
GEBEDEN VOOR VANDAAG :
St.AUGUSTINUS

AUGUSTINUS (354-430). De autobiografische Belijdenissen van de bisschop van Hippo zijn een klassiek gebed van persoonlijke boete en vreugde. Het is een vormende kracht in het christendom gedurende ruim duizend jaar.
ONZE HARTEN ZIJN RUSTLOOS
Eeuwige God, in Wie wij leven, bewegen en zijn. U hebt ons voor Uzelf geschapen, en ons hart is rusteloos totdat het rust vindt in U.
UITMUNTENDHEID
Lieve God, ik zoek U te kennen, U lief te hebben, mij in U te verheugen. Als ik dit niet perfect kan doen, mag ik dan tenminste elke dag naar hogere graden vorderen totdat ik dichter bij de perfectie kom. God van de waarheid, moge mijn kennis van U toenemen; moge mijn liefde voor U elke dag meer en meer groeien; moge mijn vreugde in U vol worden.
VUUR EN LICHT
O Vuur dat altijd brandt en nooit uitgaat, steek mij aan!
O Licht dat altijd schijnt, verlicht mij!
VOOR KRACHT
O God, de onsterfelijke hoop van allen, wij verheugen ons dat U ons steunt, zowel als klein als zelfs tot aan de grijze haren. Wanneer onze kracht van U is, is het inderdaad kracht; maar wanneer alleen onze eigen kracht, is het zwakte. Bij U zijn verkwikking en ware kracht.
EEN PERS0ONLIJK GEBED
O God, het Licht van het hart dat U ziet,
Het Leven van de ziel die U liefheeft,
De Kracht van de geest die U zoekt:
Moge ik altijd standvastig blijven in Uw liefde.
Wees de vreugde van mijn hart;
Neem mij geheel tot Uzelf, en verblijf daarin.
Het huis van mijn ziel is, ik beken, te nauw voor U.
Vergroot het, zodat U kunt binnengaan.
Het is ruïneus, maar herstel het.
Het heeft in zich wat Uw ogen moet beledigen;
ik belijd en weet het,
Maar wiens hulp zal ik zoeken om het te reinigen, behalve de Uwe alleen?
Tot U, o God, roep ik dringend.
Reinig mij van geheime fouten.
Bewaar mij voor valse trots en sensualiteit
, opdat zij niet over mij heersen.
AANROEPING
O Liefde van God, daal neer in mijn hart;
Verlicht de donkere hoeken van deze verwaarloosde woning,
En verspreid daar Uw vrolijke stralen.
Woon in de ziel die verlangt Uw tempel te zijn;
Water die onvruchtbare grond overwoekerd met onkruid en doornen
En verloren door gebrek aan cultivatie.
Maak het vruchtbaar met Uw dauw.
Kom, lieve Verfrissing van hen die kwijnen;
Kom, Ster en Gids van hen die varen te midden van stormen.
U bent de Haven van de geslingerden en schipbreukelingen.
Kom nu, Glorie en Kroon van de levenden,
Evenals de Veiligheid van de stervenden.
Kom, Heilige Geest;
Kom, en maak mij geschikt om U te ontvangen.
JIJ BENT ONS LEVEN
O God, die zo voor ieder van ons zorgt alsof U voor ieder alleen zorgt; en zo voor allen, alsof allen slechts één zijn. U bent het Leven van ons leven. U bent constant door alle verandering heen. Gezegend zijn allen die U liefhebben.
WIJ ZIJN OP ZOEK NAAR JOU
O mijn God, Licht der blinden en Kracht der zwakken; ja, ook Licht der zienden en Kracht der sterken: wij keren ons om en zoeken U, want wij weten dat U hier in ons hart bent wanneer wij met U converseren; wanneer wij ons op U werpen; wanneer wij wenen, en U zachtjes onze tranen afveegt, en ook wanneer wij wenen van vreugde omdat U die ons gemaakt hebt, ons opnieuw maakt en troost. Geef dat wij U geheel mogen liefhebben, zelfs tot het einde.
GESCHENKEN
Dank aan U, O Schepper en Bestuurder van het universum, voor mijn welzijn door de jaren heen sinds ik bij de geboorte aankwam. Dank aan U, mijn vreugde, mijn vertrouwen, mijn God, voor de gaven waarmee U mij hebt bewaard en mij in staat hebt gesteld te groeien.
TE LAAT
Te laat kwam ik om U lief te hebben, O Schoonheid, zowel oud als altijd nieuw; te laat kwam ik om U lief te hebben. Zie! U was in mij, en ik was buiten mijzelf op zoek naar U. U was inderdaad bij mij, maar ik was niet bij U. U riep mij; ja, U brak zelfs mijn doofheid open. Uw stralen schenen naar mij en verdreven mijn blindheid. U blies op mij, en ik haalde adem en hijgde naar U. Ik proefde U, en nu honger en dorst ik naar U. U raakte mij aan, en ik brand altijd weer om van Uw vrede te genieten.
Gebed tot de heilige Geest
Adem in mij, o Heilige Geest
Dat mijn gedachten allemaal heilig zijn
Handel in mij, o Heilige Geest
Dat ook mijn werk heilig is…
Teken in mijn hart O Heilige Geest
Dat ik alleen hou van wat heilig is
Versterk me, o Heilige Geest
om alles wat heilig is te verdedigen
Waak over mij, o Heilige Geest
Dat ik altijd heilig mag zijn
Kom heilige Geest
Fluister het mij in, heilige Geest: ik zal het goede denken. Spoor me aan, heilige Geest: ik zal het goede doen. Verlok me, heilige Geest: ik zal het goede zoeken. Geef me kracht, heilige Geest: ik zal het goede vasthouden. Bescherm me, heilige Geest: ik zal het goede nooit verliezen.
Lofprijzing van God
Groot zijt Gij, Heer, en ten zeerste lovenswaardig! Groot is uw macht en uw wijsheid heeft geen getal. (Ps. 47,1; 95,4; 144,3) En loven wil u een mens, een deel van uw schepping, ja een mens, die zijn sterfelijkheid met zich omdraagt, die met zich omdraagt het bewijs van zijn zonde en het bewijs, dat gij de hovaardigen weerstaat. (1 Petr. 5,5; Jak. 4,6) En toch wil hij u loven, die mens, een deel van uw schepping. Gij zet hem aan om er vrede in te vinden u te loven, want gij hebt ons gemaakt naar u, en rusteloos blijft ons hart totdat het zijn rust vindt in u. (…)
Belijdenissen I,1,1
Rust vinden
Wie zal mij geven dat ik in u mijn rust mag vinden? Wie zal mij geven dat gij in mijn hart komt en het dronken maakt, zodat ik mijn kwaad vergeet en mijn ene goed omhels, u? Wat zijt gij voor mij? Erbarm u, dat ik woorden mag vinden. Wat ben ikzelf voor u, dat gij beveelt door mij bemind te worden en, als ik dat niet doe, vertoornd op mij wordt en mij dreigt met nameloos ongeluk? Is mijn ongeluk dan gering, wanneer ik u alleen maar niet bemin? Laat mij er niet aan denken! Bij uw barmhartigheden, Heer mijn God, zeg mij, wat gij voor mij zijt. Zeg tot mijn ziel: Ik ben uw heil. (Ps. 34,3) Zeg het zo, dat ik het hoor. Zie, de oren van mijn ziel zijn naar u toegewend, Heer; open ze en zeg tot mijn ziel: Ik ben uw heil. Ik zal die stemklank nalopen en ik zal u grijpen. Verberg mij niet uw aangezicht! Zal ik ervan sterven? Ik wil sterven, als ik het maar mag zien!
Belijdenissen I,5,5
OM TE LEZEN EN BEGRIJPEN
Verhoor, Heer, mijn gebed (Ps. 60,2): laat mijn ziel niet moe worden onder uw leertucht en laat mij niet moe worden in het belijden van uw barmhartigheden, waardoor gij mij onttrokken hebt aan al mijn zondige wegen: zo zult gij zoet voor mij worden, boven al de verleidingen die ik naliep, en zo zal ik u met alle kracht beminnen en met hart en ziel uw hand omvatten; en gij zult mij aan alle bekoring ontrukken, tot aan het einde toe. Gij immers, Heer, zijt mijn koning en mijn God (Ps.17,30; 5,3; 43,5); aan u moet alles dienstbaar zijn wat ik als jongen aan nuttigs heb geleerd; u moet mijn spreken dienstbaar zijn, mijn schrijven, mijn lezen en mijn rekenen, want terwijl ik ijdele dingen leerde, waart gij bezig mij te onderwijzen en gij hebt mij de zonden vergeven, die ik door mijn behagen in die ijdelheden bedreef. Ik heb daarbij namelijk veel woorden geleerd die nuttig kunnen zijn: deze kunnen overigens ook geleerd worden door dingen die niet ijdel zijn, en dat is voor de jeugd de veilige weg, die zij zou moeten bewandelen.
Belijdenissen
VLAMMENDE WOORDEN
Gij had ons hart met uw liefde doorschoten en wij droegen uw woorden met ons mee, als pijlen door ons binnenste geboord; en de voorbeelden van uw dienaren – van zwart fonkellicht en van dood levend gemaakt door u – waren samen getast in de boezem van ons overdenken en zij verbrandden en verteerden, om ons niet meer naar omlaag te laten glijden, onze drukkende loomheid en zetten ons in lichter laaie, zodat iedere ademtocht van tegenspraak, die van de arglistige tong zou komen, ons feller zou doen vlammen en ons niet uit zou kunnen doven. (…)
Belijdenissen
GOD LEREN KENNEN
Moge ik u kennen, u die mij kent, moge ik u kennen zoals ik ook gekend ben. (1 Kor. 13,12) Kracht van mijn ziel, treed haar binnen en zet haar naar uw hand, om haar te hebben en te bezitten zonder vlek of rimpel. (Ef. 5,27) Dat is wat ik hoop, daarom spreek ik, en van die hoop komt mijn vreugde, zo vaak ik terecht verheugd ben; wat echter dit leven verder nog biedt, verdient te minder tranen, naarmate er meer, te meer tranen, naarmate er minder om geschreid wordt. Inderdaad, gij hebt de waarheid liefgehad (Ps. 51,8), want wie de waarheid doet (Ps. 51,8), hij komt tot het licht.(Joh. 3,21) Ik wens haar te doen, de waarheid, met mijn hart ten overstaan van u door mijn belijdenis, met mijn pen ten overstaan van de velen die er getuigen van zullen zijn.
Belijdenissen
HOE VAN GOD TE HOUDEN
jMaar wat heb ik lief, wanneer ik u liefheb? Geen schoonheid van een lichaam, geen luister van de tijd, geen lichtglans die mijn aardse logen lief is, geen heerlijke melodieën van gevarieerd gezang, geen aangename geur van bloemen, reukwerken en specerijen, geen manna en geen honing, geen ledematen die welgevallig zijn aan de omhelzingen van het vlees: deze dingen zijn het niet die ik liefheb, wanneer ik mijn God liefheb. En niettemin heb ik zo iets als een licht lief, zo iets als een -70- stemgeluid, zo iets als een geur, zo iets als een spijs en zoiets als een omhelzing, wanneer ik mijn God liefheb, die licht is en stemgeluid en geur en spijs en omhelzing van mijn innerlijke mens, daar waar voor mijn ziel die lichtglans fonkelt, die door geen plaats bevat wordt, daar waar die klank weerklinkt, die door geen tijd wordt weggerukt, daar waar die geur hangt, die door geen wind verstrooid wordt, daar waar die smaak bestaat, die door geen gretig eten wordt verminderd, daar waar die omhelzing wordt gegeven, die door geen verzadiging losraakt. Dat is het wat ik liefheb, wanneer ik mijn God liefheb.
DANKBAARHEID
Ik dank u, o Heer, mijn vreugde en mijn glorie, mijn hoop en mijn God. Ik dank u voor uw geschenken aan mij. Houd ze voor mij ongedeerd; zij zullen mij vormen en ik zal bij U zijn, want uw wezen is uw leven.
Belijdenissen I, 20
OP ZOEK NAAR GELUK
jO God, mijn Vader, ik zoek U en doe geen uitspraken over u. Help mij en leid mij. Maar hoe zoek ik U, o Heer? Want als ik U zoek, mijn God, zoek ik geluk. Laat mij U daarom zoeken, zodat mijn ziel mag leven; Zoals mijn lichaam leeft door mijn ziel, zo leeft mijn ziel door U.
Belijdenissen XI, 17
Bron : augustijnen.be/augustinus/gebeden
