Spreuken 6 : 6-19 – bezinning uit de Bijbel….

Ga naar de mier, gij luiaard [Ga tot de mier, gij luiaard! zie haar wegen, en word wijs], bekijk haar gedrag en word wijs.  Zij heeft geen aanvoerder, geen opzichter, geen heerser,  maar zij zorgt toch ’s zomers voor haar proviand en slaat in de oogsttijd haar voedsel op.  Hoe lang blijft gij nog liggen, luiaard? Wanneer staat gij op uit uw slaap?  Nog even slapen, nog even rusten, nog even de armen over elkaar en liggen!  Zo overvalt u de armoede als een rover, het gebrek als een welbewapend man.  Een booswicht is het, een slechtaard, de man die rondgaat met leugenachtige mond,  die knipoogt, die met zijn voeten schuifelt, die met zijn vingers wijst.  Zijn hart zit vol slinkse streken; hij smeedt altijd maar kwalijke plannen en brengt ruzie teweeg.  Daarom zal het verderf hem eensklaps overvallen en zal hij ineens gebroken worden, onherstelbaar.  Dit zijn zes dingen, die Jahwe verfoeit, ja, zeven, die Hem een gruwel zijn:  hoogmoedige ogen, een leugenachtige tong en handen die onschuldig bloed vergieten,  een hart dat misdadige plannen smeedt en voeten die zich haastig reppen naar het kwade,  een valse getuige die leugens uitslaat en degene die onder broeders ruzie teweegbrengt.

Vertaling : Willibrord Bijbel

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Plaats een reactie