
“Want de Zoon des mensen is Heer, ja, van de sabbat.” – Mattheüs 12:8
“Mijn broeders, denk na over het grote mysterie van de harmonie en het verschil tussen de twee Wetten en twee volkeren. De mensen van weleer vierden Pesach, niet in het volle licht van de dag, maar in de schaduw van wat zou komen (Kol 2,17) en vijftig dagen na de viering van het Pascha… God gaf het de Wet, geschreven door Zijn eigen Hand op de berg Sinaï. God daalde neer op de berg Sinaï in het midden van het vuur en sloeg met verschrikking de mensen die ver weg stonden en met Zijn vinger schreef Hij de Wet op steen, niet in het hart (Ex 31,18). Aan de andere kant, toen de Heilige Geest op aarde neerdaalde, waren de discipelen allemaal op dezelfde plaats verzameld en in plaats van hen vanaf de hoogte van de berg angst aan te jagen, ging Hij het huis binnen waar ze zich hadden verzameld (Handelingen 2,1 e.v.). Uit de hoogten van de hemel kwam een enorm lawaai als dat van een sterke wind die naderde, maar dit geluid maakte niemand bang.
Je hebt het geluid gehoord, zie ook het vuur. Want op de berg zijn deze twee verschijnselen te onderscheiden: het lawaai en het vuur. Op de berg Sinaï was het vuur omgeven door rook, maar hier daarentegen heeft het een stralende helderheid: “Er verschenen hun tongen als van vuur, die zich scheidden.” Was dit een vuur dat angst aanwakkerde? Helemaal niet – “ze kwamen op elk van hen tot rust”.
.. Luister naar deze tongentaal en begrijp dat het de Geest is die schrijft, niet op steen maar in het hart. Daarom heeft de “Wet van de Geest van het leven”, geschreven in het hart en niet op steen, deze Wet van de Geest van het leven, die in Jezus Christus is, in wie het Pascha in alle waarheid is gevierd (1Kor 5,7), “u bevrijd van de Wet van de zonde en de dood” (Rom 8,2).
– Sint-Augustinus (354-430) bisschop, vader en kerkleraar – Preek 155
