
“Dat is verbazingwekkende genade!
Want wat waren wij voordat Christus ons
had uitverkoren, behalve dat wij goddeloos en verloren waren?
Wat heeft Hij dan uitverkoren in hen die niet goed zijn?
Je kunt niet zeggen: ik ben uitverkoren omdat ik geloofde.
Want als je in Hem geloofde,
had je Hem al gekozen.
En gij kunt niet zeggen, dat ik vroeger geloofde, goede werken
deed, en daarom uitverkoren was.
Want welk goed werk gaat er
voor het geloof uit, als de apostel zegt:
“Al wat niet uit het geloof is, is zonde?”
Wat valt er dan
anders te zeggen dan dat wij goddeloos waren en uitverkoren waren,
opdat wij door de genade uitverkoren te zijn,
goed zouden worden?”
Sint-Augustinus (354-430)
