Theresia van Lisieux : Moge er vandaag vrede in je zijn…….

FREEDOM

“Moge er vandaag vrede in je zijn. Moge je erop vertrouwen dat je precies bent waar je hoort te zijn. Moge je de oneindige mogelijkheden die geboren worden uit geloof in jezelf en anderen niet vergeten. Moge je de gaven die je hebt ontvangen gebruiken en de liefde die je is gegeven doorgeven. Moge je tevreden zijn met jezelf zoals je bent. Laat deze kennis zich nestelen in je botten en geef je ziel de vrijheid om te zingen, dansen, prijzen en liefhebben. Het is er voor ieder van ons.” …”

― Heilige Theresia van Lisieux

Gregorius van Nyssa : Mozes sprak met God van aangezicht tot aangezicht……

NYSSA7

Mozes sprak met God van aangezicht tot aangezicht, zoals de Schrift getuigt, en hij kreeg daardoor een nog groter verlangen naar deze kussen na de theofanieën. Hij zocht God alsof hij Hem nooit had gezien. Zo is het met alle anderen in wie het verlangen naar God diep verankerd is: ze houden nooit op met verlangen, maar elk genieten van God maken ze tot het aanwakkeren van een nog intenser verlangen.

Gregorius van Nyssa

Metr.Anthony Bloom : Stel jezelf open voor de liefde…….

Metro

Stel jezelf open voor de liefde… Stel jezelf open! Kijk – er is zoveel om van te houden, er zijn er zoveel om van te houden! Er is zo’n oneindig aantal manieren waarop liefde kan worden ervaren, vervuld en bereikt. Open jezelf en heb (anderen) lief – want dit is de weg van het kruis… de wonderbaarlijke manier waarop je jezelf onvoorwaardelijk geeft, je van jezelf afwendt, alleen voor de ander bestaat, liefhebt met heel je wezen, zodat je alleen omwille van jezelf bestaat van de ander – dit is het kruis en de glorie van het kruis.”

Anthony Bloom

Thomas Merton : Als we dwaas genoeg zijn om afhankelijk te blijven van de mensen die ons geluk willen verkopen, zal het onmogelijk zijn om ooit tevreden te zijn met wat dan ook….

THOMAS70

Als we dwaas genoeg zijn om afhankelijk te blijven van de mensen die ons geluk willen verkopen, zal het onmogelijk zijn om ooit tevreden te zijn met wat dan ook. Hoe zouden zij er profijt van hebben als wij tevreden zouden worden? We zouden hun nieuwe product niet meer nodig hebben.

Het laatste wat de verkoper wil, is dat de koper tevreden wordt. Je bent nutteloos in onze welvarende maatschappij, tenzij je altijd op het punt staat te begrijpen wat je nooit hebt gehad. De Grieken waren niet zo slim als wij. Op hun primitieve manier stopten ze Tantalus in de hel. Madison Avenue zou ons daarentegen ervan overtuigen dat Tantalus in de hemel is.

Thomas Merton Trappist

St Augustinus : Augustinus over liefde…….

AUGUST88

vätý Augustín – Stredoeurópsky maliar z 2. polovice 18. storočia – Stadsgalerij van Bratislava, GMB

Augustinus over de liefde

Waarnemer van het menselijk hart

jIn zijn commentaar op de eerste brief van Johannes is de liefde het centrale onderwerp. ‘Wat Augustinus zelf doorleefd heeft van de menselijke liefde en waarin hij ons rijkelijk laat delen, behoort tot het beste dat er ooit over geschreven is.’

Dit schrijft prof. Tars van Bavel, OSA in zijn inleiding op Augustinus’ Preken over de Eerste Brief van Johannes. Augustinus heeft in de loop van het jaar 407 de Eerste brief van Johannes in een aantal preken toegelicht. Augustinus is dan 53 jaar en wat hij verwoordt is uit het leven gegrepen. Het is vaak zo diep menselijk wat hij naar voren brengt, dat het niets aan actualiteit heeft ingeboet.

uit de inleiding:

De actualiteit van Augustinus komt vooral tot uiting in het centrale onderwerp van zijn commentaar: de liefde. Wat Augustinus zelf doorleefd heeft van de menselijke liefde en waarin hij ons rijkelijk laat delen in deze bladzijden, behoort tot het beste dat er ooit over geschreven is. Daar blijkt wat een fijn waarnemer van het menselijk hart Augustinus geweest is, en hoe persoonlijk hij zich bezonnen heeft over de menselijke psyche. Bepaalde uitspraken uit deze preken zijn overbekend.       

Om er enkele op te noemen: “Bemin, en doe dan wat u wilt”, “Zoals iemand bemint, zo is hij ook”, “Wie de liefde bezit, ziet God want God is liefde”, “Zo zal er één Christus zijn, die zichzelf bemint”, “Heel het leven van een christen is niets anders dan heilig verlangen”. Maar het is jammer dat de kennis van dit werk vaak beperkt blijft tot deze slagzinnen. Het is een verrijking het geheel van het werk te lezen want daardoor winnen deze losse uitspraken ongetwijfeld aan diepte.

De liefde voor de medemens is God beminnen

De enthousiaste toon van deze preken werkt aanstekelijk op de lezer. Het lijkt wel of Augustinus voor het eerst de volle diepte van de liefde tot de mens ontdekt, of hij een oud gegeven ziet in een nieuw licht. Hij schijnt zelf verrast door zijn studie van de eerste brief van Johannes en de vreugde om zijn inzicht wil hij koste wat kost meedelen. Inderdaad “God is liefde”. Maar het merkwaardige is dat Augustinus niet stil blijft staan bij God zelf, maar alle aandacht vraagt voor de liefde tot de medemens. Er is hier een soort verdieping te bespeuren in het denken van Augustinus. De nadruk wordt verlegd van God naar de mens. Dit is geheel in overeenstemming met de grondtoon van de brief van Johannes. Daarom zou het mij niet verwonderen dat juist de intensieve bezinning op Johannes een heel bijzondere rol gespeeld heeft in de ontwikkeling van Augustinus’ geestelijk leven. Ik meen dat Paul Agaësse gelijk heeft met zijn beschrijving van deze evolutie. Aanvankelijk zag Augustinus de liefde tot de naaste hoofdzakelijk als een wieg van de liefde tot God. De liefde tot de mens was voor hem slechts een voorbereiding op de Godsliefde, niet meer dan een oefening tot de liefde voor God. Tussen beide vormen van liefde lag voor Augustinus aanvankelijk nog een hele kloof.

In dit werk zien we echter een andere benaderingswijze van de menselijke liefde. Hier verdwijnt elke breuk of afstand tussen beide vormen van liefde. Augustinus geeft zich alle moeite om de eenheid tussen de liefde tot de medemens en de liefde tot God duidelijk te maken. Op radicale wijze toont hij aan dat de mens beminnen hetzelfde is als God beminnen, dat alle echte liefde noodzakelijk ook liefde tot God is. Het is eenvoudig onmogelijk God te beminnen als men de mens niet liefheeft. Het is iets wonderlijks – en het is goed voor de mens zich daarover te verwonderen – dat de liefde tot de mens ons verenigt met God. Augustinus drukt die verwondering zo uit: zodra iemand de mens begint te beminnen, begint God in hem te wonen en gaat hij met God en zoals God beminnen. Zozeer is Augustinus gegrepen door de verheven grootheid van de liefde voor de medemens, dat hij durft zeggen: ‘de aanwezigheid van de broederlijke liefde heft alle andere zonden op, maar het ontbreken van de liefde bekrachtigt alle andere zonden’ (preek 5,3).

BAVEL1

Fresco in de refter van het gewezen augustijnse klooster Mariënhage

foto: fresco in de refter van klooster Mariënhage in Eindhoven, ca 1933.

Ante omnia fratres carissimi, diligatur Deus, deinde proximus

Voor alles, zeer beminde broeders, wordt God bemind en vervolgens uw naaste

Links zijn de augustijnen afgebeeld, rechts de augustinessen

De omkering  : “de liefde is God”

Hoezeer Augustinus geboeid is door de eenheid van de liefde tot God en de liefde tot de mens, blijkt het sterkst in de omkering van Johannes’ uitspraak “God is liefde”. Augustinus aarzelt niet omgekeerd te zeggen “De liefde is God” (preek7,6). Een soortgelijke omkering vinden we ook met betrekking tot de heilige Geest. Ook hier is Augustinus’ gedachtegang zonder meer verrassend te noemen. Wij zijn er zo aan gewend van de heilige Geest te horen spreken als van een zelfstandige persoon, dat wij onwennig opkijken als Augustinus plots zegt: ‘De Geest van God is de gelovige die met woord en daad de menswording van Jezus belijdt (preek 6,13). In beide gevallen steunen Augustinus’ ideeën op een beginsel dat in zijn theologie centraal staat en dat in de moderne theologie al te zeer verdwenen is, namelijk het beginsel van vereenzelving door liefde. De kracht van de liefde maakt twee personen werkelijk één. Dit brengt voor de gelovige een ontzaglijke verantwoordelijkheid mee. Wij worden mede verantwoordelijk voor de liefde van God in deze wereld, want die liefde van God openbaart zich in onze liefde voor de medemens. Onze liefde is uiteindelijk de liefde van God zelf voor de mens. In onze liefde moet Gods liefde verschijnen en gestalte krijgen. Als christenen moeten wij de mens liefhebben met de liefde van God zelf. Onze liefde zou een afspiegeling moeten zijn van de liefde van de Vader die ons het eerst bemind heeft door zichzelf te schenken in zijn Zoon; een afspiegeling ook van de liefde van Christus die ging tot het geven van zijn leven voor allen, zelfs voor vijanden. En deze liefde is ons als gave geschonken door de heilige Geest die ons tevens de kracht geeft de goddelijke liefde metterdaad na te volgen. In dit licht moeten we de omkering “de liefde is God” interpreteren. Hetzelfde geldt met betrekking tot de heilige Geest. Door ons geloof, onze hoop en onze liefde verschijnt de Geest van Christus in deze wereld. Wij zijn dus in zekere zin (maar heel werkelijk) de heilige Geest.          

Steeds opnieuw komt echter bij Augustinus de eis naar voren dat onze liefde waarachtig en authentiek moet zijn. Slechts waarachtige liefde is liefde; zo niet is ze niets anders dan begeerlijkheid of eigenliefde. Laten we niet te vlug veronderstellen dat we weten wanneer onze liefde “echt” is. Augustinus spoort ons herhaaldelijk aan in ons eigen hart te kijken. Een van zijn uitgangspunten is dat liefde steeds welwillendheid moet zijn, dat wil zeggen dat zij op de eerste plaats moet bestaan in het uittreden uit onszelf en in het werkelijk dienen van het welzijn van de ander. Op meesterlijke wijze ontmaskert hij in bepaalde passages de valsheid van wat vaak ten onrechte liefde genoemd wordt. Soms is de liefde niets anders dan een verkapte vorm van zelfzucht of hoogmoed. Augustinus wil ons daarvan bewust maken. Zo mogen we nooit de ellende van iemand anders beminnen. Dat zou een al te gemakkelijke gelegenheid kunnen zijn voor zelfgenoegzaamheid of voor de bevestiging van eigen superioriteit (preek 8,5). Hoe goed bedoeld ook, wie bemint, moet er altijd voor oppassen dat hij of zij een andere persoon niet onderdanig maakt. De afhankelijkheid die men binnen de liefde vaststelt, is uiteindelijk een bedreiging voor de echtheid van de liefde zelf (preek 8,8). In het onderzoek naar de waarachtigheid van de liefde staat de persoon van Jezus Christus centraal. Zijn kruisdood is voor ons het model van een liefde zonder voorbehoud, van een liefde die zuiver gave durft te zijn. Het ideaal van alle liefde ziet Augustinus dan ook hierin: met Jezus bereid zijn te sterven voor zijn medemens. Dan is er geen twijfel meer mogelijk dat onze liefde echt uitgaat naar de ander.

+++++++++++

 Preken over de Eerste brief van Johannes / Augustinus ; vert. door Tars van Bavel, OSAtekst: Tarsicius Jan van Bavel, OSA in:

bron:  Augustinus van Hippo Preken over de Eerste brief van Johannes/ [Augustinus] ; ingel. en vert. door Tarsicius Jan van Bavel. – Leuven : Augustijns Historisch Instituut, 1992. – p. 109-110.

Johannes Chrysostomos : Vandaag gaat onze Heer rond alle plaatsen van Hades…..

JOHN93

Vandaag gaat onze Heer rond alle plaatsen van Hades; vandaag “brak hij de bronzen deuren in stukken en hakte hij de ijzeren grendels in stukken.” Let op de nauwkeurigheid van de uitdrukking. Hij zei niet “opende de bronzen poorten,” maar “brak de bronzen poorten in stukken,” zodat de hele gevangenis nutteloos werd. Hij opende de ijzeren grendels niet, maar hakte ze in stukken, zodat de bewaker machteloos werd. Waar geen deur of slot is, daar zal iedereen die binnenkomt niet worden bewaakt. Dus, als Christus in stukken breekt, wie anders kan het dan repareren? . . . Hij brak de bronzen poorten in stukken om te laten zien dat de dood eindig is. Ze worden “van brons” genoemd, niet omdat ze van brons waren gemaakt, maar om de wreedheid en genadeloosheid van de dood te demonstreren. . . . Wilt u weten hoe hard, onverbiddelijk en onoverwinnelijk het was? In zo’n lange tijd overtuigde niemand haar om iemand van degenen die ze bezat vrij te laten, totdat de Heer der engelen zelf afdaalde en haar dwong dit te doen. Eerst bond Hij de sterke man vast en plunderde toen zijn goederen. Daarom voegt de profeet toe: “schatten van de duisternis, die onzichtbaar zijn.” . . . Deze plaats van Hades, donker en vreugdeloos, was voor eeuwig van licht beroofd; daarom worden de [poorten] donker en onzichtbaar genoemd. Ze waren werkelijk donker totdat de Zon der gerechtigheid neerdaalde, het verlichtte en Hades tot de hemel maakte. Want waar Christus is, daar is ook de hemel.

-St. Johannes Chrysostomus

CS Lewis :Over lijden….

LEWIS9

CS Lewis over lijden

j“God houdt van ons, dus Hij geeft ons het geschenk van lijden. Door lijden laten we onze greep op de speeltjes van deze wereld los en weten we dat ons ware goed in een andere wereld ligt. We zijn als blokken steen, waaruit de beeldhouwer de vormen van mensen hakt.

De slagen van zijn beitel, die ons zo veel pijn doen, zijn wat ons perfect maakt. Het lijden in deze wereld is niet het falen van Gods liefde voor ons; het is die liefde in actie.

jWant geloof me, deze wereld die ons zo substantieel lijkt, is niet meer dan de schaduwlanden. Het echte leven is nog niet begonnen.”

CS Lewis

St.Athanasius : Het Woord dat alles voor ons is geworden, is ons nabij…

ATHAn9

“Het Woord dat alles voor ons is geworden, is ons nabij, onze Heer Jezus Christus die belooft altijd bij ons te blijven. Hij roept het uit en zegt: Kijk, ik ben bij je alle dagen van dit tijdperk. Hij is zelf de herder, de hogepriester, de weg en de deur en voor ons is hij alles tegelijk geworden.”

St Athanasius

Augustinus : Word dan wakker, gelovige….

WAKE9

“Word dan wakker, gelovige , en let op wat hier staat: “In mijn Naam.” Die [Naam] is Christus Jezus. Christus betekent Koning, Jezus betekent Redder. Daarom , wat wij ook vragen dat onze redding zou belemmeren, wij vragen niet in de Naam van onze Redder en toch is Hij onze Redder, niet alleen wanneer Hij doet wat wij vragen , maar ook wanneer Hij het niet doet.

De arts weet of wat de zieke vraagt, in het voordeel of in het nadeel van zijn gezondheid is. En [de geneesheer] staat niet toe wat schadelijk voor hem zou zijn, hoewel de zieke het zelf verlangt. Maar de dokter kijkt uit naar zijn uiteindelijke genezing.”

St Augustinus

Augustinuis : Preek 6 over het Onze Vader in Mt.6:9…..

REST

Augustinus : “Ons hart is rusteloos totdat het rust vindt in U”

Augustinus : Preek 6 over het Nieuwe Testament

 

Augustinus : Preek 6 over het Nieuwe Testament

 

Over het Onze Vader in Matteüs 6:9

 

  1. Om te laten zien dat de tijden waarin het zou moeten gebeuren dat alle naties in Christus zouden geloven , door de profeten waren voorspeld, legde de gezegende apostel dit getuigenis af waar geschreven staat: En het zal zo zijn dat iedereen die een beroep zal doen de naam van de Heer, zullen gered worden. Want voorheen werd de naam van de Heer die hemel en aarde maakte alleen onder de Israëlieten aangeroepen ; de rest van de naties riep stomme en dove afgoden aan , door wie ze niet werden gehoord, of door duivels, door wie ze werden gehoord tot hun schade. Maar toen de volheid van de tijd aanbrak, ging het voorzegde in vervulling: en het zal zo zijn dat iedereen die de naam van de Heer aanroept, zal worden gered. Bovendien, omdat de Joden , zelfs degenen die in Christus geloofden , het Evangelie aan de heidenen misgunden , en zeiden dat het Evangelie niet gepredikt mocht worden aan hen die niet besneden waren ; omdat de apostel Paulus tegen hen dit getuigenis aanvoerde: En het zal zo zijn dat een ieder die de Naam van de Heer aanroept, zalig zal worden; voegde hij er onmiddellijk aan toe, om degenen die niet bereid waren dat het Evangelie aan de heidenen gepredikt zou worden , te overtuigen van de woorden: Maar hoe zullen zij Hem aanroepen, in Wie zij niet geloofd hebben ? Of hoe zullen zij in Hem geloven van Wie zij niet gehoord hebben? Of hoe zullen zij horen zonder prediker? Of hoe zullen zij prediken tenzij zij gezonden worden? Omdat hij toen zei: hoe zullen zij Hem aanroepen in Wie zij niet geloofd hebben ? je hebt niet eerst het Onze Vader geleerd, en daarna de Geloofsbelijdenis; maar eerst de geloofsbelijdenis, waar u kunt weten wat u moet geloven , en daarna het gebed, waar u kunt weten wie u moet aanroepen. De geloofsbelijdenis heeft dan betrekking op het geloof , het Onze Vader op het gebed ; omdat hij het is die gelooft , die gehoord wordt als hij roept.
  2. Maar velen vragen wat ze niet zouden moeten vragen, omdat ze niet weten wat voor hen opportuun is. Hij die bidt moet daarom op zijn hoede zijn voor twee dingen; dat hij niet vraagt ​​wat hij niet zou moeten doen; en dat hij niet vraagt ​​van wie hij niet zou moeten vragen. Van de duivel , van afgoden , van boze geesten mag niets gevraagd worden. Van de Heer onze God Jezus Christus , God de Vader der Profeten, Apostelen en Martelaren, van de Vader van onze Heer Jezus Christus , van God die de hemel en de aarde heeft gemaakt, de zee en alles daarin, van Hem moeten wij vragen wat we ook maar kunnen vragen. Maar we moeten oppassen dat we niet van Hem vragen wat we niet zouden moeten vragen. Als u het aan stomme en dove afgoden vraagt, omdat wij om leven zouden moeten vragen , wat heeft u daar dan aan? Dus als u van God de Vader , die in de hemel is, de dood van uw vijanden wenst, wat heeft u daar dan aan? Hebt u in de Psalm, waarin het verdoemelijke einde van de verrader Judas wordt voorspeld, niet gehoord of gelezen hoe de profetie over hem sprak: Laat zijn gebed in zonde veranderen ? Als u dan opstaat en om kwaad over uw vijanden bidt, zal uw gebed in zonde veranderen .
  3. Je hebt in de Heilige Psalmen gelezen hoe hij die daarin spreekt, naar het schijnt, vele vloeken over zijn vijanden uitspreekt. En zeker, zou je kunnen zeggen, hij die in de Psalmen spreekt, is een rechtvaardig man; Waarom wenst hij dan zo kwaad over zijn vijanden? Hij wil het niet, maar hij voorziet het. Het is een profetie van iemand die toekomstige dingen vertelt, geen gelofte van vervloeking; want de profeten wisten door de Geest wie het kwade moest overkomen, en wie het goede; en door profetie spraken zij alsof zij wensten wat zij wel hadden voorzien. Maar hoe kun je weten of hij voor wie je vandaag kwaad vraagt , morgen misschien niet een betere man is dan jij? Maar je zult zeggen: ik weet dat hij een slechte man is . Wel: je moet weten dat jij ook slecht bent . Ook al neem je het misschien op je om vanuit het hart van iemand anders te oordelen over wat je niet weet ; maar wat uzelf betreft, u weet dat u slecht bent . Hoort u de apostel niet zeggen: Wie stond voor een godslasteraar, een vervolger en een onrechtvaardige; maar ik heb barmhartigheid verkregen, omdat ik het onwetend en in ongeloof deed? Toen de apostel Paulus de christenen vervolgde , hen vastbond waar hij ze ook tegenkwam, en ze naar de hogepriesters trok om ondervraagd en gestraft te worden, wat denkt u, broeders, dat de Kerk tegen hem of voor hem heeft gebeden ? Zeker, de Kerk van God , die instructies had geleerd van haar Heer, die zei , terwijl Hij aan het kruis hing: Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen, bad zo voor Paulus (of liever nog voor Saul), dat dat mocht gebeuren. in hem gewerkt worden, wat gewerkt werd. Want daarin zegt hij: Maar ik was van gezicht onbekend bij de kerken van Judea die in Christus zijn: alleen zij hoorden dat hij die ons in het verleden vervolgde , nu het geloof predikt dat hij ooit vernietigde; en zij verheerlijkten God in mij; Waarom verheerlijkten zij God , maar omdat zij dit aan God vroegen , voordat het gebeurde?
  4. Onze Heer heeft toen allereerst veel spreken stopgezet, zodat u niet een veelheid aan woorden tot God zou kunnen brengen , alsof u Hem door uw vele woorden zou willen onderwijzen. Daarom heb je, als je bidt, behoefte aan vroomheid , niet aan woordzucht. Want uw Vader weet wat u nodig heeft, voordat u het Hem vraagt. Wees dan afkerig om veel woorden te gebruiken, want Hij weet wat voor jou nodig is. Maar opdat misschien iemand hier zou zeggen: Als Hij weet wat voor ons nodig is, waarom zouden we dan ook maar een paar woorden gebruiken? Waarom zouden we überhaupt moeten bidden ? Hij kent Zichzelf; laat Hem dan geven wat Hij weet dat nodig is voor ons. Ja, maar het is Zijn wil dat u bidt , dat Hij aan uw verlangens mag geven, dat Zijn gaven niet licht gewaardeerd mogen worden; aangezien Hij dit verlangende verlangen zelf in ons heeft gevormd. De woorden die onze Heer Jezus Christus ons in Zijn gebed heeft geleerd , zijn daarom de regel en maatstaf voor onze verlangens. U mag niets anders vragen dan wat daar geschreven staat.
  5. Zegt u daarom, zegt hij: Onze Vader, die in de hemel is. Waar u ziet, bent u begonnen God als uw Vader te hebben. Je zult Hem hebben als je nieuw geboren bent. Hoewel u zelfs nu nog voordat u geboren bent, door Zijn zaad bent verwekt, alsof u aan de vooravond staat van het voortbrengen in het lettertype , de baarmoeder als het ware van de Kerk . Onze Vader, die in de hemel is. Bedenk dan dat u een Vader in de hemel hebt. Bedenk dat u uit uw vader Adam tot de dood bent geboren , dat u opnieuw geboren zult worden uit God de Vader tot het leven. En wat u zegt, zeg dat in uw hart. Laat er slechts de oprechte genegenheid van het gebed zijn , en er zal een krachtig antwoord zijn van Hem die het gebed hoort . Geheiligd zijt Uw naam. Waarom vraagt ​​u dat Gods Naam geheiligd mag worden? Het is heilig . Waarom vraag je dan om dat wat al heilig is ? En als u dan vraagt ​​dat Zijn Naam geheiligd mag worden, bidt u dan niet als het ware tot Hem voor Hem, en niet voor uzelf? Nee. Begrijp het goed, en het is voor jezelf dat je het vraagt. Daarom vraag je dat wat op zichzelf altijd heilig is , in jou geheiligd mag worden. Wat wordt geheiligd? Wees heilig , wees niet veracht. Dus dan zie je dat het goede dat je wenst, je voor jezelf wenst. Want als je de Naam van God veracht , zal dat voor jezelf slecht zijn, en niet voor God.
  6. Jouw koninkrijk kome. Met wie spreken wij? En zal Gods koninkrijk niet komen als we er niet om vragen? Want over dat koninkrijk spreken wij dat na het einde van de wereld zal zijn. Want God heeft altijd een koninkrijk; noch is Hij ooit zonder een koninkrijk, dat door de hele schepping wordt gediend. Maar welk koninkrijk wens jij dan? Waarvan in het Evangelie geschreven staat : Kom, jullie gezegenden van Mijn Vader, ontvang het koninkrijk dat vanaf het begin van de wereld voor jullie is voorbereid. Zie, hier is het koninkrijk waarvan wij zeggen: Uw koninkrijk kome. Wij bidden dat het in ons mag komen; wij bidden dat wij daarin gevonden mogen worden . Want dat zal zeker gebeuren; maar wat zal het u baten als u aan de linkerhand wordt aangetroffen? Daarom is het ook hier weer voor jezelf dat je het beste wenst; voor jezelf bid je. Dit is het waar je naar verlangt; dit verlangen in uw gebed , dat u zo mag leven, dat u deel mag hebben aan het koninkrijk van God , dat aan alle heiligen gegeven zal worden . Als u daarom zegt: Uw koninkrijk kome, bidt u voor uzelf, dat u goed mag leven. Laat ons deel hebben aan Uw koninkrijk: laat dat zelfs tot ons komen, dat wil zeggen tot Uw heiligen en rechtvaardigen.
  7. Uw wil geschiede. Wat! Als u dit niet zegt, zal God dan niet Zijn wil doen ? Onthoud wat u in de Geloofsbelijdenis hebt herhaald: ik geloof in God de Almachtige Vader. Als Hij Almachtig is, waarom bid je dan dat Zijn wil gedaan mag worden? Wat is dit dan: Uw wil geschiede ? Moge het in mij gebeuren, zodat ik Uw wil niet kan weerstaan. Daarom bid je ook hier weer voor jezelf, en niet voor God. Want de wil van God zal in u geschieden, ook al wordt deze niet door u gedaan. Want beiden in hen tot wie Hij zal zeggen: Kom, gij gezegenden van Mijn Vader, ontvang het koninkrijk dat vanaf het begin van de wereld voor u is bereid; zal de wil van God gedaan worden, zodat de heiligen en rechtvaardigen het koninkrijk mogen ontvangen; en in hen tot wie Hij zal zeggen: Ga heen in het eeuwige vuur , bereid voor de duivel en zijn engelen , zal de wil van God worden gedaan, zodat de goddelozen tot het eeuwige vuur veroordeeld mogen worden . Dat Zijn wil door jou gedaan mag worden is iets anders. Het is dan niet zonder reden , maar dat het u goed mag gaan, dat u bidt dat Zijn wil in u gedaan mag worden. Maar of het nu goed of slecht met je gaat, het zal nog steeds in je gebeuren: maar o dat het ook door jou gedaan mag worden. Waarom zeg ik dan: Uw wil geschiede in hemel en op aarde, en zeg niet: Uw wil geschiede door hemel en aarde? Want wat door jou wordt gedaan, doet Hij Zelf in jou. Nooit wordt door jou iets gedaan wat Hij Zelf niet in jou doet. Soms doet Hij inderdaad in jou wat jij niet doet; Maar er wordt nooit iets door u gedaan als Hij het niet in u doet.
  8. Maar wat is er in de hemel en op aarde, of, zoals in de hemel, zo op aarde? De engelen doen uw wil; mogen wij dat ook doen. Uw wil geschiede zoals in de hemel, zo ook op aarde. De geest is de hemel, het vlees is de aarde. Als u tegen de apostel zegt (als dat zo is, zegt u het dan): Met mijn verstand dien ik de wet van God , maar met het vlees de wet van de zonde ; de wil van God wordt gedaan in de hemel, maar nog niet op aarde. Maar wanneer het vlees in harmonie zal zijn met de geest , en de dood zal worden verzwolgen in de overwinning, zodat er geen vleselijke verlangens meer zullen overblijven waarmee de geest in conflict zal komen, wanneer de strijd op aarde voorbij zal zijn, zal de oorlog van het hart is voorbij, en wat er is gezegd, het vlees begeert tegen de Geest , en de Geest tegen het vlees; want deze zijn in strijd met elkaar; zodat je niet de dingen kunt doen die je zou willen; wanneer deze oorlog , zeg ik, voorbij zal zijn en alle begeerte zal zijn veranderd in liefdadigheid, zal er niets in het lichaam overblijven dat de geest kan tegenwerken, niets dat getemd kan worden, niets dat beteugeld moet worden, niets dat vertrapt moet worden; maar het geheel zal voortgaan door eendracht tot gerechtigheid, en de wil van God zal worden gedaan in de hemel en op aarde. Uw wil geschiede in de hemel en op aarde. Wij wensen perfectie als we hiervoor bidden . Uw wil geschiede zoals in de hemel, zo ook op aarde. In de Kerk is het geestelijke de hemel, het vleselijke de aarde. Dus Uw wil geschiede zoals in de hemel, zo ook op aarde; dat zoals het geestelijke U dient, zo het vleselijke dat hervormd is, U ook kan dienen. Uw wil geschiede zoals in de hemel, zo ook op aarde. Er zit nog een heel spirituele betekenis aan vast. Want wij worden aangespoord om voor onze vijanden te bidden . De Kerk is de hemel, de vijanden van de Kerk zijn de aarde. Wat is dan: Uw wil geschiede zoals in de hemel, zo op aarde ? Mogen onze vijanden geloven , zoals wij ook in U geloven ! Mogen zij vrienden worden en een einde maken aan hun vijandschap! Ze zijn aarde, daarom zijn ze tegen ons; Mogen zij de hemel worden, en zij zullen bij ons zijn.
  9. Geef ons vandaag ons dagelijks brood. Nu wordt het duidelijk dat we voor onszelf bidden . Wanneer u zegt: Uw naam wordt geheiligd, dan is er uitleg nodig over hoe het komt dat u voor uzelf bidt, en niet voor God. Wanneer u zegt: Uw wil geschiede; Ook hier is er behoefte aan uitleg, opdat u niet denkt dat u God het goede wenst in dit gebed , dat Zijn wil mag geschieden, en niet zozeer dat u voor uzelf bidt . Wanneer u zegt: Uw koninkrijk kome; dit moet opnieuw worden uitgelegd, opdat u niet denkt dat u God het beste wenst in dit gebed dat Hij mag regeren. Maar vanaf deze plek tot aan het einde van het gebed is het duidelijk dat we voor onszelf tot God bidden . Als u zegt: Geef ons heden ons dagelijks brood, belijdt u dat u Gods bedelaar bent. Maar schaam je hier niet voor; Hoe rijk iemand ook op aarde is, hij is nog steeds Gods bedelaar. De bedelaar neemt plaats voor het huis van de rijke man; maar de rijke man zelf staat voor de deur van de grote Rijke. Er wordt een verzoek tot hem gericht, en hij doet zijn verzoek. Als hij niet in nood was, zou hij niet in gebed op de oren van God kloppen . En wat heeft de rijke man nodig? Ik durf te zeggen dat de rijke man zelfs dagelijks brood nodig heeft. Want hoe komt het dat hij overvloed van alle dingen heeft? Waar anders vandaan dan omdat God het hem gegeven heeft? Wat zou hij hebben als God Zijn hand terugtrok? Zijn er niet velen in weelde in slaap gevallen , en in bedelarij opgestaan? En dat hij dat niet wil, is te danken aan Gods barmhartigheid, niet aan zijn eigen kracht.
  10. Maar dit brood, zeer geliefd, waarmee ons lichaam wordt gevuld, waarmee het vlees dag na dag wordt gerekruteerd; Dit brood, zeg ik, geeft God niet alleen aan degenen die Hem loven, maar ook aan degenen die Hem lasteren ; Die Zijn zon laat opgaan over de kwaden en de goeden , en regen zendt over de rechtvaardigen en de onrechtvaardigen . Gij prijst Hem, en Hij voedt u; jij lastert Hem, Hij voedt jou. Hij wacht tot u zich bekeert; maar als je jezelf niet verandert, zal Hij je veroordelen. Omdat dan zowel goed als slecht dit brood van God ontvangen , denk je dat er geen ander brood is waar de kinderen om vragen, waarvan de Heer in het Evangelie zei : Het is niet passend om het kinderbrood te nemen en het naar de andere te werpen. honden? Ja, dat is zeker zo. Wat is dat brood dan? En waarom wordt het dagelijks genoemd? Omdat dit net zo nodig is als de ander; want zonder kunnen wij niet leven; zonder brood kunnen wij niet leven. Het is schaamteloosheid om rijkdom van God te vragen ; het is geen schaamteloosheid om dagelijks brood te vragen. Dat wat de trots ten goede komt is één ding, wat het leven ten goede komt iets anders. Niettemin, omdat dit brood, dat gezien en aangeraakt kan worden, zowel aan de goeden als aan de slechten wordt gegeven; er is dagelijks brood, waarvoor de kinderen bidden . Dat is het woord van God , dat ons dag na dag wordt uitgedeeld. Ons brood is dagelijks brood; en daardoor leven niet onze lichamen, maar onze ziel . Het is noodzakelijk voor ons, die nu al arbeiders in de wijngaard zijn: het is ons voedsel, niet ons loon. Want hij die een arbeider in de wijngaard inhuurt, is hem twee dingen schuldig; voedsel, zodat hij niet flauwvalt, en zijn loon, waarmee hij zich kan verheugen . Ons dagelijks voedsel op deze aarde is het woord van God , dat altijd in de kerken wordt verspreid: ons loon na arbeid wordt eeuwig leven genoemd. Nogmaals, als u door dit ons dagelijks brood begrijpt wat de gelovigen ontvangen, wat u zult ontvangen als u gedoopt bent , dan is het met goede reden dat wij vragen en zeggen: Geef ons heden ons dagelijks brood; dat we zo mogen leven dat we niet gescheiden zijn van het Heilig Altaar.
  11. En vergeef ons onze schulden, zoals wij onze schuldenaren vergeven. Als we deze petitie nogmaals aanraken, hebben we geen uitleg nodig, want het is voor onszelf dat we bidden . Want wij smeken dat onze schulden ons vergeven mogen worden. Want schuldenaars zijn wij niet in geld, maar in zonden . Je zegt misschien op dit moment: En jij ook. Wij antwoorden: Ja, wij ook. Wat, heilige bisschoppen, bent u schuldenaar? Ja, wij zijn ook schuldenaars. Wat jij! Mijn Heer. Het zij verre van jou, doe jezelf dit niet verkeerd. Ik doe mezelf geen kwaad, maar ik zeg de waarheid ; wij zijn schuldenaren: als we zeggen dat we geen zonde hebben , bedriegen we onszelf en zit de waarheid niet in ons. Wij zijn gedoopt en toch zijn wij schuldenaren. Niet dat er toen iets overbleef wat ons bij het Doopsel niet werd overgegeven, maar omdat we in ons leven steeds datgene aangaan wat dagelijkse vergeving nodig heeft. Zij die gedoopt zijn en onmiddellijk dit leven verlaten, komen zonder enige schuld uit de doopvont; zonder enige schuld verlaten ze de wereld. Maar zij die gedoopt zijn en in dit leven nog steeds worden vastgehouden, lopen verontreinigingen op vanwege hun sterfelijke zwakheid, waardoor zij, hoewel het schip niet tot zinken is gebracht, toch hun toevlucht moeten nemen tot de pomp. Want anders zal beetje bij beetje datgene binnenkomen waardoor het hele schip tot zinken wordt gebracht. En dit gebed uitspreken betekent een beroep doen op de pomp. Maar we moeten niet alleen bidden , maar ook aalmoezen doen , want wanneer de pomp wordt gebruikt om te voorkomen dat het schip zinkt, zijn zowel de stemmen als de handen aan het werk. Nu zijn we met onze stem aan het werk als we zeggen: Vergeef ons onze schulden, zoals wij ook onze schuldenaren vergeven. En we zijn met onze handen aan het werk als we dit doen: breek uw brood voor de hongerigen en breng de dakloze armen in uw huis. Sluit aalmoezen in het hart van een arme man, en het zal voor u bemiddelen bij de Heer.
  12. Hoewel daarom al onze zonden vergeven zijn in het wasbekken van de wedergeboorte, zouden we in grote moeilijkheden terechtkomen als ons niet de dagelijkse reiniging door het Heilig Gebed gegeven zou worden. Aalmoezen en gebeden zuiveren zonden ; laten we alleen niet zulke zonden begaan, waarvoor we noodzakelijkerwijs gescheiden moeten worden van ons dagelijks Brood; vermijden wij al deze schulden waarvoor een ernstige en zekere veroordeling op zijn plaats is. Noem uzelf niet rechtvaardig, alsof u geen reden had om te zeggen: Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaren vergeven. Hoewel u zich onthoudt van afgoderij , van de troost van astrologen, van de genezingen van tovenaars, hoewel u zich onthoudt van de verleidingen van ketters , van de verdeeldheid van de schismatici; ook al onthoudt u zich van moorden, van overspel en hoererij, van diefstallen en plunderingen, van valse getuigenissen, en van al die andere zonden die ik niet noem, die een verderfelijk gevolg hebben, waarvoor het noodzakelijk is dat de zondaar wordt afgesneden van de zonde. altaar, en zo gebonden worden op aarde, dat hij in de hemel gebonden wordt, tot zijn grote en dodelijke gevaar, tenzij hij opnieuw zo losgemaakt wordt op aarde, dat hij in de hemel wordt losgelaten; toch is er, nadat dit allemaal is uitgezonderd, nog steeds geen gebrek aan gelegenheden waarbij een mens kan zondigen . Een mens zondigt als hij met plezier ziet wat hij niet zou moeten zien. Maar wie kan de snelheid van het oog vasthouden? Want hieruit wordt gezegd dat het oog zijn naam heeft gekregen, vanwege zijn snelheid. Wie kan het oor of oog tegenhouden? De ogen kunnen gesloten zijn wanneer je wilt, en zijn in een oogwenk gesloten, maar de oren kun je alleen met moeite sluiten: je moet de hand opsteken en ze bereiken, en als iemand je hand vasthoudt, worden ze opengehouden, noch Kun je ze afsluiten voor scheldende, onreine, vleiende en verleidende woorden? En als u iets hoort dat u niet behoort te horen, zondigt u dan niet met uw oor, ook al doet u het niet? Want je hoort iets dat slecht is van plezier? Wat een grote zonden begaat de dodelijke tong! Ja, soms zijn er zonden van zulke aard dat de mens daarvoor van het altaar wordt gescheiden. Op de tong is de hele kwestie van godslastering van toepassing , en er worden weer veel ijdele woorden gesproken die niet handig zijn. Maar laat de hand niets verkeerds doen, laat de voeten niet naar enig kwaad rennen , en laat het oog niet gericht zijn op onfatsoenlijkheid; laat het oor niet openstaan ​​voor vuile praatjes; noch de tong beweegt zich tot onfatsoenlijke spraak; maar vertel mij eens: wie kan de gedachten bedwingen? Hoe vaak bidden wijbroeders, en onze gedachten zijn ergens anders, alsof we vergeten zijn voor wie we staan, of voor wie we ons ter aarde werpen! Als al deze dingen tegen ons worden verzameld, zullen ze ons dan niet overweldigen, omdat het kleine fouten zijn? Wat maakt het uit of lood of zand ons overweldigen? Het lood is allemaal één massa, het zand bestaat uit kleine korrels, maar door hun grote aantal overweldigen ze je. Jouw zonden zijn dus klein. Zie je niet hoe de rivieren vollopen en het land door kleine druppels wordt verwoest? Ze zijn klein, maar het zijn er veel.
  13. Laten we daarom elke dag zeggen; en zeg het met een oprecht hart, en doe wat we zeggen: vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaren vergeven. Het is een verbintenis, een verbond, een overeenkomst die wij met God sluiten . De Heer, uw God, zegt tegen u: Vergeef, en Ik zal vergeven. Je hebt niet vergeven; u houdt uw zonden tegen uzelf, niet tegen mij. Ik bid u, mijn zeer geliefde kinderen, omdat ik weet wat opportuun voor u is in het Onze Vader, en vooral in die zin ervan: Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeef onze schuldenaren; hoor mij. Je staat op het punt gedoopt te worden , vergeef alles; wat iemand ook in zijn hart tegen een ander heeft, laat hij het vanuit zijn hart vergeven. Ga dus binnen en wees er zeker van dat al uw zonden die u hebt opgelopen, of u nu vanaf uw geboorte van uw ouders na Adam met de erfzonde bent geboren , voor welke zonden u met kinderen naar de genade van de Heiland bent gerend , of wat voor zonden u ook heeft nagejaagd . die u in uw leven heeft opgelopen, door woord, daad of gedachte, allen zijn vergeven; en jij zult uit het water gaan als van vóór de aanwezigheid van jouw Heer, met de zekere kwijtschelding van alle schulden.
  14. Omdat het vanwege de dagelijkse zonden waarover ik heb gesproken, noodzakelijk is dat u in dat dagelijkse gebed van reiniging als het ware zegt: Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaren vergeven; wat ga je doen? Je hebt vijanden. Want wie kan er zonder hen op deze aarde leven? Let op jezelf, heb ze lief . Op geen enkele manier kan je vijand je zoveel pijn doen door zijn geweld , als jij jezelf pijn doet als je niet van hem houdt . Want hij kan schade toebrengen aan uw bezit, of uw kudde, of uw huis, of uw bediende, of uw dienstmaagd, of uw zoon, of uw vrouw; of hoogstens, als hem dergelijke macht wordt gegeven, uw lichaam. Maar kan hij uw ziel schade toebrengen , zoals u dat zelf kunt? Reik naar voren, dierbare geliefden, ik smeek je, naar deze perfectie. Maar heb ik je deze macht gegeven? Hij heeft het alleen gegeven aan wie u zegt: Uw wil geschiede zoals in de hemel, zo op aarde. Maar laat het u niet onmogelijk lijken. Ik weet , ik heb het uit ervaring geweten , dat er christelijke mannen zijn die hun vijanden liefhebben . Als het u onmogelijk lijkt, zult u het niet doen. Geloof dan eerst dat het gedaan kan worden, en bid dat de wil van God in u gedaan mag worden. Waartoe kan de ziekte van uw naaste u dienen? Als hij geen ziekte had, zou hij niet eens je vijand zijn. Wens hem dan het beste, zodat hij een einde kan maken aan zijn ziekte, en hij niet langer je vijand zal zijn. Want het is niet de menselijke natuur in hem die vijandig tegenover u staat, maar zijn zonde . Is hij daarom je vijand, omdat hij een ziel en een lichaam heeft? Hierin is hij zoals jij bent: jij hebt een ziel , en hij ook: jij hebt een lichaam, en hij ook. Hij is van dezelfde substantie als jij; jullie zijn allebei uit dezelfde aarde gemaakt en levend gemaakt door dezelfde Heer. In dit alles is hij zoals jij bent. Erken in hem dan je broer. Het eerste paar, Adam en Eva , waren onze ouders ; de een onze vader, de ander onze moeder; en daarom zijn wij broeders. Maar laten we de beschouwing van onze eerste oorsprong achterwege laten. God is onze Vader, de Kerk onze Moeder, en daarom zijn wij broeders. Maar u zult zeggen: mijn vijand is een heiden , een jood, een ketter , over wie ik enige tijd geleden sprak met de woorden: Uw wil geschiede zoals in de hemel, zo op aarde. O Kerk, uw vijand is de heiden , de Jood, de ketter ; hij is de aarde . Als u in de hemel bent, roep dan uw Vader aan die in de hemel is, en bidvoor uw vijanden: want zo was Saulus een vijand van de Kerk ; Zo werd er voor hem gebeden , en hij werd haar vriend. Hij hield niet alleen op haar vervolger te zijn, maar hij spande zich in om haar helper te zijn. En toch werd er, om de waarheid te zeggen , tegen hem gebeden ; maar tegen zijn boosaardigheid , niet tegen zijn natuur. Laat uw gebed dus gericht zijn tegen de boosaardigheid van uw vijand, zodat deze mag sterven en hij mag leven. Want als je vijand dood was, heb je verloren. Het lijkt misschien een vijand, maar je hebt nog geen vriend gevonden. Maar als zijn boosaardigheid sterft, heb je meteen een vijand verloren en een vriend gevonden.
  15. Maar je zegt nog steeds: wie kan dit, wie heeft dit ooit gedaan? Moge God het in uw hart verwezenlijken! Ik weet net zo goed als jij dat er maar weinigen zijn die het doen; Het zijn geweldige mannen en spirituele mensen die dat doen. Zijn alle gelovigen in de Kerk die naar het altaar gaan en het Lichaam en Bloed van Christus nemen , dat allemaal? En toch zeggen ze allemaal: Vergeef ons onze schulden, zoals wij ook onze schuldenaren vergeven. Wat, als God hen zou antwoorden: Waarom vraagt ​​u mij om te doen wat ik heb beloofd, terwijl u niet doet wat ik u heb geboden? Wat heb ik beloofd? Om je schulden te vergeven. Wat heb ik bevolen? Dat u ook uw schuldenaren vergeeft. Hoe kun je dit doen als je je vijanden niet liefhebt ? Wat moeten wij dan doen, broeders? Is de kudde van Christus teruggebracht tot zo’n schaars aantal? Als ze maar zouden zeggen: vergeef ons onze schulden, zoals wij ook onze schuldenaars vergeven, die hun vijanden liefhebben ; Ik weet niet wat ik moet doen, ik weet niet wat ik moet zeggen. Want moet ik je zeggen: als je je vijanden niet liefhebt , bid dan niet ; Ik durf het niet te zeggen; ja, bid liever dat u van hen mag houden . Maar moet ik u zeggen: als u uw vijanden niet liefhebt , zeg dan niet in het Onze Vader: Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaren vergeven ? Stel dat ik zou zeggen: gebruik deze woorden niet. Als u dat niet doet, worden uw schulden niet kwijtgescholden; en als je ze wel gebruikt en daarna niets doet, worden ze niet vergeven. Om daarom vergeven te worden, moet je zowel het gebed gebruiken als het daarna doen.
  16. Ik zie een grond waarop ik niet slechts enkele christenen kan troosten, maar ook de menigte christenen : en ik weet dat u ernaar verlangt dat te horen. Christus heeft gezegd: Vergeef, opdat u vergeven mag worden. En wat zegt u in het gebed dat we nu hebben besproken? Vergeef ons onze schulden, zoals wij ook onze schuldenaren vergeven. Dus Heer, vergeef, zoals wij vergeven. Dit zegt u, o Vader, die in de hemel zijt, vergeef daarom onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaren vergeven. Want dit moet u doen, en als u het niet doet, zult u omkomen. Wanneer uw vijand om vergeving vraagt, vergeef hem dan onmiddellijk. En is dit veel voor jou? Hoewel het veel voor u zou zijn om uw vijand lief te hebben wanneer deze tegen u gewelddadig is, is het dan veel om een ​​man lief te hebben die vóór u een smekeling is? Wat heb je te zeggen? Eerst was hij gewelddadig, en toen haatte je hem. Ik had liever dat je hem toen al niet haatte : ik had liever dat je, toen je onder zijn geweld leed , aan de Heer had gedacht en had gezegd: Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen. Ik had toen heel graag gewild dat u zelfs in die tijd, toen uw vijand gewelddadig tegen u was, rekening had gehouden met de Heer, uw God, die aldus sprak. Maar misschien zult u zeggen: Hij deed het, maar toen deed Hij het als de Heer, als de Christus , als de Zoon van God , als de Eniggeborene, als het vleesgeworden Woord. Maar wat kan ik, een zwak en zondig mens, doen? Als uw Heer een te hoog voorbeeld voor u is, richt uw gedachten dan op uw mededienaar. De heilige Stefanus werd gestenigd , en terwijl zij hem stenigden , bad hij op gebogen knieën voor zijn vijanden en zei: Heer, reken hun deze zonde niet aan.  Ze wierpen stenen, zonder om vergeving te vragen, maar toch bad hij voor hen. Ik zou willen dat je net als hij was; reik uit. Waarom sleep je je hart altijd over de aarde? Hoor, hef uw hart op, reik naar voren, heb uw vijanden lief . Als je niet van hem kunt houden in zijn geweld , houd dan tenminste van hem als hij om vergeving vraagt. Heb de man lief die tegen je zegt: Broeder, ik heb gezondigd , vergeef me. Als u hem dan niet vergeeft, zeg ik niet alleen dat u dit gebed uit uw hart zult wissen , maar dat u zelf uit het boek van God zult worden uitgewist .
  17. Maar als je hem dan op zijn minst vergeeft, of de haat uit je hart loslaat , dan gebied ik je haat uit het hart te laten varen, en niet de juiste discipline. Wat als iemand die mij om vergeving vraagt, iemand zou moeten zijn die door mij gestraft zou moeten worden! Doe wat u wilt, want ik veronderstel dat u van uw kind houdt , zelfs als u hem kastijdt. U houdt geen rekening met zijn geschreeuw onder de roede, omdat u zijn erfenis voor hem reserveert. Dit zeg ik dan: dat u alle haat uit uw hart achterwege laat , wanneer uw vijand u om vergeving vraagt. Maar misschien zul je zeggen: hij speelt vals, hij doet alsof. O, jij oordeelt over het hart van iemand anders, vertel me de gedachten van je eigen vader, vertel me gisteren je eigen gedachten. Hij vraagt ​​en verzoekt om vergeving; vergeef hem, vergeef hem in ieder geval. Als je hem niet vergeeft, ben je het zelf die je pijn doet, en niet hem, want hij weet wat hij moet doen. Je bent niet bereid je eigen mededienaar te vergeven; hij zal dan naar uw Heer gaan en tegen Hem zeggen: Heer, ik heb mijn mededienaar gebeden om mij te vergeven, maar hij wilde niet; vergeeft Gij mij. Heeft de Heer niet de macht om de schulden van zijn dienaar kwijt te schelden? Dus hij, nadat hij vergiffenis van zijn Heer heeft verkregen, keert los terug, terwijl jij gebonden blijft. Hoe gebonden? De tijd van gebed zal komen, de tijd moet komen dat u zegt: Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaren vergeven; En de Heer zal je antwoorden: Jij slechte dienaar, toen je Mij zo’n grote schuld schuldig was, heb je Mij gevraagd, en Ik heb je vergeven; Had jij ook geen medelijden met je mededienaar moeten hebben, net zoals ik medelijden met jou had? Deze woorden komen uit het Evangelie , niet uit mijn eigen hart. Maar als je desgevraagd hem vergeeft die om vergeving smeekt, dan kun je dit gebed uitspreken . En als je nog niet de kracht hebt om hem lief te hebben in zijn geweld , kun je toch dit gebed uitspreken : Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaren vergeven. Laten we doorgaan naar de rest.
  18. En leid ons niet in verleiding . Vergeef ons onze schulden, zoals wij ook onze schuldenaren vergeven, zeggen we vanwege zonden uit het verleden , die we niet ongedaan kunnen maken, dat ze niet hadden mogen worden gedaan. U kunt zich inspannen om niet te doen wat u eerder hebt gedaan, maar hoe kunt u ervoor zorgen dat datgene wat u hebt gedaan, niet mag worden gedaan? Wat betreft de dingen die al zijn gedaan: de zin van het gebed is uw hulp: Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaren vergeven. Wat gaat u doen met betrekking tot de zaken waarin u terecht kunt komen? Leid ons niet in verleiding , maar verlos ons van het kwaad . Leid ons niet in verleiding , maar verlos ons van het kwaad , dat wil zeggen van de verleiding zelf.
  19. Nu deze drie eerste smeekbeden: Geheiligd zij Uw Naam, Uw koninkrijk kome, Uw wil geschiede zoals in de hemel, zo op aarde, deze drie hebben betrekking op het eeuwige leven , want Gods Naam zou altijd in ons geheiligd moeten worden, wij zouden dat ook moeten zijn in Zijn koninkrijk moeten wij altijd Zijn wil doen . Dit zal tot in alle eeuwigheid duren . Maar dagelijks brood is nu noodzakelijk. Al de rest waarvoor we uit dit artikel bidden , heeft betrekking op de behoeften van het huidige leven. Dagelijks brood is noodzakelijk in dit leven; de vergeving van onze schulden is noodzakelijk in dit leven. Want wanneer we in het andere leven aankomen, zal er een einde komen aan alle schulden. In dit leven is er verleiding , in dit leven is het zeilen gevaarlijk, in dit leven sluipt er altijd iets naar binnen door de kieren van onze zwakheden, die eruit moeten worden gepompt. Maar wanneer wij gelijk zullen worden gemaakt aan de engelen van God ; Het is niet meer nodig om tot God te zeggen en te bidden om ons onze schulden te vergeven, terwijl die er niet meer zullen zijn. Hier is dan het dagelijks brood; hier het gebed dat onze schulden vergeven mogen worden; hier dat we niet in verleiding komen ; want in dat leven komt de verleiding niet binnen; hier, zodat we verlost kunnen worden van het kwaad ; want in dat leven zal er geen kwaad zijn , maar eeuwig en blijvend goed.

Over dit  artikel :

Bron : Vertaald door RG MacMullen. Van Nicea en post-Nicea Fathers, First Series , Vol. 6. Bewerkt door Philip Schaff. ( Buffalo, NY: Christian Literature Publishing Co., 1888. )

Nederlandse vertaling : Kris Biesbroeck

STINUS0

Dietrich Bonhoeffer : Er is niets dat de afwezigheid van iemand die ons dierbaar is kan vervangen……

DIET1

Er is niets dat de afwezigheid van iemand die ons dierbaar is kan vervangen, en dat moet je ook niet eens proberen. Je moet het gewoon volhouden en verdragen. Dat klinkt in eerste instantie heel moeilijk, maar het is tegelijkertijd ook een grote troost. Want in de mate waarin de leegte werkelijk ongevuld blijft, blijf je erdoor verbonden met de ander. Het is verkeerd om te zeggen dat God de leegte vult. God vult het helemaal niet, maar laat het veeleer juist ongevuld en helpt ons zo – zelfs in pijn – de authentieke relatie te behouden.

Dietrich Bonhoeffer

Thomas Merton : “over vrijheid….

Thomas Merton : It is true, the freedom of my will is a great thing

BLINDLY2

Thomas Merton : “over vrijheid

[Het  Artikel uit de afbeelding komt uit onderstaand artikel]

“Personen, gebeurtenissen en situaties alleen beschouwen in het licht van hun effect op mezelf is leven op de drempel van de hel. Zelfzucht is gedoemd tot frustratie, gecentreerd als het is op een leugen. Om uitsluitend voor mezelf te leven, moet ik alle dingen zich naar mijn wil laten buigen alsof ik een god was. Maar dit is onmogelijk. Is er een overtuigender indicatie van mijn schepsel-zijn dan de ontoereikendheid van mijn eigen wil? Want ik kan het universum niet aan mij laten gehoorzamen. Ik kan andere mensen niet laten conformeren aan mijn eigen grillen en fantasieën. Ik kan zelfs mijn eigen lichaam niet aan mij laten gehoorzamen. Wanneer ik het plezier geef, bedriegt het mijn verwachting en laat het mij pijn lijden. Wanneer ik mezelf geef wat ik als vrijheid beschouw, bedrieg ik mezelf en ontdek ik dat ik de gevangene ben van mijn eigen blindheid en zelfzucht en ontoereikendheid.

Het is waar, de vrijheid van mijn wil is iets groots. Maar deze vrijheid is geen absolute zelfredzaamheid. Als de essentie van vrijheid slechts de daad van keuze was, dan zou het loutere feit van het maken van keuzes onze vrijheid vervolmaken. Maar hier zijn twee moeilijkheden. Ten eerste moeten onze keuzes echt vrij zijn, dat wil zeggen, ze moeten ons vervolmaken in ons eigen wezen. Ze moeten ons vervolmaken in onze relatie tot andere vrije wezens. We moeten de keuzes maken die ons in staat stellen de diepste capaciteiten van ons ware zelf te vervullen. Hieruit vloeit de tweede moeilijkheid voort: we nemen te gemakkelijk aan dat weons echte zelf, en dat onze keuzes echt de keuzes zijn die we willen maken, terwijl onze daden van vrije keuze (hoewel ongetwijfeld moreel toerekenbaar) grotendeels worden gedicteerd door psychologische dwangmatigheden, voortvloeiend uit onze buitensporige ideeën over ons eigen belang. Onze keuzes worden te vaak gedicteerd door ons valse zelf. Daarom vind ik in mezelf niet de kracht om gelukkig te zijn door alleen maar te doen wat ik leuk vind. Integendeel, als ik niets doe behalve wat mijn eigen fantasie bevalt, zal ik bijna de hele tijd ellendig zijn. Dit zou nooit zo zijn als mijn wil niet was geschapen om zijn eigen vrijheid te gebruiken in de liefde voor anderen. Mijn vrije wil consolideert en perfectioneert zijn eigen autonomie door zijn actie vrij te coördineren met de wil van een ander. Er is iets in de aard van mijn vrijheid zelf dat mij neigt om lief te hebben, goed te doen, mezelf aan anderen te wijden. Ik heb een instinct dat me vertelt dat ik minder vrij ben als ik alleen voor mezelf leef. De reden hiervoor is dat ik niet volledig onafhankelijk kan zijn. Omdat ik niet zelfvoorzienend ben, ben ik afhankelijk van iemand anders voor mijn vervulling. Mijn vrijheid is niet volledig vrij als ik aan zichzelf word overgelaten. Dat wordt het wanneer het in de juiste relatie wordt gebracht met de vrijheid van een ander. Tegelijkertijd is mijn instinct om onafhankelijk te zijn geenszins slecht. Mijn vrijheid wordt niet vervolmaakt door onderwerping aan een tiran. Onderwerping is geen doel op zich. Het is juist dat mijn natuur in opstand komt tegen onderwerping. Waarom zou mijn wil vrij geschapen zijn als ik mijn vrijheid nooit zou gebruiken? Als mijn wil bedoeld is om zijn vrijheid te vervolmaken door een andere wil te dienen, betekent dat niet dat hij zijn vervolmaking zal vinden door elke andere wil te dienen. In feite is er maar één wil in wiens dienst ik vervolmaking en vrijheid kan vinden. Mijn vrijheid blindelings geven aan een wezen dat gelijk is aan of inferieur is aan mij, is mezelf degraderen en mijn vrijheid weggooien. Ik kan alleen volkomen vrij worden door de wil van God te dienen. Als ik in feite andere mensen gehoorzaam en hen dien, zal ik dat niet alleen omwille van hen doen, maar omdat hun wil het sacrament is van de wil van God. Gehoorzaamheid aan de mens heeft geen betekenis tenzij het primair gehoorzaamheid aan God is.

 Hieruit vloeien vele gevolgen voort. Waar geen geloof in God is, kan er geen echte orde zijn; daarom is gehoorzaamheid waar geen geloof is, zinloos. Het kan alleen aan anderen worden opgelegd als een kwestie van opportunisme. Als er geen God is, is geen enkele regering logisch, behalve tirannie. En in feite neigen staten die het idee van God verwerpen, naar tirannie of naar morele chaos. In beide gevallen is het einde wanorde, omdat tirannie zelf een wanorde is. Het onvolwassen geweten is niet zijn eigen meester. Het is slechts de afgevaardigde van het geweten van een ander persoon, of van een groep, of van een partij, of van een sociale klasse, of van een natie, of van een ras. Daarom neemt het zelf geen echte morele beslissingen, het papegaait eenvoudigweg de beslissingen van anderen na. Het velt zelf geen oordelen, het “conformeert” zich slechts aan de partijlijn.Het heeft niet echt motieven of bedoelingen van zichzelf. Of als het dat wel heeft, dan verwoest het ze door ze te verdraaien en te rationaliseren om ze te laten passen bij de bedoelingen van een ander. Dat is geen morele vrijheid. Het maakt ware liefde onmogelijk. Want als ik echt en vrij wil liefhebben, moet ik in staat zijn om iets dat echt van mij is aan een ander te geven. Als mijn hart niet eerst van mij is, hoe kan ik het dan aan een ander geven? Het is niet van mij om te geven! Vrije wil wordt ons niet gegeven als vuurwerk dat in de lucht wordt geschoten. Er zijn mensen die lijken te denken dat hun daden vrijer zijn naarmate ze geen doel hebben, alsof een rationeel doel een soort beperking oplegt aan onze vrijheid. Dat is alsof je zegt dat je rijker bent als je geld uit het raam gooit dan als je het uitgeeft. Omdat geld is wat het is, ontken ik niet dat je alle lof verdient als je er je sigaretten mee aansteekt. Dat zou laten zien dat je een diep, puur besef hebt van de ontologische waarde van de dollar. Niettemin, als dat alles is wat u kunt bedenken om met geld te doen, zult u niet lang genieten van de voordelen die het nog steeds kan opleveren. Het kan waar zijn dat een rijke man het zich beter kan veroorloven om geld uit het raam te gooien dan een arme man, maar noch het uitgeven noch het verspillen van geld is wat een man rijk maakt. Hij is rijk door wat hij heeft, en zijn rijkdommen zijn waardevol voor hem om wat hij ermee kan doen. Wat vrijheid betreft, volgens deze analogie, wordt het niet groter door het te verspillen of uit te geven, maar het wordt ons gegeven als een talent om mee te handelen tot de komst van Christus. Bij deze handel doen we afstand van wat van ons is, alleen om het met rente terug te krijgen. We vernietigen of gooien het niet weg. We wijden het aan een doel, en deze toewijding maakt ons vrijer dan we daarvoor waren. Thomas Merton,Hij is rijk door wat hij heeft, en zijn rijkdommen zijn waardevol voor hem om wat hij ermee kan doen. Wat betreft vrijheid, volgens deze analogie, wordt het niet groter door het te verspillen of uit te geven, maar het wordt ons gegeven als een talent om mee te handelen tot de komst van Christus. Bij deze handel doen we afstand van wat van ons is, alleen om het met rente terug te krijgen. We vernietigen het niet en gooien het niet weg. We wijden het aan een doel, en deze toewijding maakt ons vrijer dan we daarvoor waren.”Thomas Merton,Hij is rijk door wat hij heeft, en zijn rijkdommen zijn waardevol voor hem om wat hij ermee kan doen. Wat betreft vrijheid, volgens deze analogie, wordt het niet groter door het te verspillen of uit te geven, maar het wordt ons gegeven als een talent om mee te handelen tot de komst van Christus. Bij deze handel doen we afstand van wat van ons is, alleen om het met rente terug te krijgen. We vernietigen het niet en gooien het niet weg. We wijden het aan een doel, en deze toewijding maakt ons vrijer dan we daarvoor waren.

“Thomas Merton,Niemand is een eiland

Bron : https://www.chuckdegroat.net/chuck-degroat-blog/2012/01/20/thomas-merton-on-freedom

 

 

Henri Nouwen : Vriendschap is een van de grootste geschenken die een mens kan ontvangen…..

1999

Vriendschap is een van de grootste geschenken die een mens kan ontvangen. Het is een band die verder gaat dan gemeenschappelijke doelen, gemeenschappelijke interesses of gemeenschappelijke geschiedenissen. Het is een band die sterker is dan seksuele verbintenis kan creëren, dieper dan een gedeeld lot kan verstevigen en zelfs intiemer dan de banden van het huwelijk of de gemeenschap. Vriendschap is samen zijn met de ander in vreugde en verdriet, zelfs als we de vreugde niet kunnen vergroten of het verdriet kunnen verminderen. Het is een eenheid van zielen die adel en oprechtheid aan liefde geeft. Vriendschap laat al het leven stralen.

Henri Nouwen

Henri JM Nouwen (2009). “Brood voor de reis: een dagboek van wijsheid en geloof”, p.7, Harper Colling

 

Augustinus : “Jullie zullen zelfs door ouders, broers, verwanten en vrienden worden overgeleverd…”Lc. 21:16

DOCTOR18

Jullie zullen zelfs door ouders, broers, verwanten en vrienden worden overgeleverd en zij zullen sommigen van jullie ter dood brengen. ”

 – Lucas 21:16

“Wil je naar dat leven komen waar je voor altijd beschermd zult zijn tegen dwaling? Wie wil dit niet? … We verlangen allemaal naar het leven en de waarheid, maar hoe kunnen we het bereiken? Welk pad moeten we volgen? We hebben het einde van de reis zeker nog niet bereikt, maar we kunnen het al zien, … we verlangen naar het leven en de waarheid. Christus is zowel het een als het ander. Wat is de weg ernaartoe? “ Ik ben de weg ,” zegt Hij. Waar zullen we naartoe komen? “ Ik ben de waarheid en het leven” (Joh. 14:6).

Dit is wat de Martelaren liefhadden; daarom keken ze verder dan de liefde voor huidige goederen die vergaan. Wees niet verbaasd over hun dapperheid: in hen overwon de liefde het lijden. … Laten we in hun voetsporen treden, onze ogen gericht op Hem, Die zowel hun Leider als de onze is. Als we tot zo’n groot geluk willen komen, laten we dan niet bang zijn om moeilijke paden te betreden. Hij Die beloofd heeft, is waar; Hij is getrouw; Hij kon ons niet bedriegen. … Waarom zouden we bang zijn voor de moeilijke weg van lijden en verdrukking? Onze Verlosser in eigen persoon heeft hem betreden !

U antwoordt: ” Maar dat was Hij, de Redder! ” Weet dat de apostelen ook die weg zijn gegaan. Nu zult u zeggen: ” Maar zij waren apostelen! ” Ja, dat weet ik. Maar vergeet niet dat heel veel mensen zoals u die op hun beurt hebben betreden … vrouwen hebben die weg ook betreden … kinderen, zelfs jonge meisjes zijn die weg gegaan. Hoe kan de weg die zoveel voorbijgangers hebben geëgaliseerd, nog steeds te moeilijk zijn ?”

– St. Augustinus (354-430) Grote Westerse Vader en Kerkleraar (Preek 306)

Bron : Anastpaul.com

St.Augustinus : GEBED -Adem in mij, o Heilige Geest….

Augustinus5

 

Sint Augustinus (354-430) schreef dit poëtische gebed tot

de Heilige Geest:

 

Adem in mij, o Heilige Geest,

Dat al mijn gedachten heilig mogen zijn.

Handel in mij, o Heilige Geest,

Dat ook mijn werk heilig mag zijn.

Trek mijn hart, o Heilige Geest,

Dat ik alleen liefheb wat heilig is.

Versterk mij, o Heilige Geest,

Om alles wat heilig is te verdedigen.

Bewaak mij dan, o Heilige Geest,

Dat ik altijd heilig mag zijn.

Amen

St.Macarius van Egypte : Dat de kracht van de Heilige Geest in het hart van de mens als vuur is; en welke dingen we nodig hebben om de gedachten te onderscheiden die in het hart opkomen…(Homilie XI)

MAC99

HOMILIE XI

St.Macarius van Egypte :

Dat de kracht van de Heilige Geest in het hart van de mens als vuur is; en welke dingen we nodig hebben om de gedachten te onderscheiden die in het hart opkomen; en betreffende de dode slang die door Mozes boven op de paal werd bevestigd, die een type van Christus was. De preek bevat twee dialogen, één tussen Christus en de boze, Satan; de andere tussen zondaars en dezelfde.

1. DAT hemelse vuur van de Godheid, dat christenen nu in hun harten ontvangen in deze huidige wereld, datzelfde vuur dat nu innerlijk in het hart dient, wordt uitwendig wanneer het lichaam ontbonden is, en de leden opnieuw samenstelt, en een opstanding veroorzaakt van de leden die ontbonden waren. Zoals het vuur dat op het altaar in Jeruzalem diende, begraven lag in een kuil tijdens de tijd van de gevangenschap, en hetzelfde vuur, toen er vrede kwam en de gevangenen naar huis terugkeerden, als het ware vernieuwd werd, en op zijn gebruikelijke manier diende, zo werkt nu het hemelse vuur op dit lichaam dat zo dicht bij ons is, dat na zijn ontbinding in modder verandert, en het vernieuwt, en de lichamen opwekt die vergaan waren. Het innerlijke vuur dat nu in het hart woont, wordt dan uitwendig, en veroorzaakt een opstanding van het lichaam.

2. Het vuur in de oven onder Nabuchodonosor was geen goddelijk vuur, maar een schepsel; maar de Drie Kinderen, vanwege hun rechtvaardigheid, terwijl ze in het zichtbare vuur waren, hadden in hun harten het goddelijke en hemelse vuur dat in hun gedachten diende en zijn energie in hen uitoefende. Datzelfde vuur toonde zich buiten hen. Het stond tussen hen en het zichtbare vuur en hield het tegen, zodat het de rechtvaardigen niet zou verbranden, noch hen op enigerlei wijze zou schaden. Op dezelfde manier, toen de geest van Israël en hun gedachten erop gericht waren om ver van de levende God af te wijken en zich tot afgoderij te wenden, werd Aäron gedwongen hen te vertellen hun gouden vaten en sieraden mee te nemen. Toen werden het goud en de vaten, die ze in het vuur wierpen, een afgod, en het vuur kopieerde als het ware hun bedoeling. Dat was iets wonderbaarlijks. Zij besloten in het geheim, in doel en gedachte, tot afgoderij, en het vuur vormde dienovereenkomstig de vaten die erop werden gegooid tot een afgod, en toen begingen ze openlijk afgoderij. Zoals de Drie Kinderen, die gedachten van gerechtigheid hadden, in zichzelf het vuur van God ontvingen en de Heer in waarheid aanbaden, zo ontvangen nu getrouwe zielen dat goddelijke en hemelse vuur, in deze wereld, in het geheim; en dat vuur vormt een hemels beeld op hun menselijkheid.

Lees verder voor de volledige tekst van Isaak de Syriër :

3. Zoals het vuur de gouden vaten vormde en zij een afgod werden, zo doet de Heer dat, die de bedoelingen van getrouwe en goede zielen kopieert en zelfs nu een beeld vormt in de ziel overeenkomstig hun verlangen, en bij de opstanding verschijnt het uitwendig aan hen en verheerlijkt hun lichamen van binnen en van buiten. Maar zoals de lichamen van sommigen op dit moment voor een tijd vergaan zijn, en dood en opgelost, zo zijn ook hun gedachten vergaan door de werking van Satan, en zijn ze inderdaad dood voor het leven en begraven in modder en aarde; want hun ziel is vergaan. Zoals de Israëlieten de gouden vaten in het vuur gooiden en ze een afgod werden, zo heeft de mens nu zijn zuivere en goede gedachten aan het kwaad overgegeven en zijn ze begraven in de modder van de zonde en zijn ze een afgod geworden. En wat moet een mens doen om ze te ontdekken, te onderscheiden en uit zijn eigen vuur te werpen? Hier heeft de ziel behoefte aan een goddelijke lamp, zelfs van de Heilige Geest, die het verduisterde huis in orde brengt. Ze heeft de heldere zon van gerechtigheid nodig, die het hart verlicht en opgaat, als een instrument om de strijd te winnen.

4. Die vrouw die het zilverstuk verloor, stak eerst de lamp aan en bracht toen het huis in orde, en zo, toen het huis in orde was en de lamp brandde, werd het zilverstuk gevonden, begraven in vuil en slijk en aarde. Dus nu kan de ziel niet uit zichzelf haar eigen gedachten vinden en ze losmaken; maar wanneer de goddelijke lamp wordt aangestoken, verlicht deze het verduisterde huis, en dan aanschouwt de ziel haar gedachten, hoe ze begraven liggen in het vuil en de modder van de zonde. De zon komt op, en dan aanschouwt de ziel haar verlies, en begint zich de gedachten te herinneren die vermengd waren met het vuil en de onreinheid. Want inderdaad, de ziel verloor haar beeld toen ze het gebod overtrad.

5. Stel dat er een koning is, en hij heeft goederen en dienaren onder zich om hem te dienen, en hij toevallig door zijn vijanden wordt meegenomen en gevangengenomen. Wanneer hij wordt meegenomen en uit zijn land wordt verwijderd, kunnen zijn dienaren en dienaren niet anders dan hem volgen. Zo werd Adam door God zuiver geschapen voor Zijn dienst, en deze schepselen werden hem gegeven om in zijn behoeften te voorzien. Hij werd aangesteld als heer en koning van alle schepselen. Maar toen het kwade woord tot hem kwam, en met hem sprak, ontving hij het eerst door het uiterlijke horen, daarna drong het door tot zijn hart, en nam bezit van heel zijn wezen. Toen hij aldus werd gegrepen, werd de schepping, die hem diende en hem diende, met hem gegrepen. Door hem regeerde de dood over elke ziel, en ontsierde elk beeld van Adam als gevolg van zijn ongehoorzaamheid, zodat mensen werden bekeerd en tot de aanbidding van duivels kwamen. Zie, de vruchten van de aarde, die goed door God waren geschapen, worden aan de duivels aangeboden – brood, en wijn, en olie; en zij plaatsten dieren op hun altaren; ja, zij offerden hun zonen en dochters aan de duivels.

6. Op dit punt komt Hij in persoon, die lichaam en ziel vormde, en de hele zaak van de boze ongedaan maakt, en zijn werken volbracht in de gedachten van de mens, en vernieuwt en vormt een hemels beeld, en maakt een nieuw ding van de ziel, zodat Adam weer koning over de dood en heer van de schepselen kan zijn. In de schaduw van de wet werd Mozes de Redder van Israël genoemd, omdat hij hen uit Egypte leidde. Dus nu gaat de ware Verlosser, Christus, door naar de verborgen plaatsen van de ziel, en brengt deze uit het donkere Egypte, en het zware juk, en de bittere slavernij. Hij beveelt ons daarom om uit de wereld te komen, en arm te worden van alle zichtbare dingen, en geen aardse zorg te hebben, maar dag en nacht bij de deur te staan, en te wachten op de tijd dat de Heer de gesloten harten zal openen, en de gave van de Geest over ons zal uitstorten.

7. Hij vertelde ons daarom om goud, zilver, verwanten achter te laten, om te verkopen wat we hebben en uit te delen aan de armen, en om het te bewaren en te zoeken in de hemel. Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn. De Heer wist dat Satan in deze wijk de gedachten overwint, om ze naar beneden te trekken tot angst voor materiële, aardse dingen. Om deze reden vertelde God, in voorzienige zorg voor uw ziel, u om alles op te geven, zodat u zelfs tegen uw wil de hemelse rijkdommen zou kunnen zoeken, en uw hart Godwaarts zou kunnen houden; want zelfs als u zou willen terugkeren naar de schepsellijke dingen, vindt u niets zichtbaars in uw bezit. Wilt u, neen, u bent gedwongen om uw geest naar de hemel te sturen, waar u deze dingen hebt bewaard en ze hebt weggelegd; want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.

8. In de wet gebood God Mozes een koperen slang te maken, en die op te tillen, en hem op de top van een paal te bevestigen, en zovelen die door de slangen gestoken werden, toen zij hun aandacht op de koperen slang richtten, ontvingen genezing. Dit werd gedaan door middel van een dispensatie, opdat zij die vastzaten in aardse zorgen, en de aanbidding van afgoden, en de genoegens van Satan, en allerlei goddeloosheid, door dit middel in zekere mate omhoog konden kijken naar de dingen daarboven, en door een uitstel te krijgen van de dingen daarbeneden, aandacht konden schenken aan hogere dingen, en weer van deze dingen konden overgaan naar dat wat het hoogste is; en zo beetje bij beetje voortgaand naar de hogere en verhevener soort, konden leren weten dat er een Allerhoogste is die de hele schepping overtreft. Zo gebood Hij u ook om uzelf arm te maken, en alles te verkopen en aan de armen te geven, opdat daarna, zelfs als u zou willen neerzinken op de aarde, het onmogelijk zou zijn. Als u in uw hart zoekt, begint u te communiceren met uw gedachten: “Voor zover wij niets op aarde hebben, laten we dan naar de hemel gaan, waar onze schat is, waar we een bedrijf hebben opgezet.” Uw geest begint een oog op de hoogte te heffen, om de dingen daarboven te zoeken en zo vooruitgang te boeken.

9. Wat is echter de dode slang? De slang die op de top van de paal was bevestigd, genas degenen die gestoken waren. De dode slang overwon de levende. Zo is het een beeld van het lichaam van de Heer. Het lichaam dat Hij van de eeuwige Maagd Maria nam, offerde Hij op aan het kruis, hing het daar op en bevestigde het aan de boom; en het dode lichaam overwon en doodde de levende slang die in het hart kroop. Hier was een groot wonder, hoe de dode slang de levende doodde; maar zoals Mozes iets nieuws maakte, toen hij een gelijkenis maakte van de levende slang, zo maakte de Heer ook iets nieuws van de Maagd Maria, en trok dit aan, in plaats van een lichaam uit de hemel met Zich mee te brengen. De hemelse Geest ging in en werkte in Adam, en bracht hem in combinatie met de Godheid, en nam menselijk vlees aan, en vormde het in de baarmoeder. Zoals de Heer nooit een koperen slang in de wereld had bevolen te maken tot Mozes, zo werd er nooit een nieuw en zondeloos lichaam in de wereld gezien tot de Heer. Want toen de eerste Adam het gebod overtrad, heerste de dood zonder uitzondering over zijn kinderen. Zo overwon een dood lichaam de levende slang.

10. Dit wonder is voor de Joden een struikelblok, en voor de Grieken een dwaasheid. Maar wat zegt de apostel? Maar wij prediken Jezus Christus, en Die gekruisigd, voor de Joden een struikelblok, en voor de Grieken een dwaasheid, maar voor ons, die behouden zijn, Christus de kracht Gods en de wijsheid Gods. In het dode lichaam is het leven. Hier is verlossing; hier is licht. Hier komt de Heer tot de dood, en spreekt met hem, en gebiedt hem de zielen uit de hel en de dood te halen, en ze aan Hem terug te geven. Zie dan, de dood, verontrust door deze dingen, gaat naar zijn dienaren, en verzamelt al zijn machten; en de vorst der goddeloosheid brengt de slavendaden voort, en zegt: “Zie, dezen gehoorzaamden mijn woorden; zie, hoe de mensen ons aanbaden.” Maar God, die een rechtvaardige rechter is, toont hier ook Zijn gerechtigheid, en zegt tot hem: “Adam gehoorzaamde u, en u hebt bezit genomen van al zijn harten. De mensheid gehoorzaamde u. Wat doet mijn lichaam hier? Dit is zonder zonde. Dat lichaam van de eerste Adam was aan u verplicht, en u hebt het recht om de plichten ervan te onderhouden; maar Mij getuigen allen dat Ik nooit heb gezondigd. Ik ben u niets verschuldigd, en allen getuigen dat Ik de Zoon van God ben. Boven de hemelen kwam een ​​stem en getuigde op de aarde: Dit is mijn geliefde Zoon; hoor Hem. Johannes getuigt: Zie, het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt; en de Schrift wederom: Die geen zonde gedaan heeft, noch bedrog in Hem gevonden is; en: De overste dezer wereld komt, en heeft niets in Mij. En gij zelf, o Satan, getuigt Mij, zeggende: Ik weet U, wie Gij zijt, de Zoon van God; en wederom: Wat hebben wij met U te maken, Gij Jezus van Nazareth? zijt Gij gekomen om ons te kwellen vóór de tijd? Er zijn er drie die van Mij getuigen: Hij die boven de hemelen is, zendt een stem uit; die op aarde zijn; en jijzelf. Daarom koop ik het lichaam dat aan jou verkocht is door de eerste Adam; ik annuleer jouw banden. Ik betaalde de schulden van Adam, toen ik gekruisigd werd en afdaalde in de hel; en ik beveel jou, o hel en duisternis en dood, breng de gevangen zielen van Adam naar buiten.” Zo geven de kwade machten, getroffen door terreur, de gevangen Adam terug.

11. Maar wanneer u hoort dat de Heer destijds de zielen uit de hel en de duisternis heeft verlost, en naar de hel is afgedaald, en een glorieus werk heeft gedaan, denk dan niet dat deze dingen zo ver van uw eigen ziel af staan. De mens is in staat de boze toe te laten en te ontvangen. De dood houdt de zielen van Adam stevig vast, en de gedachten van de ziel liggen gevangen in de duisternis. Wanneer u van graven hoort, denk dan niet alleen aan zichtbare; uw eigen hart is een graf en een tombe. Wanneer de vorst der goddeloosheid en zijn engelen daar graven, en daar paden en doorgangen maken, waarop de machten van Satan in uw geest en gedachten wandelen, bent u dan niet een hel, een tombe, een graf, een dode man voor God? Daar was het dat Satan verwerpelijk zilver heeft gemunt. In deze ziel heeft hij zaden van bitterheid gezaaid. Het is doorzuurd met oud zuurdesem; een fontein van modder ontspringt daar. Welnu, de Heer komt in zielen die Hem zoeken, in de diepte van de hel van het hart, en legt daar Zijn bevel op aan de dood, zeggende: “Breng de gevangen zielen die Mij zoeken, die jij met geweld gevangen houdt, naar buiten.” Dus breekt Hij door de zware stenen die op de ziel liggen, opent de graven, wekt de mens op die werkelijk dood is, haalt de gevangen ziel uit de donkere gevangenis.

12. Net zoals een man aan handen en voeten met kettingen gebonden is, en iemand komt en maakt zijn banden los, en laat hem vrij rondlopen zonder inmenging, zo maakt de Heer de ziel los die gebonden is met de ketenen van de dood, en laat hem gaan, en stelt de geest vrij om op zijn gemak en ongehinderd in Gods lucht te lopen. Stel je voor dat een man zich midden in een rivier in volle vloed bevindt, en overweldigd door het water levenloos ligt, verdronken, met vreselijke monsters om hem heen. Als een andere man, die niet gewend is om te zwemmen, degene die erin is gevallen, zou willen redden, is hij ook verloren en verdrinkt met hem. Het is duidelijk dat er behoefte is aan een bekwame zwemmer, een expert, om de diepte van het water van de golf in te gaan, te duiken en de verdronken man daar tussen de monsters naar boven te halen. Het water zelf, wanneer het een bekwame man ziet die weet hoe hij ermee moet navigeren, helpt zo’n man en draagt ​​hem naar de oppervlakte. De ziel is op dezelfde manier in de afgrond van de duisternis en de diepte van de dood gedompeld en verdronken, en is dood en gescheiden van God te midden van vreselijke monsters; en wie is in staat om af te dalen in die geheime kamers en de diepten van de hel en de dood, behalve die deskundige Werkman die het lichaam vormgaf? In Zijn eigen persoon gaat Hij twee hoeken binnen, in de diepte van de hel en in de diepe kloof van het hart, waar de ziel met haar gedachten vastgehouden wordt door de dood, en haalt uit het duistere hol de Adam die dood lag. En de dood zelf wordt, door oefening, een hulp voor de mens, zoals het water voor de zwemmer.

13. Welke moeilijkheid is er voor God om de dood binnen te gaan, of de diepe kloof van het hart, en de dode Adam van daaruit op te roepen? In de natuurlijke wereld zijn er huizen en woningen waar de mensheid woont, en er zijn plaatsen waar wilde dieren, leeuwen, of draken, of andere giftige beesten wonen. Als de zon, die maar een schepsel is, in elke richting binnenkomt, door ramen, door deuren, en in de holen van leeuwen, en in de holen van slangen, en er weer uitkomt zonder enig letsel op te lopen, hoeveel te meer gaat de God en Heer van alles de holen en woonplaatsen binnen waar de dood zijn tent opsloeg, en in zielen, en redt Adam daarvandaan zonder door de dood te worden verwond? Ook de regen komt uit de hemel neer en bereikt de lagere delen van de aarde, en bevochtigt en vernieuwt daar de verdroogde wortels, en maakt daar een nieuwe groei.

14. Eén man houdt conflict en ontbering en oorlog tegen Satan. Het hart van deze man is berouwvol; hij is in zorg en rouw en tranen. Zo iemand is in twee afzonderlijke rijken terechtgekomen. Als hij dan in deze staat van zaken volhardt, is de Heer met hem voor de strijd en beschermt hem; want hij zoekt in ernst en klopt op de deur totdat Hij voor hem opendoet. Nogmaals, als u hier een goede broeder ziet, is het genade die hem heeft gevestigd. Maar de man zonder fundament heeft geen dergelijke vrees voor God. Zijn hart is niet berouwvol. Hij is niet bang, noch beveiligt hij zijn hart en leden om niet wanordelijk te wandelen. De ziel van deze man is geheel vrij, want hij is nog niet in conflict gekomen. Er is dan een verschil tussen de man in conflict en ontbering, en de man die niet weet wat strijd is. Zelfs de zaden die in de grond worden gegooid, ondergaan ontberingen door de vorst, de winter en de koude lucht, maar op het juiste moment versnelt de groei.

15. Soms gebeurt het dat Satan in het hart spreekt: “Zie, hoeveel verkeerde dingen hebt u gedaan! Zie, hoeveel dwaasheden is uw ziel vervuld, en u bent bezwaard met zonden, dat u niet gered kunt worden.” Dit doet hij om u tot wanhoop te brengen, en u te laten denken dat uw berouw niet aanvaardbaar is. Want aangezien door de overtreding de goddeloosheid is binnengekomen, spreekt het elk uur met de ziel, zoals mens met mens. Antwoord hem dan: “Ik heb de getuigenissen van de Heer op schrift, die zeggen: Ik wil niet de dood van de zondaar, maar zijn bekering, en dat hij zich bekeert van zijn goddeloosheid en leeft.” Hiervoor is Hij neergedaald, om zondaars te redden, de doden op te wekken, verloren levens nieuw leven in te blazen, licht te geven aan hen die in duisternis zijn. In waarheid kwam Hij, en riep ons tot de aanneming tot zonen, tot een heilige stad die altijd in vrede is, tot het leven dat nooit sterft, tot onvergankelijke heerlijkheid. Laten wij alleen ons begin goed afronden. Laten wij in armoede blijven, in de toestand van vreemden, in lijdende ellende, in smeekbeden tot God, dringend aan de deur kloppend. Nabij zoals het lichaam bij de ziel is, is de Heer dichterbij, om te komen en de gesloten deuren van het hart te openen, en ons de rijkdommen van de hemel te schenken. Hij is goed en vriendelijk voor de mens, en Zijn beloften kunnen niet liegen, als wij Hem maar tot het einde blijven zoeken. Glorie aan de barmhartigheden van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest voor eeuwig. Amen.

Bron : https://en.m.wikisource.org/wiki/Fifty_spiritual_homilies_of_St._Macarius_the_Egyptian/Homily_11

Thomas Merton : Mijn vreugde is de grote kracht van Christus…….

THOMAS9

“Mijn vreugde is de grote kracht van Christus. En daarom ben ik bovenal blij met mijn diepe morele armoede, die me deze dagen altijd voor ogen staat, maar die me niet obsedeert of van streek maakt omdat het allemaal verloren is in Zijn genade.”
Thomas Merton