Ter bezinning : Gij die weet….

1dc541c3d922c5759c4047c02462880b (1)

GIJ DIE WEET’

tekst: Huub Oosterhuis; muziek: Bernard Huijbers

Gij die weet wat in mensen omgaat
aan hoop en twijfel, drift, plezier, onzekerheid.
Gij die ons denken peilt
en ieder woord naar waarheid schat
en wat onzegbaar onmiddellijk verstaat.

Gij toetst ons hart
en gij zijt groter dan ons hart.
Op elk van ons houdt Gij uw oog gericht.
En niemand, of hij heeft een naam bij U.
En niemand valt of hij valt in uw handen
en niemand leeft of hij leeft naar U toe.

Maar nooit heeft iemand U gezien.
In dit heelal zijt Gij onhoorbaar.
En diep in de aarde klinkt uw stem niet.
En ook uit de hoogte niet.
En niemand die de dood is ingegaan
keerde ooit terug om ons van U te groeten.

Aan U zijn wij gehecht. Naar U genoemd.
Gij alleen weet wat dat betekent. Wij niet.
Wij gaan de wereld door met dichte ogen.

Maar soms herinneren wij ons een naam,
een oud verhaal dat ons is doorverteld,
over een mens die vol was van uw kracht,
Jezus van Nazareth, een zoon van Abraham.
In hem zou uw genade zijn verschenen,
uw mildheid en uw trouw. In hem zou voorgoed
aan het licht gekomen zijn hoe Gij bestaat:
weerloos en zelveloos, dienaar van mensen.

Hij was zoals wij zouden willen zijn:
een mens van God, een vriend, een herder,
die niet te eigen bate heeft geleefd
en niet vergeefs, onvruchtbaar is gestorven.

Die in de laatste nacht dat hij nog leefde
het brood gebroken heeft en uitgedeeld
en heeft gezegd: Neemt, eet, dit is mijn lichaam –
zo zult gij doen tot mijn gedachtenis.
Toen nam hij ook de beker en zei:
Dit is het nieuw verbond, dit is mijn bloed,
dat wordt vergoten tot vergeving van uw zonden.
Als je uit deze beker drinkt, denk dan aan mij.

Tot zijn gedachtenis nemen wij daarom
dit brood en breken het voor elkaar,
om goed te weten wat ons te wachten staat
als wij leven hem achterna.

Als Gij hem hebt gered van de dood, God,
als hij, dood en begraven, toch leeft bij U,
red dan ook ons en houd ons in leven,
haal ook ons door de dood heen, nu.
En maak ons nieuw, want waarom hij wel,
en waarom wij niet –wij zijn toch ook mensen.

 

Dit lied onder de loep genomen door Gerard Swüste:

De tekst van Gij die weet staat in Zien – soms even uit 1972. Het tafelgebed heeft een roemruchte geschiedenis: het werd gezongen op de eerste bijeenkomst van de 8-mei-beweging in 1985 waar kritische katholieken bij elkaar kwamen om voorafgaand aan het bezoek van de paus aan Nederland het ‘andere gezicht’ van de r.k. kerk van Nederland te laten zien. Bovenstaand tafelgebed was voor velen ook een ander geluid. Het schoot bij de bisschoppen danig in het verkeerde keelgat. Niet alleen vanwege de tekst, maar vooral omdat de hele gemeente mocht meezingen, zelfs bij de instellingswoorden en dat was in hun ogen een rechtstreekse aantasting van het priesterschap.
Maar laten we ons concentreren op de tekst. De eerste woorden zijn ‘Gij die weet’. En daar staat tegenover het ‘maar’ in het derde couplet. Gij weet van in mensen omgaat, Gij kent ons, Gij toetst ons hart. Het is in de lijn van Psalm 139: Gij peilt ons hart en Gij kent ons. En daar staat couplet 3 tegenover: Gij weet alles, maar… niemand heeft u ooit gezien. Uw stem horen we niet, niet diep in de aarde en ook uit de hoogte niet. Even tussen haakjes: dat laatste is een prachtige woordspeling: wij horen uw stem niet vanuit de hemel, maar het is ook niet een stem die tot ons spreekt vanuit de hoogte, vanuit een machtspositie, een stem die ons kleineert. En niemand die gestorven is, is teruggekeerd met de boodschap ‘hartelijke groet van God’.

In die eerste coupletten wordt de tegenstelling neergezet die door het hele tafelgebed loopt. ‘Gij weet’ maar …‘wij gaan de wereld door met dichte ogen’. Daar gaat wel aan vooraf dat wij ‘aan U gehecht zijn, naar U genoemd’. Maar, letterlijk, God mag weten wat dat precies betekent.

Dan komt er een tweede ‘maar’. Wij weten weliswaar niets, maar…soms herinneren we ons een naam, een oud verhaal. Het verhaal van Jezus van Nazareth. Het is opmerkelijk hoe dat verhaal in dit tafelgebed wordt ingevoegd. Met ‘soms’, een ‘oud verhaal dat ons is doorverteld’. Het verhaal is natuurlijk meer dan bekend, velen horen het bij wijze van spreken een leven lang bijna elke zondag. Het is alsof deze zinnen ons eraan herinneren dat we het verhaal bijna uit ons hoofd kennen, maar dat het toch steeds weer echt tot ons moet doordringen. We kennen het wel, maar eigenlijk weten we het niet. Het is steeds weer nieuw, verrassend, misschien ook wel schokkend.

Dat is het verhaal van Jezus van Nazareth. In de loop van jaren is de toevoeging ‘een jodenman’ veranderd in ‘een zoon van Abraham’, waarschijnlijk omdat dat iets eerbiediger klinkt naar de joodse mensen toe.

‘In hem zou uw genade zijn verschenen…in hem zou aan het licht gekomen zijn..’ . Er staat uitdrukkelijk twee maal ‘zou’. Het is nog steeds: Gij weet en wij niet, wij vermoeden hoogstens. Dat ‘aan het licht gekomen’ is ook een mooie woordspeling. Er staat dat in Jezus duidelijk is geworden hoe God bestaat, (beeld en gelijkenis), maar intussen is het ook Jezus zelf die zich het licht van de wereld noemt. En hoe bestaat God dan? Net zoals we in Jezus hebben kunnen zien, zingt het lied: weerloos, zelveloos, dienaar. Dat ‘zelveloos’ komen we in Van Dale niet tegen, maar het is duidelijk: zichzelf wegcijferend, het tegenovergestelde van egocentrisch.

‘Hij was zoals wij zouden willen zijn’: hij is dus een voorbeeld, wij willen een voorbeeld aan hem nemen. Vriend zijn, herder zijn, niet te eigen bate leven. En bij hem was het dan ook zo, dat hij niet vergeefs, onvruchtbaar is gestorven. Dat zouden wij ook willen.

Daarna volgen de zogeheten instellingswoorden: ze zijn tamelijk klassiek, ongeveer uit het oude Romeinse tafelgebed, de canon, vertaald. Want deze klassieke woorden geven precies weer wat Jezus was: aan de ene kant een mens van vlees en bloed, zoals wij, zoals wij zouden willen zijn, maar ook een mens van God die brood breekt als teken dat hij zijn lichaam en zijn leven geeft, die de beker laat rondgaan als teken dat God vergeeft wat wij verkeerd deden.
Wij delen in dat gebaar ‘tot zijn gedachtenis’. ‘Gedachtenis’ is een beladen woord: we roepen op wat in het verleden is gebeurd, we doen dat nu, met het oog op onze toekomst (‘Om goed te weten wat ons te wachten staat’). Verleden, heden en toekomst komen in dit gebaar bij elkaar. Dat is de kern van Eucharistie.

Dan is er nog zoiets als een slotgebed. Meestal is dat een gebed tot de Geest. Dat wij leven in de geest van Jezus van Nazareth, dat die geest over ons komt. Hier is het: als hij, Jezus, ondanks de dood toch leeft bij U, God, red dan ook ons. Houd ons in leven. Dit is, denk ik, niet een bede waarin we aan God vragen dat er toch maar een hemel mag zijn, waar we na onze dood voor eeuwig kunnen genieten. Het lijkt mij vooral een gebed om echt te leven, om niet tijdens ons leven al dood te zijn, onvruchtbaar, levend voor onszelf. Dat is ook de dood of de doodlopende weg waar de Psalmen en de Boeken van de Wijsheid het over hebben. Niet zozeer een leven na de dood, maar een leven dat niet zit op een doodlopende weg. Dus eigenlijk is dit ook een gebed om te leven in de geest van Jezus van Nazareth.

Het einde is enigszins gewaagd: ’waarom hij wel en wij niet; wij zijn toch ook mensen!’ Maar het is ook een echt gebed. Jezus wordt daarin gezien als een mens die werkelijk geleefd heeft, die werkelijk een voorbeeld is, die werkelijk brood en wijn heeft gezegend en uitgedeeld. Hij mag dan, zoals het lied zegt ‘leven bij U’, wij kennen hem vooral als een mens zoals wij. Laat ons dan ook zo vruchtbaar mogen leven.

Nog iets over de muziek. In de oorspronkelijk partituur staan allerlei herhalingen. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat het tafelgebed werd doorgezongen tijdens het uitdelen van brood en wijn en dat aan het einde van die uitdeling het slotgebed ‘Als Gij hem hebt gered’ werd gezongen. Dat is overigens niet zo vaak in praktijk gebracht. Maar wel zijn vaak de zogeheten instellingswoorden herhaald. En dat was opzet van Bernard Huijbers. In de r.k. liturgie is de zogenoemde consecratie, het uitspreken van de instellingswoorden door de priester, een heilig moment: dan verandert brood in lichaam van Christus en wijn in bloed. Het is een moment dat men knielt, stil is, dat de misdienaars met hun bellen rinkelen en het is het hoogtepunt van de eucharistie. Bernard Huijbers wilde van die plechtstatigheid af. Er is niet één moment. God is al lang in ons midden, de hele viering al, ons hele leven al. Door de instellingswoorden te herhalen liet Bernard Huijbers dat duidelijk weten. Zo zie je: ook met muziek kun je theologie beoefenen!

4f73caad87e5ca11ebb39d9d2677fc42

Heilige Teresa van Avila : Moge er vandaag vrede zijn van binnen…

TEVREDEN

ORIGINEEL GEBED DOOR TERESA VAN AVILA

Moge er vandaag vrede zijn van binnen.

Moge je God vertrouwen dat je precies bent waar je hoort te zijn.

Moge je de oneindige mogelijkheden die geboren worden uit geloof niet vergeten.

Moge je de gaven die je hebt ontvangen gebruiken, en de liefde die je is gegeven doorgeven.

Moge je tevreden zijn ,wetende dat je een kind van God bent.

Laat deze aanwezigheid zich nestelen in je botten en geef je ziel de vrijheid om te zingen, dansen, prijzen en liefhebben.

Heilige Teresa van Avila

Franciscus van Assisi : LAAT ONS BIDDEN zoals Jezus ons heeft geleerd in het Evangelie van vandaag en met Sint Franciscus, die in zijn liefde voor God de genade van deze meditatie ontving…..

FRANCIS3

LAAT ONS BIDDEN zoals Jezus ons heeft geleerd in het Evangelie van vandaag en met Sint Franciscus, die in zijn liefde voor God de genade van deze meditatie ontving:

Onze Vader: Schepper, Verlosser, Redder en Trooster.

In de hemel: In de engelen en de heiligen. U geeft hun licht, zodat zij kennis mogen hebben, want U bent licht. U ontsteekt hen, zodat zij mogen liefhebben, want U bent liefde. U leeft voortdurend in hen, zodat zij gelukkig mogen zijn, want U bent het hoogste goed, het eeuwige goed, en het is van U dat al het goede komt en zonder U is er geen goed.

Geheiligd worde uw naam. Moge onze kennis van U steeds duidelijker worden, zodat wij de omvang van Uw zegeningen, de reikwijdte van Uw beloften, de hoogte van Uw majesteit en de diepte van Uw oordelen beseffen.

Uw koninkrijk kome: opdat U door Uw genade in ons mag regeren en ons naar Uw koninkrijk mag brengen, waar wij U duidelijk zullen zien, U volmaakt zullen liefhebben, gelukkig zullen zijn in Uw gezelschap en voor eeuwig van U zullen genieten.

Uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel: Dat wij U met heel ons hart mogen liefhebben door altijd aan U te denken; met heel ons verstand door onze hele intentie op U te richten en in alles Uw glorie te zoeken; en met al onze kracht door al onze energieën en genegenheden van ziel en lichaam te besteden aan de dienst van Uw liefde alleen. En mogen wij onze naaste liefhebben als onszelf, hen allen aanmoedigend om U zo goed mogelijk lief te hebben, ons verheugend over het geluk van anderen, net alsof het ons eigen geluk was en meelevend met hun ongelukken, terwijl wij niemand beledigen.

Geef ons heden ons dagelijks brood: Uw geliefde Zoon, onze Heer Jezus Christus, om ons te herinneren aan de liefde die Hij ons heeft betoond en om ons te helpen die liefde te begrijpen en te waarderen, en alles wat Hij heeft gedaan, gezegd en geleden.

En vergeef ons onze zonden: in Uw oneindige barmhartigheid en door de kracht van het lijden van Uw Zoon, onze Heer Jezus Christus, samen met de verdiensten en de voorspraak van de Heilige Maagd Maria en alle heiligen.

Zoals wij vergeven aan hen die tegen ons zondigen. En als wij niet volmaakt vergeven, laat ons dan volmaakt vergeven, zodat wij werkelijk onze vijanden liefhebben uit liefde voor U en vurig tot U voor hen bidden, zonder kwaad met kwaad te vergelden, maar alleen maar uit zijn op het dienen van iedereen in U.

Leid ons niet in verzoeking: Verborgen of duidelijk, plotseling of onvoorzien.

Maar verlos ons van het kwaad: heden, verleden of toekomst. Amen.

 

(Door Franciscus van Assisië

 

St Ambrosius : De duivel toont tegelijkertijd zijn zwakheid en zijn slechtheid…..

devil

De strategie van de duivel

door Sint Ambrosius van Milaan (337-397 n.Chr.) Kerkleraar

 

De duivel toont tegelijkertijd zijn zwakheid en zijn slechtheid.

Hij kan niemand kwaad doen die zichzelf geen kwaad doet. Sterker nog, iemand die de hemel ontkent en de aarde kiest, rent als het ware naar een afgrond, ook al rent hij uit eigen beweging.

De duivel gaat echter aan de slag zodra hij iemand ziet die zich aan zijn geloof houdt, die bekendstaat om zijn deugdzaamheid en die goede werken doet.

Hij probeert hem ijdelheid aan te praten, zodat hij opgeblazen wordt van trots, aanmatigend, het vertrouwen in het gebed verliest en het goede dat hij doet niet aan God toeschrijft, maar alle eer aan zichzelf opeist.

St Ambrosius van Milaan

Augustinus : Gebeden voor vandaag ….

6d5e58f9c627ea80803ef2e01e983cf6

GEBEDEN VOOR VANDAAG :

St.AUGUSTINUS

 

789654

 

AUGUSTINUS (354-430). De autobiografische Belijdenissen van de bisschop van Hippo  zijn een klassiek gebed van persoonlijke boete en vreugde. Het is een vormende kracht in het christendom gedurende ruim duizend jaar.

 

ONZE HARTEN ZIJN RUSTLOOS

Eeuwige God, in Wie wij leven, bewegen en zijn. U hebt ons voor Uzelf geschapen, en ons hart is rusteloos totdat het rust vindt in U.

 

UITMUNTENDHEID

Lieve God, ik zoek U te kennen, U lief te hebben, mij in U te verheugen. Als ik dit niet perfect kan doen, mag ik dan tenminste elke dag naar hogere graden vorderen totdat ik dichter bij de perfectie kom. God van de waarheid, moge mijn kennis van U toenemen; moge mijn liefde voor U elke dag meer en meer groeien; moge mijn vreugde in U vol worden.

 

VUUR EN LICHT

O Vuur dat altijd brandt en nooit uitgaat, steek mij aan!

O Licht dat altijd schijnt, verlicht mij!

 

VOOR KRACHT

O God, de onsterfelijke hoop van allen, wij verheugen ons dat U ons steunt, zowel als klein als zelfs tot aan de grijze haren. Wanneer onze kracht van U is, is het inderdaad kracht; maar wanneer alleen onze eigen kracht, is het zwakte. Bij U zijn verkwikking en ware kracht.

 

EEN PERS0ONLIJK GEBED

O God, het Licht van het hart dat U ziet,

Het Leven van de ziel die U liefheeft,

De Kracht van de geest die U zoekt:

Moge ik altijd standvastig blijven in Uw liefde.

Wees de vreugde van mijn hart;

Neem mij geheel tot Uzelf, en verblijf daarin.

 

Het huis van mijn ziel is, ik beken, te nauw voor U.

Vergroot het, zodat U kunt binnengaan.

Het is ruïneus, maar herstel het.

Het heeft in zich wat Uw ogen moet beledigen;

ik belijd en weet het,

Maar wiens hulp zal ik zoeken om het te reinigen, behalve de Uwe alleen?

 

Tot U, o God, roep ik dringend.

Reinig mij van geheime fouten.

Bewaar mij voor valse trots en sensualiteit

, opdat zij niet over mij heersen.

 

AANROEPING

O Liefde van God, daal neer in mijn hart;

Verlicht de donkere hoeken van deze verwaarloosde woning,

En verspreid daar Uw vrolijke stralen.

Woon in de ziel die verlangt Uw tempel te zijn;

Water die onvruchtbare grond overwoekerd met onkruid en doornen

En verloren door gebrek aan cultivatie.

Maak het vruchtbaar met Uw dauw.

 

Kom, lieve Verfrissing van hen die kwijnen;

Kom, Ster en Gids van hen die varen te midden van stormen.

U bent de Haven van de geslingerden en schipbreukelingen.

Kom nu, Glorie en Kroon van de levenden,

Evenals de Veiligheid van de stervenden.

Kom, Heilige Geest;

Kom, en maak mij geschikt om U te ontvangen.

 

JIJ BENT ONS LEVEN

O God, die zo voor ieder van ons zorgt alsof U voor ieder alleen zorgt; en zo voor allen, alsof allen slechts één zijn. U bent het Leven van ons leven. U bent constant door alle verandering heen. Gezegend zijn allen die U liefhebben.

 

WIJ ZIJN OP ZOEK NAAR JOU

O mijn God, Licht der blinden en Kracht der zwakken; ja, ook Licht der zienden en Kracht der sterken: wij keren ons om en zoeken U, want wij weten dat U hier in ons hart bent wanneer wij met U converseren; wanneer wij ons op U werpen; wanneer wij wenen, en U zachtjes onze tranen afveegt, en ook wanneer wij wenen van vreugde omdat U die ons gemaakt hebt, ons opnieuw maakt en troost. Geef dat wij U geheel mogen liefhebben, zelfs tot het einde.

 

GESCHENKEN

Dank aan U, O Schepper en Bestuurder van het universum, voor mijn welzijn door de jaren heen sinds ik bij de geboorte aankwam. Dank aan U, mijn vreugde, mijn vertrouwen, mijn God, voor de gaven waarmee U mij hebt bewaard en mij in staat hebt gesteld te groeien.

 

TE LAAT

Te laat kwam ik om U lief te hebben, O Schoonheid, zowel oud als altijd nieuw; te laat kwam ik om U lief te hebben. Zie! U was in mij, en ik was buiten mijzelf op zoek naar U. U was inderdaad bij mij, maar ik was niet bij U. U riep mij; ja, U brak zelfs mijn doofheid open. Uw stralen schenen naar mij en verdreven mijn blindheid. U blies op mij, en ik haalde adem en hijgde naar U. Ik proefde U, en nu honger en dorst ik naar U. U raakte mij aan, en ik brand altijd weer om van Uw vrede te genieten.

 

Gebed tot de heilige Geest

Adem in mij, o Heilige Geest

Dat mijn gedachten allemaal heilig zijn

Handel in mij, o Heilige Geest

Dat ook mijn werk heilig is…

Teken in mijn hart O Heilige Geest

Dat ik alleen hou van wat heilig is

Versterk me, o Heilige Geest

om alles wat heilig is te verdedigen

Waak over mij, o Heilige Geest

Dat ik altijd heilig mag zijn

Kom heilige Geest

Fluister het mij in, heilige Geest: ik zal het goede denken. Spoor me aan, heilige Geest: ik zal het goede doen. Verlok me, heilige Geest: ik zal het goede zoeken. Geef me kracht, heilige Geest: ik zal het goede vasthouden. Bescherm me, heilige Geest: ik zal het goede nooit verliezen.

 

Lofprijzing van God

Groot zijt Gij, Heer, en ten zeerste lovenswaardig! Groot is uw macht en uw wijsheid heeft geen getal. (Ps. 47,1; 95,4; 144,3) En loven wil u een mens, een deel van uw schepping, ja een mens, die zijn sterfelijkheid met zich omdraagt, die met zich omdraagt het bewijs van zijn zonde en het bewijs, dat gij de hovaardigen weerstaat. (1 Petr. 5,5; Jak. 4,6) En toch wil hij u loven, die mens, een deel van uw schepping. Gij zet hem aan om er vrede in te vinden u te loven, want gij hebt ons gemaakt naar u, en rusteloos blijft ons hart totdat het zijn rust vindt in u. (…)

Belijdenissen I,1,1

 

Rust vinden

Wie zal mij geven dat ik in u mijn rust mag vinden? Wie zal mij geven dat gij in mijn hart komt en het dronken maakt, zodat ik mijn kwaad vergeet en mijn ene goed omhels, u? Wat zijt gij voor mij? Erbarm u, dat ik woorden mag vinden. Wat ben ikzelf voor u, dat gij beveelt door mij bemind te worden en, als ik dat niet doe, vertoornd op mij wordt en mij dreigt met nameloos ongeluk? Is mijn ongeluk dan gering, wanneer ik u alleen maar niet bemin? Laat mij er niet aan denken! Bij uw barmhartigheden, Heer mijn God, zeg mij, wat gij voor mij zijt. Zeg tot mijn ziel: Ik ben uw heil. (Ps. 34,3) Zeg het zo, dat ik het hoor. Zie, de oren van mijn ziel zijn naar u toegewend, Heer; open ze en zeg tot mijn ziel: Ik ben uw heil. Ik zal die stemklank nalopen en ik zal u grijpen. Verberg mij niet uw aangezicht! Zal ik ervan sterven? Ik wil sterven, als ik het maar mag zien!

Belijdenissen I,5,5

 

OM TE LEZEN EN BEGRIJPEN

Verhoor, Heer, mijn gebed (Ps. 60,2): laat mijn ziel niet moe worden onder uw leertucht en laat mij niet moe worden in het belijden van uw barmhartigheden, waardoor gij mij onttrokken hebt aan al mijn zondige wegen: zo zult gij zoet voor mij worden, boven al de verleidingen die ik naliep, en zo zal ik u met alle kracht beminnen en met hart en ziel uw hand omvatten; en gij zult mij aan alle bekoring ontrukken, tot aan het einde toe. Gij immers, Heer, zijt mijn koning en mijn God (Ps.17,30; 5,3; 43,5); aan u moet alles dienstbaar zijn wat ik als jongen aan nuttigs heb geleerd; u moet mijn spreken dienstbaar zijn, mijn schrijven, mijn lezen en mijn rekenen, want terwijl ik ijdele dingen leerde, waart gij bezig mij te onderwijzen en gij hebt mij de zonden vergeven, die ik door mijn behagen in die ijdelheden bedreef. Ik heb daarbij namelijk veel woorden geleerd die nuttig kunnen zijn: deze kunnen overigens ook geleerd worden door dingen die niet ijdel zijn, en dat is voor de jeugd de veilige weg, die zij zou moeten bewandelen.

Belijdenissen

 

VLAMMENDE WOORDEN

Gij had ons hart met uw liefde doorschoten en wij droegen uw woorden met ons mee, als pijlen door ons binnenste geboord; en de voorbeelden van uw dienaren – van zwart fonkellicht en van dood levend gemaakt door u – waren samen getast in de boezem van ons overdenken en zij verbrandden en verteerden, om ons niet meer naar omlaag te laten glijden, onze drukkende loomheid en zetten ons in lichter laaie, zodat iedere ademtocht van tegenspraak, die van de arglistige tong zou komen, ons feller zou doen vlammen en ons niet uit zou kunnen doven. (…)

Belijdenissen

 

GOD LEREN KENNEN

Moge ik u kennen, u die mij kent, moge ik u kennen zoals ik ook gekend ben. (1 Kor. 13,12) Kracht van mijn ziel, treed haar binnen en zet haar naar uw hand, om haar te hebben en te bezitten zonder vlek of rimpel. (Ef. 5,27) Dat is wat ik hoop, daarom spreek ik, en van die hoop komt mijn vreugde, zo vaak ik terecht verheugd ben; wat echter dit leven verder nog biedt, verdient te minder tranen, naarmate er meer, te meer tranen, naarmate er minder om geschreid wordt. Inderdaad, gij hebt de waarheid liefgehad (Ps. 51,8), want wie de waarheid doet (Ps. 51,8), hij komt tot het licht.(Joh. 3,21) Ik wens haar te doen, de waarheid, met mijn hart ten overstaan van u door mijn belijdenis, met mijn pen ten overstaan van de velen die er getuigen van zullen zijn.

Belijdenissen

HOE VAN GOD TE HOUDEN

jMaar wat heb ik lief, wanneer ik u liefheb? Geen schoonheid van een lichaam, geen luister van de tijd, geen lichtglans die mijn aardse logen lief is, geen heerlijke melodieën van gevarieerd gezang, geen aangename geur van bloemen, reukwerken en specerijen, geen manna en geen honing, geen ledematen die welgevallig zijn aan de omhelzingen van het vlees: deze dingen zijn het niet die ik liefheb, wanneer ik mijn God liefheb. En niettemin heb ik zo iets als een licht lief, zo iets als een -70- stemgeluid, zo iets als een geur, zo iets als een spijs en zoiets als een omhelzing, wanneer ik mijn God liefheb, die licht is en stemgeluid en geur en spijs en omhelzing van mijn innerlijke mens, daar waar voor mijn ziel die lichtglans fonkelt, die door geen plaats bevat wordt, daar waar die klank weerklinkt, die door geen tijd wordt weggerukt, daar waar die geur hangt, die door geen wind verstrooid wordt, daar waar die smaak bestaat, die door geen gretig eten wordt verminderd, daar waar die omhelzing wordt gegeven, die door geen verzadiging losraakt. Dat is het wat ik liefheb, wanneer ik mijn God liefheb.

 

DANKBAARHEID

Ik dank u, o Heer, mijn vreugde en mijn glorie, mijn hoop en mijn God. Ik dank u voor uw geschenken aan mij. Houd ze voor mij ongedeerd; zij zullen mij vormen en ik zal bij U zijn, want uw wezen is uw leven.

Belijdenissen I, 20

 

OP ZOEK NAAR GELUK

jO God, mijn Vader, ik zoek U en doe geen uitspraken over u. Help mij en leid mij. Maar hoe zoek ik U, o Heer? Want als ik U zoek, mijn God, zoek ik geluk. Laat mij U daarom zoeken, zodat mijn ziel mag leven; Zoals mijn lichaam leeft door mijn ziel, zo leeft mijn ziel door U.

Belijdenissen XI, 17

 

Bron : augustijnen.be/augustinus/gebeden

 

 

St Athanasius : (297 – 373) : Een afdruk van Wijsheid is in ons en in al Zijn Werken geschapen….

Creator

“ En Jezus zei tot hen: Van wie is dit het beeld en het opschrift?” Zij zeiden: Van de keizer. Toen zei Hij tot hen: Geef daarom aan de keizer wat van de keizer is, en aan God wat van God is. ” – Mattheüs 22:20-21

“ Een afdruk van Wijsheid is in ons en in al Zijn Werken geschapen. Daarom eist de ware Wijsheid die de wereld vormgaf, voor Zichzelf alles op wat Zijn Beeld draagt ​​en zegt terecht: De Heer schiep mij in Zijn Werken. Deze woorden worden werkelijk gesproken door de wijsheid in ons, maar de Heer Zelf neemt ze hier aan als Zijn eigen. Wijsheid, Zelf is niet geschapen omdat Hij de Schepper is, maar vanwege het geschapen beeld van Zichzelf, gevonden in Zijn Werken, spreekt Hij aldus, alsof Hij over Zichzelf spreekt. Onze Heer zei: Hij die u ontvangt, ontvangt Mij en Hij kon dit zeggen omdat de afdruk van Zichzelf in ons is.

Op dezelfde manier, hoewel Wijsheid niet tot de geschapen dingen gerekend mag worden, spreekt Hij toch, omdat Zijn vorm en gelijkenis in Zijn Werken is, alsof Hij een schepsel was en zegt: De Heer schiep mij in Zijn Werken, toen Zijn doel zich voor het eerst ontvouwde. …

De gelijkenis van Wijsheid is op schepselen gestempeld, zodat de wereld daarin het Woord kan herkennen dat zijn Maker was en, door het Woord, de Vader kan leren kennen. Dit is Paulus’ leer: Wat over God gekend kan worden, is voor hen duidelijk, want God heeft het hun getoond. Sinds de schepping van de wereld is Zijn onzichtbare natuur daar, voor het verstand om waar te nemen, in dingen die gemaakt zijn. Dienovereenkomstig is het Woord geen schepsel, want de passage die begint met: De Heer schiep mij… moet worden begrepen als verwijzend naar die Wijsheid die werkelijk in ons is en waarvan gezegd wordt dat het zo is.” – St Athanasius (297-373) Bisschop van Alexandrië, Vader en Kerkleraar

Heilige Theresia van het Kind Jezus :Als ik een fout maak die mij verdrietig maakt, weet ik heel goed dat de droefheid een gevolg is van mijn ontrouw, maar gelooft u dat ik daar blijf? …….

hasten

“Als ik een fout maak die mij verdrietig maakt, weet ik heel goed dat de droefheid een gevolg is van mijn ontrouw, maar gelooft u dat ik daar blijf? Oh nee, ik ben niet zo dwaas! Ik haast mij om tegen God te zeggen: Mijn God, ik weet dat ik dit gevoel van droefheid heb verdiend, maar laat mij het U net zo goed aanbieden als een beproeving die U mij door liefde hebt gestuurd. Ik heb spijt van mijn zonde, maar ik ben blij dat ik dit lijden aan U kan aanbieden.”

Heilige Theresia van het Kind Jezus en het Heilig Aanschijn.

Laatste gesprekken, 3 juli 1897

St Hiëronymus : De schriften zijn oppervlakkig genoeg, voor een baby om te komen drinken….

deep

De heilige Hiëronymus (347-419) Biechtvader, Vader en Kerkleraar, Priester, Monnik, Vertaler van de Schrift in het Latijn (de Vulgaat), Theoloog, Historicus, Kluizenaar, Mystiek.

564a60f66551a4cc8d3f10680d58c40e (1)

“De Schriften zijn oppervlakkig genoeg,

voor een baby om te komen drinken,

zonder angst om te verdrinken

en diep genoeg,

voor theologen om in te zwemmen,

zonder ooit de bodem te bereiken.”

St.Hiëronymus

St.Augustinus : Mijn ziel is als een huis, klein voor jou……

6b24d8676bed4ace05617116f4efe1da

SOUL

“Mijn ziel is als een huis, klein voor jou

om binnen te gaan, maar ik bid U om het te vergroten.

Het is in puin, maar ik vraag U om het opnieuw op te bouwen.

Het bevat veel dat u niet graag zult zien: dat weet ik en ik

verberg het niet. Maar wie ontdoet het van deze

dingen? Niemand anders dan jij.”

St. Augustinus van Hippo

Kahlil Gibran : vertel ons over vreugde en verdriet……

border 1245

GIBRAN

Kahlil Gibran

1883 –1931

Toen zei een vrouw: Vertel ons over vreugde en verdriet.

En hij antwoordde:

Jouw vreugde is jouw ontmaskerde verdriet.

En dezelfde bron waaruit jouw lach opwelt, werd vaak gevuld met jouw tranen.

En hoe kan het ook anders?

Hoe dieper het verdriet in je wezen dringt, hoe meer vreugde je kunt bevatten.

Is de beker waarin uw wijn zit niet dezelfde beker die in de oven van de pottenbakker is gebakken?

En is de luit die uw geest kalmeert niet hetzelfde hout dat met messen werd uitgehold?

Wanneer u blij bent, kijk dan diep in uw hart en u zult ontdekken dat alleen datgene wat u verdriet bezorgde, u nu vreugde geeft.

Wanneer u verdrietig bent, kijk dan nog eens in uw hart en u zult zien dat u werkelijk huilt om datgene waar u vreugde in had.

Sommigen van jullie zeggen: “Vreugde is groter dan verdriet,” en anderen zeggen: “Nee, verdriet is groter.”

Maar Ik zeg u: ze zijn onafscheidelijk.

Samen komen ze, en als de een alleen met jou aan boord zit, bedenk dan dat de ander op jouw bed slaapt.

Waarlijk, jullie hangen als een weegschaal tussen jullie verdriet en jullie vreugde.

Alleen als je leeg bent, sta je stil en ben je in evenwicht.

Wanneer de schatbewaarder u optilt om zijn goud en zilver te wegen, moet uw vreugde of verdriet stijgen of dalen.

 

Dit gedicht is in het publieke domein. Gepubliceerd in Poem-a-Day op 10 februari 2019, door de Academy of American Poets.

 

Efrem de Syriër : Leven en werken….

4561

St Efrem de Syriër

“Ik ben geboren op de weg van de waarheid: hoewel mijn jeugd zich niet bewust was van de grootheid van het voordeel, wist ik het toen de beproeving kwam.”

Efrem (of Eprhaim) de Syriër heeft ons honderden hymnen en gedichten nagelaten over het geloof dat de hele Kerk in vuur en vlam zette en inspireerde, maar weinig feiten over zijn eigen inspirerende leven.

De meeste historici leiden uit de hierboven geciteerde regels af dat Efrem in een christelijk gezin werd geboren – hoewel hij pas als volwassene werd gedoopt (de proef of oven), wat in die tijd gebruikelijk was. Verder is er weinig bekend over zijn geboorte en jeugd, hoewel velen vermoeden dat hij in het begin van de vierde eeuw in Mesopotamië werd geboren, mogelijk in Nisibis, waar hij het grootste deel van zijn volwassen leven doorbracht.

“Hij, Die twee grote lichten schiep, koos voor Zichzelf deze drie lichten, en plaatste ze in de drie donkere seizoenen van belegering die zijn geweest.”

Efrem diende als leraar, en mogelijk diaken, onder vier bisschoppen van Nisibis, Jacob, Babu, Vologeses en Abraham. De eerste drie beschrijft hij in de hierboven geciteerde hymne, geschreven toen Vologeses nog leefde. Zoals het vers zegt, leefde Efrem niet in gemakkelijke tijden in Nisibis.

“Ik ben toevallig op onkruid gestuit, mijn broeders, dat de kleur van tarwe draagt, om het goede zaad te verstikken.”

Volgens de overlevering begon Efrem hymnen te schrijven om de ketterijen die in die tijd hoogtij vierden tegen te gaan. Voor degenen die hymnen gewoon zien als het lied aan het einde van de mis dat ons ervan weerhoudt de kerk vroegtijdig te verlaten, kan het als een verrassing komen dat Ephrem en anderen de kracht van muziek herkenden en ontwikkelden om hun punten over te brengen. De overlevering vertelt ons dat Efrem de ketterse ideeën het eerst in liederen hoorde gieten en om ze tegen te gaan zijn eigen hymnen verzon hij. In de onderstaande is zijn doelwit een Syrische ketter Bardesan die de waarheid van de opstanding ontkende:

De zondvloed keerde echter het tij tegen Shapur. Toen hij probeerde binnen te vallen, vond hij zijn leger gehinderd door de wateren en de verwoesting die hij had veroorzaakt. De verdedigers van de stad, waaronder Ephrem, maakten gebruik van de chaos om de indringers in een hinderlaag te lokken en te verdrijven.

“Hij heeft ons gered zonder muur, en ons geleerd dat Hij onze muur is: Hij heeft ons gered zonder koning en ons laten weten dat Hij onze koning is: Hij heeft ons gered, in iedereen, en ons laten zien dat Hij alles is.”

Uiteindelijk verloor Nisibis echter. Toen Shapur de Romeinse keizer Jovianus versloeg, eiste hij de stad op als onderdeel van het verdrag. Jovianus gaf hem niet alleen de stad, maar stemde er ook mee in om de christenen te dwingen Nisibis te verlaten. Efrem was in die tijd waarschijnlijk een vijftiger of zestiger en was een van de vluchtelingen die in 363 de stad ontvluchtten.

Ergens in 364 vestigde hij zich als een eenzame asceet op de berg Edessa, in Edessa (wat nu Urfa is), 100 mijl ten oosten van zijn huis.

“De ziel is je bruid, het lichaam is je bruidskamer…”

In de tijd vóór monniken en kloosters wijdden veel vrome christenen, aangetrokken tot een religieus leven, zich als ihidaya (enkelvoudige en vastberaden volgelingen van Christus). Als een van hen leefde Eprhem zijn laatste jaren een ascetisch, celibatair leven.

Ketterij en gevaar volgden hem naar Edessa. De Ariaanse keizer Valens kampeerde buiten Edessa en dreigde alle christelijke inwoners te doden als ze zich niet onderwierpen. Maar Valens was degene die gedwongen werd op te geven in het aangezicht van de moed en standvastigheid van de Edessans (gesterkt door de hymnen van Efrem):

“De deuren van haar huizen liet Edessa open toen ze met de herder naar het graf ging, om te sterven, en niet van haar geloof af te wijken. Laat de stad en het fort en het gebouw en de huizen aan de koning worden overgegeven; Onze goederen en ons goud laten ons vertrekken; Wij scheiden dus niet van ons geloof!”

Volgens de overlevering was Efrem geschokt toen hij hoorde dat sommige burgers voedsel aan het hamsteren waren. Toen hij hen confronteerde, kreeg hij het eeuwenoude excuus dat ze geen eerlijke manier of eerlijk persoon konden vinden om het voedsel te verdelen. Efrem bood zich onmiddellijk aan en het is een teken van hoe gerespecteerd hij was dat niemand in staat was om deze keuze te betwisten. Hij en zijn helpers werkten ijverig om voedsel bij de behoeftigen in de stad en omgeving te krijgen.

De hongersnood eindigde het jaar daarop in een jaar van overvloedige oogst en Efrem stierf kort daarna, zoals ons wordt verteld, op hoge leeftijd. We weten niet de exacte datum of het jaar van zijn dood, maar 9 juni 373 wordt door velen geaccepteerd. Efrem vertelt in zijn stervenstestament een jeugdvisioen van zijn leven dat hij glorieus vervulde:

‘Er groeide een wijnstok op mijn tong, die toenam en tot in de hemel reikte, en hij bracht mateloos vrucht voort, evenzo bladeren zonder tal. Het breidde zich uit, het strekte zich wijd uit, het droeg vrucht: de hele schepping naderde, en hoe meer zij bijeenkwamen, hoe meer haar trossen overvloedig waren. Deze clusters waren de Homilieën; en dan blijven de Hymnen over. God was de gever ervan: glorie aan Hem voor Zijn genade! Want Hij heeft mij van Zijn welbehagen gegeven: uit de voorraadschuur van Zijn schatten.”

In zijn voetsporen:

Heeft een liedje je ooit zo ontroerd dat het je geloof of levensstijl heeft veranderd of uitgedaagd – ten goede of ten kwade? Wat vind je van de muziek die je zingt tijdens de liturgie? Leg je hele hart en ziel in de lofzangen die je vervolgens zingt. Luister naar de woorden en laat ze tot je spreken.

Gebed:

Heilige Efrem, soms gaan we lichtvaardig om met de kracht van het lied. Help ons om ons hart en onze ziel te openen voor de inspiratie van de Heilige Geest die ons door muziek wordt gegeven. Amen .

Lees verder “Efrem de Syriër : Leven en werken….”

Johannes Chrysostomos : For me life means CHRIST and DEATH is gain…..

2589

SERMON

De wateren zijn gestegen en er zijn zware stormen op ons afgekomen, maar we zijn niet bang om te verdrinken, want we staan ​​stevig op een rots. Laat de zee razen, ze kan de rots niet breken. Laat de golven stijgen, ze kunnen de boot van Jezus niet laten zinken. Wat moeten we vrezen? De dood? Leven betekent voor mij Christus, en dood is winst . Ballingschap? ‘De aarde en haar volheid behoren aan de Heer . De inbeslagname van goederen? We hebben niets in deze wereld gebracht, en we zullen er zeker niets uit nemen . Ik heb alleen minachting voor de bedreigingen van de wereld, ik vind haar zegeningen lachwekkend. Ik heb geen angst voor armoede, geen verlangen naar rijkdom. Ik ben niet bang voor de dood en ik verlang er niet naar om te leven, behalve voor uw welzijn. Ik concentreer me daarom op de huidige situatie en ik dring er bij u op aan, mijn vrienden, om vertrouwen te hebben.

  Hoort u de Heer niet zeggen: Waar twee of drie in mijn naam bijeen zijn, daar ben ik in hun midden ? Zal hij dan afwezig zijn, wanneer zoveel mensen verenigd in liefde bijeen zijn? Ik heb zijn belofte; Ik ga zeker niet op mijn eigen kracht vertrouwen! Ik heb wat hij heeft geschreven; dat is mijn staf, mijn veiligheid, mijn vredige haven. Laat de wereld in beroering zijn. Ik houd mij aan zijn belofte en lees zijn boodschap; dat is mijn beschermende muur en garnizoen. Welke boodschap? Weet dat ik altijd bij u ben, tot het einde van de wereld !

  Als Christus bij mij is, wie zou ik dan vrezen? Al worden de golven en de zee en de woede van vorsten tegen mij opgehitst, ze zijn voor mij minder dan een spinnenweb. Ja, als u, mijn broeders, mij niet had tegengehouden, zou ik vandaag nog zijn vertrokken. Want ik zeg altijd: “Heer, uw wil geschiede”; niet wat deze of gene wil dat ik doe, maar wat u wilt dat ik doe. Dat is mijn sterke toren, mijn onwrikbare rots, mijn staf die nooit bezwijkt. Als God iets wil, laat het dan gebeuren! Als hij wil dat ik hier blijf, ben ik dankbaar. Maar waar hij ook wil dat ik ben, ik ben niet minder dankbaar.

  Maar waar ik ben, daar ben jij ook, en waar jij bent, ben ik. Want wij zijn één lichaam, en het lichaam kan niet gescheiden worden van het hoofd, noch het hoofd van het lichaam. Afstand scheidt ons, maar liefde verenigt ons, en de dood zelf kan ons niet verdelen. Want al sterft mijn lichaam, mijn ziel zal leven en zich mijn volk herinneren.

  Jullie zijn mijn medeburgers, mijn vaders, mijn broers, mijn zonen, mijn ledematen, mijn lichaam. Jullie zijn mijn licht, zoeter voor mij dan het zichtbare licht. Want wat kunnen de stralen van de zon mij schenken dat vergelijkbaar is met uw liefde? Het licht van de zon is nuttig in mijn aardse leven, maar uw liefde vormt een kroon voor mij in het hiernamaals.Ik hoop dat je geïnspireerd wordt om ALTIJD op de Heer te vertrouwen! God zegene je!

Bron : Johannes Chrysostomos : For me live means Christ and death is gain

St.Augustinus : Eén van de heiligste werken, één van de beste oefeningen van vroomheid die we in deze wereld kunnen beoefenen……..

HIPPO89

“Eén van de heiligste werken,
één van de beste oefeningen van vroomheid
die we in deze wereld kunnen beoefenen ,
is het aanbieden van offers, aalmoezen en
gebeden voor de doden.”

Sint Augustinus van Hippo
(354-430 n.Chr.)

 

Cyrillus van Jerusalem : Uw opgebouwde overtredingen overtreffen de veelheid van Gods barmhartigheden niet……

HART

“Uw opgebouwde overtredingen overtreffen de veelheid van Gods barmhartigheden niet; uw wonden overtreffen de vaardigheid van de Grote Geneesheer niet.”

Geef uzelf alleen over in geloof: vertel de arts uw kwaal: zeg ook zoals David: ik zei: ik zal mijn zonde aan de Heer belijden: en hetzelfde zal in uw geval worden gedaan, en onmiddellijk daarop zegt  Hij: en jij vergeeft de goddeloosheid van mijn hart.

Cyrillus van Jeruzalem: Catechetische lezing 2.6

Cyrill10

 

St Augustinus : Je  verbergt je hart voor de mens – verberg het voor God als je kunt….

“Blinde Farizeeër!
Reinig eerst de binnenkant
van de beker
en van de schotel,
zodat ook de buitenkant rein wordt.”

Mattheüs 23:26

FROM

Je  verbergt je hart voor de mens – verberg het voor God als je kunt.

Als je wilt vluchten

van Hem, vlucht dan naar Hem.

Vlucht naar Hem door te belijden.

niet van Hem door u te verbergen

maar je kunt belijden.

Zeg Hem. “U bent mijn toevlucht.”

St.Augustinus

 

 

Gregorius van Nyssa : Want de tijd van de vruchten zal zeker komen, of hij wil of niet, op de vastgestelde tijd…

NYSSA99

NYSSA11

Want de tijd van de vruchten zal zeker komen, of hij wil of niet, op de vastgestelde tijd; en het zal anders worden bekeken door hem die zich van te voren heeft verzekerd van de overvloed van gewassen, en door hem in de vruchten-tijd zonder enige voorbereiding worden gevonden. Zelfs zo denk ik dat het iemands plicht is, nu de verkondiging duidelijk is gemaakt aan allen dat de tijd van verandering zal komen, om zich niet bezig te houden met tijden (want Hij zei dat “het niet aan ons is om de tijden en de seizoenen te kennen”), noch om berekeningen na te streven waardoor hij er zeker van zal zijn om de hoop van de opstanding in de ziel te slepen; maar om zijn vertrouwen in de dingen die verwacht worden te maken als een steun om op te leunen, en om voor zichzelf, door een goed gesprek, de genade te kopen die zal komen.

Gregorius van Nyssa

De lankmoedigeid van God….

Lijdzaamheid

The longsuffering
of God invites
the wicked to
repentance,
just as God’s rod
the pious
teaches
in patience.

St Augustine

 

daarboven

In al Gods goede
gaven heeft
Hij een korreltje
bitterheid
gelegd, opdat
de reiziger die
op weg is naar
zijn vaderland,
de herberg
hier benedenn
niet lief zou krijgen ten
koste van zijn
vaderstad
daarboven
– –

Aurelius Augustinus
(354-430)