
De wereld is als een veld
gevuld met de geur van Christus’ naam: van Hem is
de zegen van de dauw van de hemel, dat wil zeggen,
van de regens van goddelijke woorden;
en van de vruchtbaarheid van de aarde, dat is
van het bijeenbrengen van de volken: van Hem is
het koren en de wijn, dat is de menigte die brood
en wijn verzamelt in het sacrament van Zijn lichaam en bloed.
Hem dienen de natiën, Hem aanbidden vorsten.
Augustinus : de Stad van God – 420 AD
