Augustinus : “Vraag en u zal gegeven worden: zoek en u zult vinden: klop en er zal voor u opengedaan worden. ” – Lukas 11:9…..

“Vraag en u zal gegeven worden: zoek en u zult vinden: klop en er zal voor u opengedaan worden. ” – Lukas 11:9

“Wat je ook zult vragen.” Waarom zien we dan vaak dat gelovigen vragen en niet ontvangen? Misschien is het dat ze het niet goed vragen. Wanneer een persoon een slecht gebruik zou maken van waar hij om vraagt, schenkt God hem in Zijn genade het niet. Het is zelfs nog meer het geval, dat als iemand vraagt wat als het beantwoord zou worden, alleen maar tot zijn nadeel zou leiden, er zeker meer reden is om te vrezen, in het geval dat God in Zijn toorn zou toegeven wat God niet met vriendelijkheid kon tegenhouden. Toch, als God, zelfs in vriendelijkheid, vaak de verzoeken van gelovigen weigert, hoe moeten wij dan begrijpen: “Wat u ook in Mijn Naam zult vragen, Ik zal doen?” Werd dit alleen tegen de apostelen gezegd? Nee. Hij zegt…, “Wie in Mij gelooft, de werken die Ik doe, zal hij ook doen.” En als we naar de levens van de apostelen zelf gaan, zullen we zien dat hij die meer werkte dan zij allen, bad dat de boodschapper van Satan van hem zou weggaan, maar zijn verzoek niet werd ingewilligd.

Word dan wakker, gelovige en let op wat hier staat: “In mijn Naam.” Die [Naam] is Christus Jezus. Christus betekent Koning, Jezus betekent Redder. Daarom, wat we ook vragen dat onze redding zou belemmeren, we vragen niet in de Naam van onze Heiland en toch is Hij onze Redder, niet alleen wanneer Hij doet wat wij vragen, maar ook wanneer Hij het niet doet. Als Hij ziet dat wij iets vragen ten nadele van onze zaligheid, toont Hij Zich onze Redder door het niet te doen. De arts weet of wat de zieke vraagt, in het voordeel of in het nadeel van zijn gezondheid is. En [de arts] laat niet toe wat schadelijk voor hem zou zijn, hoewel de zieke het zelf wenst. Maar de arts kijkt uit naar zijn uiteindelijke genezing.

En sommige dingen mogen wij zelfs in Zijn Naam vragen en Hij zal ze ons op dat moment niet toestaan, hoewel Hij dat op een gegeven moment wel zal doen. Wat we vragen wordt uitgesteld, niet ontkend. Hij voegt eraan toe: “opdat de Vader verheerlijkt mag worden in de Zoon.” De Zoon doet niets zonder de Vader, voor zover Hij het doet, opdat de Vader verheerlijkt wordt in de Zoon, want de Vader en de Zoon zijn één.”

– St Augustinus (354-430) Grote westerse vader en doctor van de genade van de kerk (Tractaten over het evangelie van Johannes, 73)

Bron : Anastpaul

 

 

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Plaats een reactie