
St. Augustinus zegt dat wanneer we vragen dat de naam van de Heer heilig wordt gemaakt, we eigenlijk vragen dat ons de gave van Heiligheid in ons leven wordt gegeven, zodat Zijn naam in ons wordt geheiligd. Want Hij is God en heeft ons niet nodig om om Zijn heiligheid te vragen.

Verhandeling over de gave van volharding,
Wij zeggen: ‘Uw naam worde geheiligd;’ niet dat wij God vragen dat Hij door onze gebeden geheiligd mag worden, maar dat wij Hem smeken dat Zijn naam in ons geheiligd mag worden.
Maar door wie wordt God geheiligd, aangezien Hij zichzelf heiligt? Welnu, omdat Hij zegt: Wees heilig, want Ik ben ook heilig, vragen en smeken wij dat wij, die geheiligd werden in het doopsel, mogen volharden in datgene wat wij begonnen zijn te zijn.
St Augustinus: Verhandeling over de gave van volharding.
