
Ik dacht dat ik mezelf zag gekleed in een gewaad van grote witheid en glans. Eerst kon ik niet zien wie mij kleedde, maar later zag ik Onze Lieve Vrouw aan mijn rechterhand en mijn vader Sint Jozef aan mijn linkerhand, en zij waren het die mij dat gewaad aandeden. Ik kreeg te horen dat ik nu gereinigd was van mijn zonden. (Life 33,14)
Ze vertelt verder over deze intimiteit
met de Maagd Maria, nam me bij de handen, want door het
vertrouwen werd haar een groot genoegen gegeven door
de glorieuze St. Jozef te dienen.
Liefde en zegeningen
