
Maar door de gebeden van de heilige Kerk, en door het heilbrengende offer, en door de aalmoezen die voor hun geesten worden gegeven, bestaat er geen twijfel over dat de doden worden geholpen, zodat de Heer barmhartiger met hen kan omgaan dan hun zonden zouden verdienen. De hele Kerk houdt zich aan deze praktijk die door de Vaders is doorgegeven: dat zij bidt voor hen die zijn gestorven in de gemeenschap van het Lichaam en Bloed van Christus,
vervolg……..
wanneer zij op hun eigen plaats in het offer zelf worden herdacht; en het offer wordt ook ter nagedachtenis aan hen, namens hen, aangeboden. Als dan werken van barmhartigheid worden gevierd ter wille van hen die worden herdacht, wie zou dan aarzelen om ze aan te bevelen, namens wie gebeden tot God niet tevergeefs worden aangeboden? Het is helemaal niet te betwijfelen dat zulke gebeden van nut zijn voor de doden; maar voor degenen onder hen die vóór hun dood op een manier leefden die het mogelijk maakt dat deze dingen voor hen nuttig zijn na de dood.
St.Augustinus : (Sermons 172.2)
