
Augustinus from Sermon 62
“Lord, I am not worthy”
When the gospel was read, we heard Jesus praise our faith in an act of humility. When the Lord Jesus, you remember, promised he would go to the centurion’s house to heal his servant, the man replied, “I am not worthy that you should enter under my roof, but only say the word, and he will be healed”. By calling himself unworthy, he showed he was worthy to have Christ enter, not within his walls, but within his heart…
There would, after all, have been no great benefit if the Lord Jesus had entered within his walls, and had not been in his bosom. Christ, the teacher of humility by both word and example had, you may remember, sat down in the house of a certain proud Pharisee called Simon (Lc 7,36f.). And though he was sitting in his house, there wasn’t anywhere in his heart where the Son of man might lay his head (Lk 9,58)… But into this centurion’s house he never entered, yet he took possession of his heart… So this man’s faith is discerned and praised in an act of humility. He said, “I am not worthy that you should enter under my roof” and the Lord said, “Amen I tell you, I have not found such great faith in Israel”… The Lord had come to Israel according to the flesh, that is to the Jews, there first to seek the sheep that were lost (Lk 15,4)… We, as human beings, can assess the faith of human beings – from the outside; he, who could look inside, whom no one could deceive, bore witness to the faith of this man, and on hearing his humble words, he gave him a clean bill of health.

Augustinus uit Preek 62
“Heer, ik ben het niet waard”
Toen het evangelie werd voorgelezen, hoorden we Jezus ons geloof prijzen in een daad van nederigheid. Toen de Heer Jezus, weet u nog, beloofde dat hij naar het huis van de hoofdman zou gaan om zijn dienaar te genezen, antwoordde de man: “Ik ben het niet waard dat u onder mijn dak komt, maar spreek een woord en hij zal genezen worden.” Door zichzelf onwaardig te noemen, liet hij zien dat hij het waard was dat Christus binnenkwam, niet binnen zijn muren, maar in zijn hart…
Het zou immers geen groot voordeel zijn geweest als de Heer Jezus binnen zijn muren was gekomen en niet in zijn boezem was geweest. Christus, de leraar van nederigheid door zowel woord als voorbeeld, had, weet u nog, gezeten in het huis van een zekere trotse Farizeeër, Simon genaamd (Lc 7,36v.). En hoewel Hij in zijn huis zat, was er geen plaats in zijn hart waar de Mensenzoon zijn hoofd kon neerleggen (Lc 9,58)… Maar in het huis van deze hoofdman is Hij nooit binnengegaan, maar Hij heeft zijn hart in bezit genomen… Zo wordt het geloof van deze man onderscheiden en geprezen in een daad van nederigheid. Hij zei: “Ik ben niet waardig dat u onder mijn dak komt” en de Heer zei: “Voorwaar, Ik zeg u, Ik heb zo’n groot geloof in Israël niet gevonden”… De Heer was naar het vlees naar Israël gekomen, dat wil zeggen naar de Joden, om daar als eerste de schapen te zoeken die verloren waren (Lc 15,4)… Wij, als mensen, kunnen het geloof van mensen beoordelen – van buitenaf; Hij, die naar binnen kon kijken, die niemand kon misleiden, getuigde van het geloof van deze man, en toen Hij zijn nederige woorden hoorde, gaf hij hem een gezondheidsverklaring.
Augustinus uit Preek 62
“Heer, ik ben het niet waard”

