
Mozes sprak van aangezicht tot aangezicht met God, zoals de Schrift getuigt, en hij verwierf daardoor een nog groter verlangen naar deze kussen na de theofanieën. Hij zocht God alsof hij Hem nooit had gezien. Zo is het ook met alle anderen in wie het verlangen naar God diep verankerd is: zij houden nooit op te verlangen, maar elk genot van God veranderen zij in het aanwakkeren van een nog intenser verlangen.
-Gregorius van Nyssa
