Soren Kierkegaard : Christus werd gekruisigd omdat hij niets met de massa te maken wilde hebben….

Christus werd gekruisigd omdat hij niets met de massa te maken wilde hebben (ook al richtte hij zich tot iedereen). Hij wilde geen partij, belangengroep, massabeweging vormen, maar wilde zijn wat hij was, de waarheid, die betrekking heeft op het individu. Daarom is iedereen die oprecht de waarheid wil dienen, door dat feit al een martelaar. Een massa winnen is geen kunst; daarvoor is alleen onwaarheid, onzin en een beetje kennis van menselijke passies nodig. Maar geen enkele getuige van de waarheid durft zich met de massa te bemoeien.

Søren Kierkegaard

C.S.Lewis : De christen denkt dat al het goede dat hij doet voortkomt uit het Christus-leven in hem…..

“De christen denkt dat al het goede dat hij doet voortkomt uit het Christus-leven in hem.

Hij denkt niet dat God van ons zal houden omdat we goed zijn, maar dat God ons goed zal maken omdat Hij van ons houdt;

Net zoals het dak van een serre de zon niet aantrekt omdat het helder is, maar helder wordt omdat de zon erop schijnt.”

C.S. LEWIS

Augustinus : Doe dat, Barmhartige Heer …..

Doe dat, Heer,

Doe dat, barmhartige Heer, beveel wat niet kan worden vervuld, tenzij door Uw genade: Opdat, wanneer de mensen voelen dat zij geen kracht in zich hebben om het te vervullen, elke mond wordt gestopt en niemand groot lijkt in zijn eigen ogen.

 Laat allen kleintjes zijn;

Laat de hele wereld schuldig worden voor God”.

 

Augustinus

St.Augustinus : God heeft het Onze Vader ingesteld als een daad van mededogen……

De heilige Augustinus zegt dat God ons het Onze Vader in mededogen heeft gegeven, als een genade om ons te helpen de ellende van de zonde die we ondergaan te dragen.

Het Enchiridion – Sint-Augustinus

Want u hebt de Geloofsbelijdenis en het Onze Vader. Wat kan korter zijn om te horen of te lezen? Wat is gemakkelijker om te onthouden? Toen het menselijk ras, als gevolg van de zonde, zuchtte onder een zware last van ellende en dringend behoefte had aan het goddelijke mededogen, verklaarde een van de profeten, vooruitlopend op de tijd van Gods genade: “En het zal geschieden, dat al wie de naam van de Heer aanroept, zal worden gered.” [1096] Vandaar het Onze Vader. Maar toen de apostel, om deze genade te prijzen, dit profetische getuigenis had geciteerd, voegde hij er onmiddellijk aan toe: “Hoe zullen zij dan Hem aanroepen in wie zij niet hebben geloofd?” [1097] Vandaar de Geloofsbelijdenis. In deze twee hebt u die drie genaden geïllustreerd: geloof gelooft, hoop en liefde bidden. Maar zonder geloof kunnen de laatste twee niet bestaan, en daarom kunnen we zeggen dat geloof ook bidt. Waaruit het geschreven staat: “Hoe zullen zij Hem aanroepen in wie zij niet hebben geloofd?”

Voetnoten :

[1096] Joël 2:32

[1097] Romeinen 10:14

Spreuken 6 : 6-19 – bezinning uit de Bijbel….

Ga naar de mier, gij luiaard [Ga tot de mier, gij luiaard! zie haar wegen, en word wijs], bekijk haar gedrag en word wijs.  Zij heeft geen aanvoerder, geen opzichter, geen heerser,  maar zij zorgt toch ’s zomers voor haar proviand en slaat in de oogsttijd haar voedsel op.  Hoe lang blijft gij nog liggen, luiaard? Wanneer staat gij op uit uw slaap?  Nog even slapen, nog even rusten, nog even de armen over elkaar en liggen!  Zo overvalt u de armoede als een rover, het gebrek als een welbewapend man.  Een booswicht is het, een slechtaard, de man die rondgaat met leugenachtige mond,  die knipoogt, die met zijn voeten schuifelt, die met zijn vingers wijst.  Zijn hart zit vol slinkse streken; hij smeedt altijd maar kwalijke plannen en brengt ruzie teweeg.  Daarom zal het verderf hem eensklaps overvallen en zal hij ineens gebroken worden, onherstelbaar.  Dit zijn zes dingen, die Jahwe verfoeit, ja, zeven, die Hem een gruwel zijn:  hoogmoedige ogen, een leugenachtige tong en handen die onschuldig bloed vergieten,  een hart dat misdadige plannen smeedt en voeten die zich haastig reppen naar het kwade,  een valse getuige die leugens uitslaat en degene die onder broeders ruzie teweegbrengt.

Vertaling : Willibrord Bijbel

Thomas Merton : Echte contemplatie brengt geen spanning met zich mee….

Echte contemplatie brengt geen spanning met zich mee. Er is geen reden waarom  het de zenuwen van iemand zou aantasten: integendeel, het ontspant ze. Het laat je uitgerust en verfrist achter in je hele wezen. Er is geen spanning bij echte contemplatie, want als het geschenk echt is, ben je er niet afhankelijk van, je bent niet verslaafd aan de ‘behoefte’ om iets te ervaren. De contemplatieve zoekt geen geruststelling in zichzelf, in zijn deugd, in zijn toestand, in zijn ‘gebed’. Zijn vertrouwen is in God, niet in zichzelf. De vrede en ‘rust’ van contemplatie zijn de vrucht van een levend geloof in de werking van goddelijke genade. De contemplatief is in staat zichzelf en al het andere los te laten , wetende dat alles wat er toe doet in zijn leven in Gods handen ligt, en dat hij niet ‘over morgen hoeft na te denken’. Hij beseft ten volle de betekenis van de evangelieboodschap van verlossing door de genade van God en niet door afhankelijkheid van menselijk vernuft.

Bron :– The Inner Experience: Notes on Contemplation William H. Shannon, redacteur (San Francisco: Harper San Francisco, 2003) p. 113.

Ignatius van Antiochië : O Redder van de wereld….

O Redder van de wereld

door de heilige Ignatius van Antiochië (c 35-c 108)

Vader van de Kerk

++++++++

Heer Jezus Christus, aan de menselijke kant

bent U voortgekomen uit de geslachtslijn van David,Zoon van God naar Gods wil en macht,geboren uit de maagd Maria,gedoopt door Johannes

en voor ons gekruisigd in het vlees,onder Pontius Pilatus en Herodes de Tetrarch.

Op de derde dag richtte U een banier

op om Uw heiligen en getrouwen voor eeuwig

te verenigen in het ene lichaam van Uw Kerk.

Door de genade en de kracht van deze geheimenissen, rust ons uit met een onwankelbaar geloof, nagel ons met lichaam en ziel aan Uw kruis

en wortel ons, in liefde, door Uw Bloed, voor ons vergoten, o Redder van de wereld, levend en heersend, nu en in eeuwigheid,

amen

 

St.Augustinus : Onthoud dit….

Onthoud dit.

Wanneer mensen ervoor kiezen om zich ver van een vuur terug te trekken, blijft het vuur warmte geven, maar worden zij koud. Wanneer mensen ervoor kiezen om zich ver van het licht terug te trekken, blijft het licht op zichzelf helder, maar zijn zij in duisternis. Dit is ook het geval wanneer mensen zich van God terugtrekken.

Sint Augustinus

Pelagius vs.Augustinus : De Pelagiaanse controverse…..

Pelagius vs Augustinus

Augustinus en de Pelagiaanse controverse

door Gerald Bray

De Pelagiaanse controverse ontleent zijn naam aan Pelagius, een in Groot-Brittannië geboren monnik die van ongeveer 380 tot 410 n.Chr. in Rome lesgaf. Pelagius schreef een reeks bijbelcommentaren die bewaard zijn gebleven onder de namen Hiëronymus en Cassiodorus. Het lijkt erop dat de Pelagiaanse controverse niet ontstond omdat Augustinus de geschriften van Pelagius had gelezen, maar andersom. Pelagius las wat Augustinus leerde over de menselijke zondigheid en de behoefte aan goddelijke genade, en hij maakte bezwaar tegen wat hij beschouwde als een onaanvaardbare nieuwigheid. Pas nadat hij zijn verzet tegen Augustinus had geuit, werd diens aandacht getrokken door de kwesties die op het spel stonden.

In eerste instantie lijkt het erop dat Augustinus terughoudend was om Pelagius rechtstreeks te bekritiseren, denkend dat zijn reactie het resultaat was van een misverstand, maar bij nader onderzoek realiseerde hij zich dat er echte problemen waren met Pelagius’ leer. Tegelijkertijd was Pelagius niet de enige die de opvattingen aanhing die hij aanhing, en hij kan niet worden beschouwd als de enige auteur van de ketterij die zijn naam heeft gekregen. Onder zijn aanhangers was Julianus van Eclanum, die Pelagius’ opvattingen ontwikkelde tot een samenhangend denksysteem. Het is dus eerlijk om te zeggen dat wat we nu Pelagianisme noemen, net zo goed de leer van Julianus is als van Pelagius zelf.

De oorsprong van de zonde

Pelagianisme ontstond omdat de vroege kerk er niet in slaagde het concept van zonde met voldoende precisie te definiëren. Iedereen was het erover eens dat mensen zondig waren en Gods genade nodig hadden voor hun redding, maar er was een verschil van mening over wat zonde was en waar het vandaan kwam. Veel heidenen geloofden dat materie intrinsiek slecht is, en dat mensen dus onvermijdelijk zondaars waren van nature, maar christenen konden dat idee niet accepteren. De Bijbel zegt dat toen God de wereld schiep, het goed was. De Zoon van God was mens geworden en leefde een zondeloos leven in een materieel lichaam, wat niet mogelijk zou zijn geweest als materie inherent zondig was. En als laatste, en niet in de laatste plaats, omvatte de belofte van redding de wederopstanding van het lichaam, wat ondenkbaar zou zijn geweest als het lichaam niet meer te redden was. Kwaad was dus niet iets dat God had geschapen, maar wat was het dan wel?

Iedereen was het erover eens dat mensen zondig zijn en Gods genade nodig hebben om gered te worden. Er bestond echter verschil van mening over wat zonde was en waar het vandaan kwam.

De Bijbel beschrijft het kwaad als de rebellie van Satan, een engel die oorspronkelijk goed geschapen was, maar wiens trots hem had doen geloven dat hij God kon missen. Satan verscheen aan Adam en Eva en verleidde hen om hem te volgen in zijn rebellie, ook al wisten ze dat wat ze deden verkeerd was. Hun zonde was geen onvermijdelijk onderdeel van hun geschapen natuur, maar een daad van ongehoorzaamheid aan de geopenbaarde wil van God. Augustinus en Pelagius waren het hierover eens, maar het was niet duidelijk wat de gevolgen van Adams ongehoorzaamheid waren voor de rest van de mensheid. Zondigt iedereen uit eigen vrije wil, zoals Adam en Eva deden, of erven we een aangeboren zondigheid die ons afsnijdt van God, of we nu daadwerkelijke zonden begaan of niet? Om het anders te zeggen, is een pasgeboren baby een zondaar die verlossing nodig heeft, zelfs als hij niets verkeerds heeft gedaan? In een tijd waarin de kindersterfte hoog was, was dit een prangende vraag voor veel christenen. Zij konden onmogelijk geloven dat God een baby naar de hel zou veroordelen, alleen vanwege wat Adam en Eva hadden gedaan.

Het effect van Adams ongehoorzaamheid

Het geschil tussen Augustinus en Pelagius ging niet over de oorsprong van de zonde, maar over het effect van Adams ongehoorzaamheid op zijn nageslacht. Augustinus beweerde dat alle mensen de verbroken relatie met God hebben geërfd die is veroorzaakt door de ongehoorzaamheid van onze eerste ouders. We zijn niet vrij om onze erfenis te kiezen en moeten accepteren wat ons is gegeven. Pelagius geloofde daarentegen dat zonde een daad van de wil is en dat, net als Adam en Eva, elk mens vrij is om te kiezen of hij zal zondigen. Pelagius gaf toe dat in de praktijk iedereen ervoor kiest om te zondigen, en dus was zijn standpunt dat mensen zondaars zijn, maar er is een belangrijk principieel verschil dat ons laat zien hoe onverenigbaar de twee visies zijn.

Pelagius geloofde dat ieder mens een vrije wil krijgt, net als Adam en Eva. Hij hield vol dat zondeloosheid theoretisch mogelijk moest zijn, want als dat niet zo was, konden mensen niet verantwoordelijk worden gehouden voor hun vrijwillig gekozen zondige daden. Bovendien, zo betoogde Pelagius, zou God mensen niet hebben geboden om rechtvaardig te handelen als Hij wist dat ze daartoe niet in staat waren, omdat God ons niet vraagt ​​om het onmogelijke te doen. Volgens hem zou de wet van Mozes geen betekenis hebben als deze niet kon worden nageleefd, zelfs als niemand dat daadwerkelijk deed. Pelagius geloofde dat Jezus de uitzondering was die de regel bevestigde. Hij had de wet perfect nageleefd en was daarom zondeloos. Het feit dat Hij dit bereikte, laat zien dat het mogelijk is, en het maakt degenen die niet aan de norm voldoen schuldig aan hun zonde. Voor Pelagius en degenen die dachten zoals hij, leek dit eerlijk: mensen worden terecht verantwoordelijk gehouden voor hun eigen tekortkomingen, maar niet voor die van anderen, inclusief de ongehoorzaamheid van Adam en Eva.

Het idee dat er een universele menselijke zondigheid is waarvoor we allemaal verantwoordelijk zijn, is voor veel mensen moeilijk te accepteren. Als gevolg hiervan zijn Pelagiaanse overtuigingen nog steeds gebruikelijk, ook al is Pelagius zelf grotendeels vergeten.

De vraag naar schuld

De terughoudendheid om de overdracht van zonde van de ene generatie op de andere te accepteren, werd versterkt door de vraag naar schuld. Sommige mensen accepteerden dat de zwakheid van het vlees zodanig was dat elk mens vroeg of laat in zonde zou vallen, maar ze konden het er niet mee eens zijn dat we individueel verantwoordelijk zijn voor die zwakheid en daarom schuldig zijn in de ogen van God. Pelagianen geloofden dat verantwoordelijkheid en schuld alleen betekenisvol zijn in de context van daadwerkelijk begane zonden. Ze hadden geen concept van aangeboren zondigheid als onderscheiden van zondige daden en verwierpen daarom het idee van “oorspronkelijke zonde”.

Augustinus zelf worstelde met deze vragen in zijn vroege dagen als christen, en het duurde maar even voordat hij zondigheid begreep als iets dat losstaat van zondige daden die vrijwillig werden begaan door mensen die hun vrije wil uitoefenden. Augustinus ontkende niet dat mensen de vrijheid hebben om te kiezen tussen goed en kwaad, maar door de leer van Paulus in Romeinen 7 te volgen , kwam hij tot het inzicht dat zelfs als we kiezen voor het goede, we niet in staat zijn om het te doen. We willen misschien niet zondigen, maar we hebben geen alternatief omdat onze wil gebonden is aan de macht van het kwaad.

Net als Augustinus geloofde Pelagius in de noodzaak van goddelijke genade, maar hij interpreteerde dit anders. Waar Augustinus geloofde dat Gods genade nodig is om ons te verlossen van een spirituele conditie waar we niets aan kunnen doen, zag Pelagius het als de kracht die ons gegeven is zodat we kunnen kiezen wat goed is. Volgens hem helpt God ons spirituele perfectie te bereiken door onze zielen te verlichten in de doop en door ons de Heilige Geest te geven om ons te begeleiden op de weg naar perfectie.

De weg van verlossing

Pelagius geloofde niet dat de zondeloosheid van Christus gemakkelijk te verkrijgen is voor iedereen die ernaar verlangt. Hij wist dat de verleiding van verleiding te groot is om te weerstaan, behalve door de genade van God. De kloof die Augustinus van Pelagius scheidde, was voor veel mensen moeilijk te begrijpen, omdat Pelagius, door de nadruk te leggen op de noodzaak van goddelijke genade om ons te helpen onze zwakheid te overwinnen, God de eer leek te geven voor de redding van de mens.

Augustinus antwoordde dat hoewel de menselijke natuur de goedheid van zijn schepping behoudt, mensen van God zijn afgesneden, met als gevolg dat al het goede in onze geschapen natuur verdraaid en misbruikt wordt. Zondigheid is een universele spirituele conditie, geen vrijwillige keuze die verzacht of teruggedraaid kan worden, zodat ieder mens, inclusief de pasgeboren baby, in dezelfde gebroken relatie met God staat. Volgens Augustinus kan geen enkele morele training een persoon verlossen van zijn geërfde zondigheid. Dat kan alleen bereikt worden door geestelijke dood en wederopstanding tot een nieuw leven, dat niet van ons is maar van Christus. De rol van de Heilige Geest is niet om onze geest te verlichten en onze wil om Christus te volgen te versterken, maar om Zijn nieuwe leven aan ons te geven door in onze harten te komen wonen en ons met Hem te verenigen. Onze “rechtvaardigheid” is helemaal niet van ons – het is de rechtvaardigheid van Christus die in ons werkt.

Augustinus handhaafde en ontwikkelde zijn verzet tegen het pelagianisme tot aan zijn dood in 430 n. Chr., maar tegen die tijd was het grootste deel van de kerk gewonnen voor zijn opvattingen. Pelagius en zijn volgelingen werden meerdere malen veroordeeld, maar dat is niet het hele verhaal, want de overtuigingen die achter het pelagianisme liggen, zijn meer dan de ketterij van één man en zijn volgelingen. De wens om iets goeds te vinden in de gevallen mensheid en om kleine kinderen (in het bijzonder) te vrijwaren van de gevolgen van de erfzonde blijft erg sterk, net als het gevoel dat straf alleen moet worden opgelegd aan degenen die daadwerkelijke zonden begaan. Het idee dat er een universele menselijke zondigheid is waarvoor we allemaal verantwoordelijk zijn, is voor veel mensen moeilijk te accepteren, zelfs als ze officieel toegewijd zijn aan de principes van Augustinus. Als gevolg hiervan zijn pelagiaanse overtuigingen vandaag de dag nog steeds gebruikelijk, ook al is Pelagius zelf grotendeels vergeten.

 

Bron : Dr. Gerald Bray is onderzoeksprofessor voor Beeson Divinity School in Birmingham, Alabama. Hij is auteur van verschillende boeken, waaronder Augustine on the Christian Life en The Doctrine of God .

Pelagius vs. Augustinus :Augustinus verzette zich tegen Pelagius en betoogde dat de Schrift duidelijk leert dat ieder mens in zonde geboren wordt….

Augustinus verzette zich tegen Pelagius en betoogde dat de Schrift duidelijk leert dat ieder mens in zonde geboren wordt en dat hun geweten zo verdorven is dat zij van nature in opstand komen tegen God. Kortom, Augustinus’ standpunt was dat mensen zichzelf niet redden, omdat ze dat niet kunnen, en dat ze ook niet gered worden tegen hun wil, omdat ze dat niet willen. God moet hun wil inschikkelijk maken: “Noch de genade van God alleen, noch hij alleen, maar de genade van God met hem…” Op het concilie van Carthago in 412 na Chr. won Augustinus en liet Pelagius’ standpunten officieel veroordelen.

Augustinus vs. Pelagius

Augustinus : Als Christus niet ter dood was gebracht……

Als Christus niet ter dood was gebracht,

zou de dood niet gestorven zijn. De duivel werd

overwonnen door zijn eigen trofee van de overwinning.

De duivel sprong op van vreugde, toen hij

de eerste man verleidde en hem ter dood wierp.

Door de eerste man te verleiden, doodde hij hem: door

de laatste man te doden, verloor hij de eerste uit

zijn strik.

 

Augustinus van Hippo

Augustinus : Wanneer mensen ervoor kiezen om zich ver van het licht terug te trekken….

Onthoud dit.

Wanneer mensen ervoor kiezen om zich ver van een vuur terug te trekken, blijft het vuur warmte geven, maar krijgen ze het koud.

Wanneer mensen ervoor kiezen om zich ver van het licht terug te trekken, blijft het licht op zichzelf helder, maar zij zijn in duisternis. Dit is ook het geval wanneer mensen zich van God terugtrekken.

Onthoud dit

St Augustinus

St Cyrillus van Alexandrië : “Toen de dag aanbrak, riep hij zijn discipelen bij zich en uit hen koos hij er twaalf, die hij ook apostelen noemde…” – Lucas 6:13…….

“Toen de dag aanbrak, riep hij zijn discipelen bij zich en uit hen koos hij er twaalf, die hij ook apostelen noemde…” – Lucas 6:13

Onze Heer Jezus Christus heeft bepaalde mannen aangesteld om gidsen en leraren van de wereld en rentmeesters van Zijn goddelijke mysteriën te zijn. Nu gebiedt Hij hen om te schijnen als lampen en hun licht uit te werpen, niet alleen over het land van de Joden, maar over elk land onder de zon en over mensen, verspreid in alle richtingen en gevestigd in verre landen. Die man heeft naar waarheid gesproken die zei: ‘Niemand neemt eer op zich, behalve degene die door God geroepen is’, want het was onze Heer Jezus Christus die Zijn eigen discipelen vóór alle anderen riep tot een zeer glorieus apostolaat. Deze heilige mannen werden de pilaar en steunpilaar van de Waarheid en Jezus zei dat Hij hen zond, net zoals de Vader Hem had gezonden.

… Dienovereenkomstig, door te bevestigen dat zij door Hem gezonden zijn, net zoals Hij door de Vader gezonden is, vat Christus in een paar woorden de benadering samen die zij zelf zouden moeten nemen in hun bediening. Uit wat Hij zei, zouden zij opmaken, dat het hun roeping was om zondaren tot bekering te roepen, om hen te genezen die ziek waren, hetzij naar lichaam of geest, om in al hun handelingen nooit hun eigen wil te doen, maar de wil van Hem die hen gezonden heeft, en voor zover mogelijk, de wereld te redden door hun onderwijs.

Het is zeker in al deze opzichten dat we Zijn heilige discipelen zien streven om uit te blinken. Om dit vast te stellen is geen groot werk, een enkele lezing van de Handelingen van de Apostelen of van de geschriften van Paulus is voldoende.”

 

– St Cyrillus van Alexandrië (376-444) Bisschop, Fther & Doctor van de Kerk (Een uittreksel uit zijn Commentaar op het Evangelie van Johannes)

De 8 zaligsprekingen : Levenshouding binnen het koninkrijk van de hemel……

Christus spreekt, gezeten in de buitenlucht te midden van een aantal mensen, over de acht zaligheden. Om de voorstelling een ornamentele rand met verbeeldingen van de diverse zaligheden en de bijbehorende bijbelteksten. In de vier hoeken van de prent kleine portretten van de evangelisten. Onder de voorstelling twee regels Latijn (Mattheüs 5: 11).

Rijksmuseum – http://hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT.448644

Identificatie Titel(s): De acht zaligheden. Octo Beatitudines (titel op object) Objecttype: prent Objectnummer: RP-P-OB-10.250 Catalogusreferentie: The Illustrated Bartsch 26-a-2(2). Hollstein Dutch 62-2(2) New Hollstein Dutch 71-2(2) Opschriften / Merken: verzamelaarsmerk, verso linksonder, gestempeld: Lugt 240 Omschrijving: Christus spreekt, gezeten in de buitenlucht te midden van een aantal mensen, over de acht zaligheden. Om de voorstelling een ornamentele rand met verbeeldingen van de diverse zaligheden en de bijbehorende bijbelteksten. In de vier hoeken van de prent kleine portretten van de evangelisten. Onder de voorstelling twee regels Latijn (Mattheüs 5: 11). Vervaardiging Vervaardiger: prentmaker: Hendrick Goltzius (vermeld op object), naar eigen ontwerp van: Hendrick Goltzius (vermeld op object), uitgever: Theodoor Galle (vermeld op object) Plaats vervaardiging: prentmaker: Haarlem, uitgever: Antwerpen Datering: 1576 – 1580 en/of 1581 – 1633 Fysieke kenmerken: gravure Materiaal: papier Techniek: graveren (drukprocedé) Afmetingen: plaatrand: h 255 mm × b 188 mm Onderwerp Wat: beatitudes of the sermon on the mount. Christ’s sermon on the mount (Matthew 5-7) Verwerving en rechten Verwerving: overdracht van beheer 1816 Copyright: Publiek domein

+++++++++++++++++++++++

Levenshouding binnen het koninkrijk van de hemel

jDe zalligsprekingen van Jezus gaan over duurzaam levensgeluk en blijdschap. Het koninkrijk van de hemel is een GOED koninkrijk, want God is goed. En Jezus belooft het hoogst denkbare levensgeluk aan wie Hem trouw navolgen.

Deze zaligsprekingen behoren tot de kern van het onderwijs van Jezus over het koninkrijk van de hemel. Ze schetsen de normale manier van leven voor ware volgelingen van Jezus. Het zijn ook antwoorden op de vraag: hoe vind ik een duurzaam levensgeluk?

Veel Bijbellezers hebben moeite met de zaligsprekingen. Zij vinden dat Jezus wel erg hoge eisen stelt. Wie kan ooit voldoen aan al deze eigenschappen? Inderdaad legt Jezus de lat heel hoog en is Hij zelf de enige die volledig aan deze kenmerken voldoet. Maar het geheim van het koninkrijk is juist dat Jezus deze kwaliteiten wil ontwikkelen in de harten van gelovigen. Door de inwoning van de Heilige Geest kan een gelovige zich ontwikkelen in de richting van het karakter van Jezus en zal hij steeds meer van het karakter van Jezus laten zien.

De meest uitgebreide weergave van de zaligsprekingen lezen we in Matteüs 5:3-12 (iets aangepast weergegeven):

               – de gelukkigen :                  – de beloften

  1. gelukkig wie nederig van hart zijn    –     voor hen is het koninkrijk van de hemel
  2. gelukkig wie treuren – zij zullen getroost worden
  3. gelukkig wie zachtmoedig zijn – zij zullen het land bezitten
  4. gelukkig wie gerechtigheid doen     –      zij zullen verzadigd worden
  5. gelukkig wie barmhartig zijn –   zij zullen barmhartigheid ondervinden
  6. gelukkig wie zuiver van hart zijn zij zullen God zien.
  7. gelukkig wie vrede brengen –    zij zullen zonen van God genoemd worden
  8. gelukkig wie vervolgd worden – voor hen is het koninkrijk van de hemel

Bron: https://www.herschepping.nl/03jz/jzalig_01wat_zijn_zaligsprekingen.php