
ADVENT (eerste week)
Lucas , 10-18
De mensen stelden hem nu de vraag: ‘Wat moeten wij dan doen?’ Hij gaf hun ten antwoord: ‘Wie dubbele kleding heeft, laat hij delen met wie niets heeft en wie voedsel heeft, laat hij hetzelfde doen.’ Er kwamen ook tollenaars om gedoopt te worden en ze vroegen hem: ‘Meester, wat moeten wij doen?’ Hij zei hun: ‘Niet méér vragen dan voor u is vastgesteld.’ Ook soldaten ondervroegen hem: ‘En wij, wat moeten wij doen?’ Hij antwoordde: ‘Niemand uitplunderen, niemand iets afpersen, maar tevreden zijn met uw soldij.’ Omdat het volk vol verwachting was en iedereen zich aangaande Johannes de vraag stelde, of hij niet de Messias zou zijn, gaf Johannes aan allen het antwoord: ‘Ik doop u met water, maar er komt iemand die sterker is dan ik; ik ben niet waardig de riem van zijn sandalen los te maken. Hij zal u dopen met de heilige Geest en met vuur. De wan heeft Hij in zijn hand om zijn dorsvloer grondig te zuiveren en zijn tarwe te verzamelen in de schuur, maar het kaf zal Hij verbranden in onblusbaar vuur.’ Zo en met nog vele andere vermaningen verkondigde hij aan het volk de Blijde Boodschap.
Grote God,
In deze weken kijken wij vol verwachting uit.
We geloven dat U naar ons toekomt.
Gelukkig dat U niet wacht tot wij er
op een of andere manier klaar voor zijn.
“Hoe zouden wij U vinden, God,
als Gij ons niet bekeert?”
Toch doet de vreugde om uw nabijheid
ons vragen : “Wat moeten wij doen ?”
U geeft aan iedereen een eigen antwoord
omdat U iedereen met naam en toenaam kent.
Maak ons onbevreesd om eerlijk deze vraag te
stellen en open onze oren voor het antwoord
dat U in ons hart fluistert,
Gee ons de moed om met kleine maar
concrete stappen een weg van bekering te gaan,
Niet zoals wij die dromen, maar zoals U die
verlangt.
Wijs ons uw wegen en schenk ons uw vreugde.
Amen
