
(Dit is een samenvatting van bovenstaand artikel)
Het is waar, de vrijheid van mijn wil is een groot goed. Maar deze vrijheid is geen absolute zelfvoorziening. Als de essentie van vrijheid slechts het maken van keuzes zou zijn, dan zou alleen al het maken van keuzes onze vrijheid vervolmaken….. Ik vind in mezelf niet de kracht om gelukkig te zijn door alleen maar te doen wat ik wil. Integendeel, als ik niets doe behalve wat mijn eigen fantasie behaagt, zal ik bijna de hele tijd ongelukkig zijn….. Mijn vrije wil consolideert en perfectioneert zijn eigen autonomie door zijn actie vrijelijk te coördineren met de wil van een ander. Er is iets in de aard van mijn vrijheid dat me ertoe aanzet lief te hebben, goed te doen, mezelf aan anderen toe te wijden. Ik heb een instinct dat me vertelt dat ik minder vrij ben als ik alleen voor mezelf leef….. er is maar één wil in wiens dienst ik perfectie en vrijheid kan vinden. Mijn vrijheid blindelings geven aan een wezen dat gelijk of inferieur is aan mijzelf is mijzelf degraderen en mijn vrijheid weggooien. Blindelings mijn vrijheid geven aan een wezen gelijk aan of inferieur aan mezelf is mezelf onteren en mijn vrijheid weggooien. Ik kan alleen vrij zijn door de wil van God te dienen. Als ik in feite andere mensen gehoorzaam en dien, dan doe ik dat niet omwille van hen alleen, maar omdat hun wil het sacrament is van de wil van God. Gehoorzaamheid aan mensen heeft geen betekenis tenzij het in de eerste plaats gehoorzaamheid aan God is.
Thomas Merton (Trappist)
