Abba Poemen : Enkele geselecteerde uitspraken van Abba Poemen….

POEMEN

Abba POEMEN

Enkele geselecteerde uitspraken van Abba Poemen [uit de uitspraken van de woestijnvaders]

1. Toen hij nog jong was, ging Abba Poemen op een dag naar een oude man om hem te vragen naar drie gedachten. Toen hij de oude man had bereikt, vergat hij er een van de drie en ging terug naar zijn cel. Maar toen hij zijn hand uitstrekte om de sleutel om te draaien, herinnerde hij zich de gedachte die hij was vergeten en liet de sleutel achter, en keerde terug naar de oude man. De oude man zei tegen hem: ‘Kom snel, broeder.’ Hij vertelde hem: ‘Op het moment dat ik mijn hand uitstrekte om de sleutel te pakken, herinnerde ik me de gedachte die ik probeerde te vinden; dus deed ik de deur niet open, maar ben op mijn schreden teruggekeerd.’ Nu was de lengte van de weg erg groot en de oude man zei tegen hem: ‘Poemen, herder van de kudde, uw naam zal in heel Egypte bekend zijn.’

4. Voordat de groep van Abba Poemen daar aankwam, was er een oude man in Egypte die aanzienlijke roem en aanzien genoot. Maar toen de groep van Abba Poemen naar Scetis ging, verlieten mannen de oude man om Abba Poemen te gaan zien. Abba Poemen was hier bedroefd over en zei tegen zijn discipelen: ‘Wat moeten we doen met deze grote oude man, want mensen bedroeven hem door hem te verlaten en naar ons te komen die niets zijn? Wat moeten we dan doen om deze oude man te troosten?’ Hij zei tegen hen: ‘Maak wat eten klaar en neem een ​​zak wijn en laten we naar hem toe gaan en met hem eten. En zo zullen we hem kunnen troosten.’ Dus ze maakten wat eten klaar en gingen. Toen ze op de deur klopten, antwoordde de discipel van de oude man en zei: ‘Wie ben je?’ Ze antwoordden: ‘Zeg tegen de abba dat het Poemen is die door hem gezegend wil worden.’ De discipel meldde dit en de oude man stuurde hem om te zeggen: ‘Ga weg, ik heb geen tijd.’ Maar ondanks de hitte hielden ze vol en zeiden: ‘We gaan niet weg voordat we de oude man hebben mogen ontmoeten.’ Toen hij hun nederigheid en geduld zag, werd de oude man vervuld van berouw en deed de deur voor hen open. Toen gingen ze naar binnen en aten met hem. Tijdens de maaltijd zei hij: ‘Waarlijk, niet alleen wat ik over u heb gehoord is waar, maar ik zie dat uw werken honderd keer groter zijn,’ en vanaf die dag werd hij hun vriend.

12. Een broeder ondervroeg Abba Poemen en zei: ‘Ik heb een grote zonde begaan en ik wil drie jaar lang boete doen.’ De oude man zei tegen hem: ‘Dat is veel.’ De broeder zei: ‘Voor één jaar?’ De oude man zei opnieuw: ‘Dat is veel.’ Degenen die aanwezig waren, zeiden: ‘Voor veertig dagen?’ Hij zei opnieuw: ‘Dat is veel.’ Hij voegde eraan toe: ‘Ik zeg zelf dat als iemand met heel zijn hart berouw toont en niet meer van plan is om de zonde te begaan, God hem na slechts drie dagen zal aanvaarden.’

15. Abba Anoub vroeg Abba Poemen naar de onzuivere gedachten die het hart van de mens voortbrengt en naar ijdele verlangens. Abba Poemen zei tegen hem: ‘Is de bijl nuttig zonder iemand die ermee hakt? (Jes. 10.15) Als je geen gebruik maakt van deze gedachten, zullen ze ook ineffectief zijn.’

 

20. Abba Jesaja ondervroeg Abba Poemen over het onderwerp van onreine gedachten. Abba Poemen zei tegen hem: ‘Het is alsof je een kist vol kleren hebt, als je ze in wanorde achterlaat, raken ze in de loop van de tijd bedorven. Zo is het ook met gedachten. Als we er niets aan doen, raken ze in de loop van de tijd bedorven, dat wil zeggen, ze vallen uiteen.’

21. Abba Joseph stelde dezelfde vraag en Abba Poemen zei tegen hem: ‘Als iemand een slang en een schorpioen in een fles opsluit, zullen ze op den duur volledig vernietigd worden. Zo is het ook met kwade gedachten: ze worden door demonen ingegeven; ze verdwijnen door geduld.’

27. Hij zei ook: ‘Een man lijkt misschien stil, maar als zijn hart anderen veroordeelt, brabbelt hij onophoudelijk. Maar er kan een ander zijn die van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat praat en toch is hij werkelijk stil; dat wil zeggen, hij zegt niets dat niet nuttig is.

 

29. Abba Poemen zei: ‘Als drie mannen elkaar ontmoeten, van wie de eerste de innerlijke vrede volledig bewaart, de tweede God dankt bij ziekte en de derde met een zuivere geest dient, dan doen deze drie hetzelfde werk.’

 

36. Hij zei ook: ‘Jezelf voor God werpen, je vooruitgang niet meten, alle eigen wil achter je laten; dat zijn de instrumenten voor het werk van de ziel.’

 
 
 

 

 
 

 

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Plaats een reactie