De heilige Augustinus zegt ons dat de Kerk naast de Schrift ook de dingen van de traditie als gezaghebbend beschouwde, die deel uitmaakten van de geloofsschat en die door de apostolische successie van de apostelen waren overgeleverd. Hij zegt ons dat dit overal door de hele Kerk wordt erkend.

Wat betreft de andere zaken die wij niet op gezag van de Schrift, maar op gezag van de traditie aanhangen en die in de hele wereld in acht worden genomen, kan men ervan uitgaan dat ze zijn goedgekeurd en ingesteld door de apostelen zelf of door voltallige concilies, waarvan het gezag in de Kerk het nuttigst is, bijvoorbeeld de jaarlijkse herdenking, door speciale plechtigheden, van het lijden van de Heer, de opstanding en de hemelvaart, en van de neerdaling van de Heilige Geest uit de hemel, en al het andere dat op dezelfde manier door de hele Kerk in acht wordt genomen, waar deze ook is gevestigd.
St Augustinus, brief 54
