tijd,
die beweren dat de tijd van hun
vaders beter was. Stel je voor dat
ze teruggebracht konden worden naar
de tijd van hun vaders, dan
zouden ze zelfs toen nog mopperen.
St.Augustinus

(Hieronder staat de volledige tekst van de uitspraken van Amma syncletike . De tekst uit de afbeelding komt uit de 13e Paragraaf.)
Een selectie van de uitspraken van Amma Syncletica
.
Bron : Benedicta Ward OSB [vertaler]: Uitspraken van de Woestijnvaders.

Irenaeus van Lyon

“Vertrouw het verleden toe aan Gods genade, het heden aan zijn liefde en de toekomst aan zijn voorzienigheid”
– Augustinus van Hippo

“De Vader, zoals de apostel zegt, ‘wil dat alle mensen gered worden en tot kennis van de waarheid komen’ (1 Timoteüs 2:4)… Hij beknibbelt op geen enkele manier op de liefdevolle goedheid van Zijn wil jegens de mensen, zoals Apollinaris het zou stellen; Hij wil niet dat slechts sommigen en niet allen levend gemaakt worden. Het is niet de wil van de Heer dat de reden is waarom sommigen gered worden en anderen verloren gaan; als dat het geval zou zijn, zou de oorzaak van hun verderf aan Zijn wil toegeschreven moeten worden. Dat sommigen gered worden en sommigen verloren gaan, hangt veeleer af van de weloverwogen keuze van hen die het woord horen.”
Gregorius van Nyssa

Augustinus


Augustinus met zijn moeder, de Heilige Monika
Het tijdstip waarop de zielen van de goeden en de slechten van het lichaam worden gescheiden, moeten we zeggen dat het na de dood is, of liever in de dood? Als het na de dood is, dan is het niet de dood die goed of kwaad is, aangezien de dood voorbij is, maar het is het leven dat de ziel nu is binnengegaan. De dood was een kwaad toen het aanwezig was, dat wil zeggen, toen het werd ondergaan door de stervenden; want voor hen bracht het een zware en pijnlijke ervaring met zich mee, waar de goeden goed gebruik van maken. Maar als de dood voorbij is, hoe kan dat wat niet meer is, goed of slecht zijn? En verder, als we de zaak nader onderzoeken, zullen we zien dat zelfs die pijnlijke en pijnlijke pijn die de stervende ervaart, niet de dood zelf is. Want zolang ze nog enige gewaarwording hebben, zijn ze zeker nog in leven; en als ze nog in leven zijn, moet er eerder gezegd worden dat ze zich in een staat bevinden voorafgaand aan de dood dan in de dood. Want als de dood daadwerkelijk komt, berooft het ons van alle lichamelijke gewaarwording, die, terwijl de dood nog maar nadert, pijnlijk is. En zo is het moeilijk uit te leggen hoe we van hen die nog niet dood zijn, maar in hun laatste en sterfelijke uiterste gepijnigd worden, spreken als zijnde in het artikel van de dood. Maar hoe kunnen we hen anders noemen dan stervende personen? Want wanneer de dood die ophanden was, werkelijk gekomen zal zijn, kunnen we hen niet langer stervend noemen, maar dood. Niemand sterft dus tenzij hij leeft; want zelfs hij die in het laatste uiterste van het leven is en, zoals we zeggen, de geest geeft, leeft nog. Dezelfde persoon sterft daarom tegelijk en leeft, maar nadert de dood, verlaat het leven; toch in het leven, omdat zijn geest nog in het lichaam verblijft; nog niet in de dood, omdat zijn geest het lichaam nog niet heeft verlaten. Maar als de mens, wanneer hij het verlaten heeft, zelfs dan niet in de dood is, maar na de dood, wie zal dan zeggen wanneer hij in de dood is? Aan de ene kant kan niemand stervende worden genoemd, als een mens niet tegelijkertijd stervend en levend kan zijn; en zolang de ziel in het lichaam is, kunnen we niet ontkennen dat hij leeft. Aan de andere kant, als de mens die de dood nadert eerder stervende wordt genoemd, weet ik niet wie er leeft.
HEILIGE AUGUSTINUS
Fragment uit : ‘De stad van God’De stad van God

Iemand werd gevraagd: ‘Wanneer zal een mens weten dat hij de vergeving van zijn zonden heeft ontvangen?’ Hij antwoordde: ‘Wanneer hij zich in zijn ziel bewust wordt dat hij ze volledig met heel zijn hart heeft gehaat, en wanneer hij zichzelf in zijn uiterlijke daden bestuurt op een manier die tegengesteld is aan zijn vroegere levenswijze. Zo iemand, die zijn zonden al heeft gehaat, is ervan overtuigd dat hij vergeving van zijn zonden heeft ontvangen vanwege het goede getuigenis van zijn geweten dat hij heeft verkregen, na het gezegde van de apostel: “Een onbewogen geweten getuigt van zichzelf.” (Vgl. Rom. 2:15)
En mogen wij ook vergeving van onze zonden verkrijgen door de genade en liefde voor de mens van de ongeschapen Vader met Zijn eniggeboren Zoon en de Heilige Geest, aan Wie de glorie zij in alle eeuwigheid. Amen.
Isaak de Syriër : Ascetical Homilies, Homily 28

“In drie onderdompelingen en met drie aanroepingen wordt het grote mysterie van de doop voltrokken, met het doel dat het type van de dood volledig gesymboliseerd wordt en dat door de traditie van de goddelijke kennis de zielen van de gedoopten verlicht worden.”
Sint Basilius de Grote:
over de heilige Geest, hst.15

“De heilige apostelen en discipelen van de Heiland waren over de hele wereld verspreid. Thomas, zo zegt de traditie, ontving Parthië (het huidige Iran) door het lot. Andreas, Scythië (Eurazië). Johannes in Azië (Turkije), waar hij zich onder de mensen begaf totdat hij in Efeze stierf. Petrus predikte tot de Joden van de diaspora in Pontus en Galatië… en tenslotte, toen hij in Rome was aangekomen, werd hij met het hoofd naar beneden gekruisigd, wat hij zelf gepast vond om te lijden. Is het nodig om iets te zeggen over Paulus, die in de tijd van Nero gemarteld werd in Rome
Eusebius van Cassarea : Over Petrus’martelaarschap in Rome- “Ecclesial history 3.1.1”

Uit eerbied voor de Heer wil ik geen enkele vraag stellen over de Heilige Maagd Maria wanneer het onderwerp van zonden ter sprake komt, want wij weten dat haar een overvloed aan genade werd geschonken om elke zonde te overwinnen. Zij had immers de verdienste om Hem te ontvangen en te baren—Hem die zonder enige twijfel geen zonde had (1 Johannes 3:5). Maar als we, met uitzondering van de Maagd Maria, alle heilige mannen en vrouwen zouden verzamelen die eerder genoemd zijn, en hen vragen of ze zonder zonde hebben geleefd, wat denken we dan dat hun antwoord zou zijn?
Augustinus : Natuur en Genade (415 A.D)

Gregorius de Theoloog (Constantinopel)