
Abba Daniël zei: In Babylon was de dochter van een belangrijk persoon bezeten door een duivel. Een monnik voor wie haar vader een grote genegenheid had, zei tegen hem: “Niemand kan uw dochter genezen, behalve enkele kluizenaars die ik ken; maar als u hun dat vraagt, zullen ze vanwege hun nederigheid niet instemmen. Laten we daarom dit doen: als ze naar de markt komen, kijk dan alsof u hun goederen wilt kopen en als ze komen om de prijs te ontvangen, zullen we hen vragen om een gebed te zeggen en ik geloof dat ze genezen zal worden.” Toen ze op de markt kwamen, vonden ze een leerling van de oude mannen die daar zat om hun goederen te verkopen en ze leidden hem weg met de manden, zodat hij de prijs ervan zou ontvangen. Maar toen de monnik het huis bereikte, kwam de door de duivel bezeten vrouw en sloeg hem. Maar hij keerde alleen de andere wang toe, overeenkomstig het bevel van de Heer. (Matt. 539) De duivel, hierdoor gekweld, riep uit: “Wat een geweld! Het gebod van Jezus drijft mij eruit.” Onmiddellijk werd de vrouw gereinigd. Toen de oude mannen kwamen, vertelden ze hun wat er gebeurd was en ze verheerlijkten God door te zeggen: ‘Zo wordt de trots van de duivel vernederd, door de nederigheid van het gebod van Christus.’
Bron: http://www.ldysinger.com/@texts/0400_apophth/greek_alph/02_delta-iota.htm
