
De paradoxale gerechtigheid van God (St. Isaak de Syriër, Homilie 60)
(Voor de engelse vertaling : klik op de LINK onderaan de tekst)
“De waakzaamheid van het onderscheidingsvermogen is superieur aan elke discipline van mensen die op welke manier dan ook in welke mate dan ook wordt volbracht. Haat de zondaar niet. Want wij zijn allen beladen met schuld. Als u omwille van God wordt bewogen om hem tegen te staan, ween dan over hem. Waarom haat u hem? Haat zijn zonden en bid voor hem, zodat u Christus kunt navolgen Die niet toornig was op zondaars, maar voor hen tussenbeide kwam. Ziet u niet hoe Hij weende over Jeruzalem? Wij worden in veel gevallen door de duivel bespot, dus waarom zouden wij de man haten die bespot wordt door hem die ook ons bespot? Waarom, o mens, haat u de zondaar? Zou het kunnen zijn omdat hij niet zo rechtvaardig is als u? Maar waar is uw rechtvaardigheid als u geen liefde hebt? Waarom stort u geen tranen over hem? Maar u vervolgt hem. In onwetendheid worden sommigen bewogen door woede, en veronderstellen dat ze onderscheiders zijn van de werken van zondaars.
“Wees een verkondiger van Gods goedheid, want God heerst over u, hoe onwaardig u ook bent; want hoewel uw schuld aan Hem zo groot is, wordt Hij toch niet gezien als betaling van u, en uit de kleine werken die u doet, schenkt Hij u grote beloningen.
Noem God niet rechtvaardig, want Zijn gerechtigheid is niet openbaar in de dingen die u aangaan. En als David Hem rechtvaardig en oprecht noemt (vgl. Ps. 24:8, 144:17), openbaarde Zijn Zoon ons dat Hij goed en vriendelijk is. ‘Hij is goed,’ zegt Hij, ‘voor de bozen en de goddelozen’ (vgl. Lucas 6:35). Hoe kunt u God rechtvaardig noemen als u de Schriftpassage tegenkomt over het loon dat aan de arbeiders wordt gegeven? ‘Vriend, Ik doe u geen onrecht; Ik zal deze laatste geven zoals aan u. Is uw oog boos omdat Ik goed ben?’ (Matt. 20:12-15). Hoe kan iemand God rechtvaardig noemen als hij de passage tegenkomt over de verloren zoon die zijn rijkdom verkwistte met een losbandig leven, hoe alleen al vanwege de wroeging die hij toonde, de vader naar hem toe rende en hem om de hals viel en hem macht gaf over al zijn rijkdom? (Lukas 15:11 e.v.). Niemand anders dan Zijn eigen Zoon zei deze dingen over Hem, opdat wij er niet aan twijfelen; en zo getuigde Hij over Hem. Waar is dan Gods gerechtigheid, want terwijl wij zondaars zijn, stierf Christus voor ons! (vgl. Rom. 5:8). Maar als Hij hier barmhartig is, mogen wij geloven dat Hij niet zal veranderen.
“Het zij verre van dat wij ooit zo’n ongerechtigheid zouden denken dat God onbarmhartig zou kunnen worden! Want de eigenschap van de Goddelijkheid verandert niet zoals stervelingen. God verwerft niet iets wat Hij niet heeft, noch verliest Hij wat Hij heeft, noch vult Hij aan wat Hij wel heeft, zoals geschapen wezens. Maar wat God van het begin af heeft, zal Hij hebben en heeft Hij tot het einde, zoals de gezegende Cyrillus schreef in zijn commentaar op Genesis. Vrees God, zegt hij, uit liefde voor Hem, en niet voor de strenge naam die Hem is gegeven. Heb Hem lief zoals je Hem moet liefhebben; niet voor wat Hij je in de toekomst zal geven, maar voor wat wij hebben ontvangen, en voor deze wereld alleen die Hij voor ons heeft geschapen. Wie is de mens die Hem kan terugbetalen? Waar is Zijn terugbetaling te vinden in onze werken? Wie heeft Hem in het begin overgehaald om ons tot bestaan te brengen? Wie bemiddelt voor ons bij Hem, wanneer wij geen geheugen zullen bezitten, alsof wij nooit hebben bestaan? Wie zal dit ons lichaam wekken voor dat leven? Opnieuw, waar daalt het begrip van kennis neer in stof? O de wonderbaarlijke genade van God! O de verbazing over de milddadigheid van onze God en Schepper! O macht waarvoor alles mogelijk is! O de onmetelijke goedheid die onze natuur, zondaars hoewel we zijn, weer tot Zijn wedergeboorte en rust brengt! Wie is voldoende om Hem te verheerlijken? Hij wekt de overtreder en godslasteraar op, hij vernieuwt stof dat niet begiftigd is met rede, maakt het rationeel en begrijpelijk en het verspreide en ongevoelige stof en de verspreide zintuigen maakt Hij een rationele natuur die het waard is om over na te denken. De zondaar is niet in staat de genade van Zijn opstanding te begrijpen. Waar is Gehenna , dat ons kan kwellen? Waar is het verderf, dat ons op vele manieren bang maakt en de vreugde van Zijn liefde dooft? En wat is gehenna vergeleken met de genade van Zijn opstanding, wanneer Hij ons uit het dodenrijk zal opwekken en onze vergankelijke natuur zal bekleden met onvergankelijkheid, en hem die in het dodenrijk is gevallen, in heerlijkheid zal opwekken?
“Kom, mannen van onderscheidingsvermogen, en wees vervuld van verwondering! Wiens geest is voldoende wijs en wonderbaarlijk om zich waardig te verwonderen over de milddadigheid van onze Schepper? Zijn vergelding van zondaars is, dat in plaats van een rechtvaardige vergelding, Hij hen beloont met opstanding, en in plaats van die lichamen waarmee zij Zijn wet vertrapten, bekleedt Hij hen met volmaakte heerlijkheid en onvergankelijkheid. Die genade waardoor wij worden opgewekt nadat wij gezondigd hebben, is groter dan de genade die ons tot bestaan bracht toen wij er niet waren. Glorie zij Uw onmetelijke genade, o Heer! Zie, Heer, de golven van Uw genade sluiten mijn mond met stilte, en er is geen gedachte meer in mij over voor het aangezicht van Uw dankzegging. Welke monden kunnen Uw lof belijden, o goede Koning, Gij Die ons leven liefhebt? Glorie zij U voor de twee werelden die Gij hebt geschapen voor onze groei en vreugde, en die ons door alle dingen die Gij hebt gevormd, hebt geleid tot de kennis van Uw glorie, van nu tot in de eeuwen. Amen.
– Sint-Isaak de Syriër, Homilie 60.
Bron : https://katachriston.wordpress.com/2011/12/14/st-isaac-the-syrian-homily-60/
