
“Een christen mag de overtreder niet haten, noch kwaad met kwaad vergelden, noch branden van verlangen om hem te kwetsen, noch voldoening zoeken in wraak, zelfs als het hem wettelijk verschuldigd is. Integendeel, hij moet de belangen van de overtreder behartigen, aan zijn toekomst denken en hem van het kwaad weerhouden.”
— St. Augustinus van Hippo, Brief aan Nectarius (Brief 104)
“
