
God, het Woord van de algoede Vader, negeerde het menselijk ras, zijn eigen schepping, niet toen het terugviel in verdorvenheid, maar vernietigde door het offer van zijn eigen lichaam de dood die de mens had opgelopen, en door zijn onderricht corrigeerde hij hun nalatigheid. Zo herstelde hij door zijn macht alles wat tot het bezit van de mens behoort.
Iedereen kan hiervan een bevestiging vinden bij de eigen discipelen van de Heiland die over hem spraken, want in hun geschriften leest men: De liefde van Christus dringt ons, als wij oordelen dat als één voor allen stierf, dan stierven allen; en hij stierf voor allen, opdat wij niet langer voor onszelf zouden leven, maar voor hem die voor ons stierf en uit de doden opstond, onze Heer Jezus Christus. En nogmaals: Wij zien Jezus, die voor een korte tijd lager dan de engelen werd gemaakt, met heerlijkheid en eer gekroond, omdat hij de dood onderging, opdat hij door Gods genade voor allen de dood zou smaken. Dan laat de schrijver zien waarom het God het Woord moest zijn en niemand anders die mens werd: Het was inderdaad passend dat God, voor wie en door wie alle dingen bestaan, door vele zonen tot heerlijkheid te brengen, degene zou volmaken die hen tot zaligheid leidt. Daarmee bedoelt hij dat de taak om mensen terug te brengen uit de verdorvenheid waarin zij waren gevallen, aan niemand anders toebehoorde dan aan God het Woord, die hen in het begin had gemaakt. Verder laat de Schrift zien dat het Woord een lichaam aannam met het doel het te offeren ten behoeve van andere lichamen, zoals het zijne. De schrijver vervolgt: Omdat de kinderen bloed en vlees gemeenschappelijk hebben, heeft ook Hij er deel aan gehad, om door zijn dood hem die macht had over de dood, de duivel, teniet te doen en allen te bevrijden die gedurende hun hele leven door angst voor de dood verslaafd waren.
St Athanasius (ca.296-298)
Ook wel Athanasius de Grote genoemd, of Athanasius de Belijder, of, onde de Koptisch Christenen Athanasius de Apostolische genoemd.
