Toen
Toen Jezus hun geloof zag, zei Hij tegen de verlamde: ‘Uw zonden zijn u vergeven’ Matth.9:2 . De Heer is groot! Ter wille van de eersten vergeeft hij de laatsten! Hij verhoort het gebed van de eerste en vergeeft de zonden van de tweede.
O mensen, hoe komt het dat uw medereiziger vandaag niets voor u kan doen, terwijl Zijn dienaar met de Heer het recht heeft om tussenbeide te komen en te ontvangen?
Gij die oordeelt, leert vergeven en gij die ziek zijt, leert smeken. Als je geen hoop hebt op onmiddellijke vergeving voor ernstige zonden, wend je dan tot voorbidders, wend je tot de Kerk die voor je zal bidden. Dan zal de Heer je ter wille van haar de vergeving schenken die Hij je misschien had kunnen ontzeggen. We negeren de historische waarheid van de genezing van de verlamde niet, maar bovenal erkennen we de genezing van zijn innerlijke zelf, wiens zonden zijn vergeven. …
De Heer wil zondaars redden; Hij demonstreert Zijn Goddelijkheid door Zijn kennis van wat geheim is en door de wonderen van Zijn daden. “Watis gemakkelijker te zeggen,” vraagt hij: “‘Uw zonden zijn u vergeven’ of ‘Sta op en wandel’?” Hier geeft Hij ons een volledig beeld van de verrijzenis, want door de wonden van ziel en lichaam te genezen … de hele mens is genezen!” –
De heilige Ambrosius (340-397), aartsbisschop van Milaan, vader en kerkleraar (Commentaar op het Evangelie V van de heilige Lucas, 11-13).
Bron : Anastpaul.com
