St Augustinus : Wie Mij dient, moet Mij volgen, en waar Ik ben, daar zal ook Mijn dienaar zijn. De Vader zal ieder eren die Mij dient.” – Joh. 12:26…

SERVANT

“Wie Mij dient, moet Mij volgen, en waar Ik ben, daar zal ook Mijn dienaar zijn. De Vader zal ieder eren die Mij dient.” – Joh. 12:26

“De dienaren van Christus zijn degenen die meer op Zijn dingen letten dan op die van henzelf. “Laat hem mij volgen” betekent “Laat hem in mijn wegen wandelen en niet in de zijne”, zoals elders staat. Want als hij de hongerigen van voedsel voorziet, moet hij dat doen in de vorm van barmhartigheid, niet om erover op te scheppen. Hij zou daar niets anders moeten zoeken dan goed te doen en zijn linkerhand niet te laten weten wat zijn rechterhand doet. Met andere woorden, elk werk van liefdadigheid zou volkomen verstoken moeten zijn van elke gedachte van “wat heb ik eraan”. Degene die op deze manier dient, dient Christus en zal terecht tot Hem gezegd worden: “In zoverre gij dit gedaan hebt voor een van de geringsten van hen die de mijnen zijn, hebt gij het voor Mij gedaan.” En wie Christus op deze wijze dient, zal door Zijn Vader geëerd worden met de bijzondere eer om bij Zijn Zoon te zijn en nooit meer aan niets gebrek aan zijn geluk te hebben. En dus, als je de Heer hoort zeggen: “Waar Ik ben, daar zal ook Mijn dienaar zijn”, denk dan niet alleen aan goede bisschoppen en geestelijken. Maar u moet zelf ook Christus dienen op uw eigen manier door een goed leven, door te geven aan de armen, door Zijn naam en leer zo goed mogelijk te verkondigen. Elke vader [of moeder] zal ook een kerkelijk en bisschoppelijk ambt vervullen door Christus in hun eigen huis te dienen wanneer ze hun gezin dienen, zodat ook zij voor altijd bij Hem kunnen zijn.”

 j– St Augustinus (354-430) Bisschop van Hippo, Vader en Doctor in de Genade van de Kerk – Tractaten over het Evangelie van Johannes, 51. okt.

 

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Plaats een reactie