St Augustinus : Als geloof nu eenmaal uit vrije wil is en niet door God gegeven wordt, waarom bidden we dan voor hen die niet willen geloven…

AUG123

Als geloof nu eenmaal uit vrije wil is en niet door God gegeven wordt, waarom bidden we dan voor hen die niet willen geloven, opdat zij mogen geloven? Dit zou absoluut nutteloos zijn om te doen, tenzij we met volmaakte juistheid geloven dat de Almachtige God in staat is om perverse en tegengestelde geloofswil tot geloof te keren.

en verder :

 De vrije wil van de mens wordt aangesproken als er gezegd wordt: “Vandaag, indien gij Zijn stem hoort, verhardt uw harten niet.” Maar als God niet in staat was om zelfs de koppigheid en hardheid van het menselijk hart weg te nemen, zou Hij niet door de profeet zeggen: “Ik zal hun stenen hart uit hen wegnemen en hun een hart van vlees geven.” Dat dit alles voorspeld werd met betrekking tot het Nieuwe Testament, wordt duidelijk genoeg aangetoond door de apostel wanneer hij zegt: “Gij zijt onze brief,… niet met inkt geschreven, maar met de Geest van de levende God; niet op stenen tafelen, maar op vleselijke tafelen van het hart.” Wij moeten natuurlijk niet veronderstellen dat een dergelijke uitdrukking wordt gebruikt alsof zij die geestelijk zouden moeten leven, op een vleselijke manier zouden kunnen leven; maar aangezien een steen geen gevoel heeft, waarmee het harde hart van de mens wordt vergeleken, wat bleef er dan over om het intelligente hart van de mens te vergelijken met het vlees, dat gevoel bezit? Want dit is wat de profeet Ezechiël zegt: “Ik zal hun een ander hart geven, en Ik zal een nieuwe geest in hun binnenste leggen; en Ik zal het stenen hart uit hun vlees wegnemen, en Ik zal hun een hart van vlees geven, opdat zij in mijn inzettingen wandelen, en mijn verordeningen houden en die doen; en zij zullen mijn volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn, spreekt de HEERE.” Kunnen wij nu mogelijk, zonder extreme absurditeit, volhouden dat er eerder in iemand de goede verdienste van een goede wil bestond, om hem het recht te geven op de verwijdering van zijn stenen hart, terwijl dit stenen hart ondertussen niets anders betekent dan een wil van de hardste soort en van dien aard, die absoluut onbuigzaam is tegenover God? Want waar goede wil voorafgaat, is uiteraard geen hart van steen meer.

St Augustinus

Bron : https://www.logoslibrary.org/augustine/grace1/14.html

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Plaats een reactie