
Verhandeling over de gave van volharding
Nu, bovendien, wanneer de heiligen zeggen: “Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van het kwade,” waar bidden zij dan om, anders dan dat zij in heiligheid mogen volharden? Want, voorzeker, wanneer die gave Gods hun wordt geschonken,–die voldoende duidelijk wordt getoond Gods gave te zijn, aangezien het van Hem wordt gevraagd–die gave Gods, dan, aan hen geschonken, dat zij niet in verzoeking mogen worden geleid, dan laat geen van de heiligen na zijn volharding in heiligheid te bewaren, zelfs tot het einde toe. Want er is niemand die ophoudt te volharden in het Christelijke doel, tenzij hij eerst in verzoeking wordt geleid. Indien het hem dus wordt geschonken overeenkomstig zijn gebed, dat hij niet geleid mag worden, dan blijft hij zeker door de gave Gods volharden in die heiliging, die hij door de gave Gods heeft ontvangen.
St .Augustinus
