Augustinus over Nederigheid : deel 4 – nr. 10-11-12

Abba Anthonius de Grote zei: ‘Ik zag de strikken die de vijand over de wereld uitspreidt en ik zei kreunend:
“Wat kan er door zulke strikken heen komen?” Toen hoorde ik een stem tegen mij zeggen: ‘Nederigheid.’
Antonius de Grote

Augustinus : Gedachten over Gods nederigheid  – deel 4 nr.10-11- 12

Uit een preek tussen 26 januari, waarschijnlijk in 413 te Carthago over hetzelfde thema (Mt 11,25-29)

10. DENK EERST AAN DE FUNDERING

“Neem mijn juk op en leer van Mij,” (Mt 11,29)zegt de Heer; niet hoe je de wereld in elkaar kunt zetten, niet hoe je alle zichtbare en onzichtbare dingen kunt scheppen (Kol1;1-6), niet hoe je in die wereld wonderen kunt verrichten en niet hoe je doden tot leven kunt wekken, maar “dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart.” Wilt u hogerop? Begin dan helemaal onderaan. Bet u van plan om een kolossale flat te bouwen ? Denk dan eerst aan de fundering die er onder moet : nederigheid. Want hoe meer verdiepingen u van plan bent op de fundering te zetten, en hoe hoger u het gebouw wilt optrekken, des te dieper moet u graven om de fundering te leggen. Zolang er nog aan het gebous wordt gewerkt, blijft het de hoogte ingaan. Maar daarvoor moet degene die de fundering graaft wel eerst de diepte in. Ook bij een gebouw moetje dus eerst de diepte in voordat je de hoogte in kunt.Pas als ook het laagste punt is bereikt, kun je naar het hoogste punt toe gaan werken.
Uit Sermo 69,2.

Uit een preek, gehouden op 23 september 417 over de negatieve reactie op enkele uitspraken van Jezus’ broodrede (Joh 6,53-60)

11. GELOOF VAN EEN NEDERIGE

Toch is het gek. Twee mensen luisteren naar een preek over de gekruisigde Christus, de een ziet neer op dat hout en de ander klimt erop. Wie erop neerziet heeft dat aan zichzelf te wijten. Wie erop klimt mag zich daar niet op laten voorstaan. Hij hoorde namelijk de ware meester zeggen :”Iemand kan alleen bij Mij komen als het hem door Mijn Vader gegeven is.”(Joh 6,65) Laat hij blij zijn met dat geschenk, laat hij de gever nederig en zonder arrogantie bedanken. Anders verliest hij door trots wat hij won door nederigheid.

Ja, ook zij die de juiste weg al bewandelen kunnen die kwijtraken als ze dat toeschrijven aan zichzelf en aan hun eigen kracht (Ps 2,11-12). Daarom leert de Heilige Schrift ons nederigheid, door de apostel Paulus te laten zeggen : “Bewerk uw redding met eerbied en ontzag.” (Fil 2,12) En uit vrees dat iemand zich iets zou verbeelden door dat woordje “bewerk” voegt hij er direct aan toe : “God immers bewerkt in u zowel het willen als het doen, omdat het Hem behaagt.” (Fil 2,13)

God bewerkt dat in u, daarom moet u eerbied en ontzag tonen : vorm een dal en vang de regen op. Wat laag ligt raakt vol, wat hoog ligt droogt uit. De genade is de regen. Daar is niets vreemds aan, want God weerstaat de hoohmoedigen maar de nederigen geeft Hij genade (Spr 3,34). Vandaar dus “met eerbied en ontzag”, dat wil zeggen : in nederigheid. Paulus zegt : “Wees niet hoogmoedig maar eerbiedig.” (Rom 11,20) Wees eerbiedig, dan word je gevuld. Wees niet hoogmoedig, want dan droog je niet uit.
Uit Sermo 131,3

Uit een preek over de farizeeër en de tollenaar in de tempel (Lc 18,1-17) gehouden in 412 of 413.

12. GELOOF VAN EEN NEDERIG

Het geloof is niet van trotsen maar van nederigen. Daarom vertelde de Heer met het oog op de mensen die overtuigd zijn van hun eigen rechtvaardigheid en neerzien op alle anderen de volgende gelijkenis : “Twee mensen gingen naar de tempel om te bidden. De een was een farizeeër, de ander een tollenaar. De farizeeër zei : ik dank u, God dat ik niet ben zoals de andere mensen.” (Lc 18,9-11) Hij had op zijn minst kunnen zeggen : ” zoals veel mensen.” Wat kan “zoals de andere mensen” anders betekenen dan : allen, behalve hijzelf ? Ik ben rechtvaardig, zegt hij, de anderen zijn zondaars : ” Ik ben niet zoals de andere mensen, onrechtvaardig, hebzuchtig en overspelig…” (Lc 18,12)
Heeft hij God iets gevraagd ? Ga zijn woorden maar na, u zult niets vinden. Hij kwam om te bidden , maar het was niet zijn bedoeling om God iets te vragen. Hij wilde zichzelf juist ophemelen. En alsof het nog niet erg genoeg was dat hij God niets vroeg maar zichzelf ophemelde : het was ook nog eens een belediging voor wie wel iets vroeg. De tollenaar stond op enige afstand (Lc 18,13), maar hij stond we dichter bij God. Zijn geweten hield hem veraf, zijn oprechtheid bracht hem dichterbij. De tollenaar stond op enige afstand : maar de Heer bezag hem van dichtbij. Want de Heer is hoofverheven en ziet om naar a wat nederig is (Ps 138,6). Wie zich hoog waant, zoals die farizeeër, kent Hij van ver. Al wat zich verheft kent hij van ver (Ps138,6), Hij kent er geen vergeving voor.
Hoor wat er nog meer staat over de nederigheid van de tollenaar. Hij stond niet alleen op enige afstand, nee, hij durfde zelfs niet zijn ogen naar de hemel op te slaan (Luc 18,13).
Om gezien te worden zag hij niet op. Hij durfde niet omhoog te kijken : zijn geweten drukte hem neer, zijn hoop tilde hem op. Hoor wat er nog meer staat. ” Hij sloeg zich vol berouw op de borst.” (Lc 18,13) Hij wilde zichzelf straffen en daarom spaarde de Heer hem toen hij zijn zonden beleed. Hij sloeg zich vol berouw op de borst en zei : “Heer, wees mij zondaar genadig.” Dàt is pas vragen ! Bent u verbaasd dat God vergeving kent bij zoveel zelfkennis ?
U hebt gehoord over die zaak tussen de farizeeër en de tollenaar, luister nu naar het vonnis. U hebt de trotse aanklager gehoord, u hebt de nederige beklaagde gehoord, luister nu naar de rechter. “Ik verzeker u.”, – hier spreekt de waarheid, hier spreekt God, hier spreekt de rechter – ” Ik verzeker u dat deze tollenaar meer gerechtvaardigd uit de tempel wegging, dan de farizeeër.”(Lc 18,14).Hoezo Heer ? Dat de tollenaar meer gerechtvaardigd uit de tempel vertrok dan de farizeeër, dat zie ik wel. Maar waarom ? U vraag waarom ? Hierom :” Ieder die zich verheft zal vernederd worden, maar wie zich vernedert zal verheven worden.”
U hebt het vonnis gehoord, laat u niet in met een verkeerde zaak. Anders gezegd : u hebt het vonnis gehoord, laat u niet in met hoogmoed.
Uit Sermo 115,2

Dit is het laatste deel over dit onderwerp.

Je kan alle teksten samen terugvinden bij CATEGORIEËN : bij :

AUGUSTINUS  OVER NEDERIGHEID

 

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Plaats een reactie