
“Het is niet genoeg voor een christen om kwaad, lafheid, leugens en geweld, haat en onderdrukking te veroordelen,” verklaarde hij ooit. “Hij moet te allen tijde een getuige en verdediger zijn van rechtvaardigheid, goedheid, waarheid, vrijheid en liefde. Hij mag nooit moe worden om deze waarden te claimen als een recht voor zichzelf en anderen.”
Jerzy Popielusko
[Jerzy Popieluszko, geboren in het kleine dorpje Okopy in het noordoosten van Polen in september 1947, leek in zijn vroege jaren een zeer onwaarschijnlijke held. Hij was klein, fragiel, ziekelijk, introvert en van gemiddelde intelligentie. Op 17-jarige leeftijd reisde hij naar Warschau met de bedoeling om te studeren voor een rustig leven als priester. Hij zou nog maar 20 jaar leven, maar voordat hij stierf, werd hij door het regime gezien als de gevaarlijkste man in Polen. Voor miljoenen andere Polen was hij een baken van hoop geworden; zijn enige wapens waren de waarheid en zijn moed.]
