
“Maar door de gebeden van de heilige Kerk, en
door het verlossende offer, en door de aalmoezen
die voor hun geest worden gegeven, bestaat er geen
twijfel over dat de doden worden geholpen, zodat de
Heer barmhartiger met hen zou kunnen omgaan
dan hun zonden zouden doen. De hele
Kerk neemt deze praktijk in acht die
door de Kerkvaders is overgeleverd: dat zij bidt
voor hen die gestorven zijn in de gemeenschap
van het Lichaam en Bloed van Christus.”
St. Augustinus.
