
“En Jakob verwekte Jozef, de man van Maria, en uit haar werd Jezus geboren, Die Christus genoemd wordt.” – Mattheüs 1:16
“Geliefden, de dag van de gezegende en altijd eerbiedwaardige Maagd Maria, zo lang gewenst, is aangebroken. Laat ons land zich verheugen in de grootste vreugde. Laat het schijnen in het licht van de geboorte van zo’n maagd. Want zij is de bloem van het veld, uit haar bloeide de kostbare lelie van de valleien. Door haar geboorte is de natuur die we van onze eerste ouders hebben geërfd, veranderd. Hun zonde is uitgewist. Die ongelukkige vloek van Eva, waarin werd gezegd: ‘In droefheid zult gij kinderen baren’, is in het geval van Maria geëindigd, want zij baarde de Heer in vreugde.
Eva treurde – Maria verheugde zich! Eva droeg tranen in haar schoot, Maria vreugde. Eva baarde de zondares, Maria de onschuld. De moeder van het menselijk ras bracht straf in de wereld; de moeder van de Heer redding. Eva was de bron van de zonde, Maria van genade. Eva heeft schade berokkend door de dood te brengen, Maria heeft haar geholpen, door leven te geven. De eersten gewond, de laatsten genezen. Gehoorzaamheid kwam in de plaats van ongehoorzaamheid; Trouw verzoent ontrouw.
Nu mag Maria melodieën spelen op het orgel. Mogen nu de actieve vingers van de jonge moeder de timbrels raken. Nu mogen de koren met vreugde zingen. Laat nu de zoetste liederen zich vermengen met de wisselende harmonieën. Hoor hoe zij, onze timbrelspeelster, zingt: ‘Mijn ziel verheerlijkt de Heer en mijn geest verheugt zich in God, mijn Verlosser. Omdat Hij de nederigheid van Zijn dienstmaagd heeft aanschouwd, want zie, van nu af aan zullen alle geslachten Mij zalig prijzen. Want Hij, Die machtig is, heeft grote dingen voor mij gedaan. De wonderbaarlijke wedergeboorte overwon de heersende dwaling. De lofzang van Maria verstomde het geweeklaag van Eva.”
– H. Augustinus (354-430) Bisschop, Vader en Doctor van de Genade (Preek over het feest van de Geboorte van de Maagd Maria).
