
“Bij het zien van het teken dat Jezus verricht had, zeiden de mensen : Dit is ongetwijfeld de profeet die in de wereld komen zou” John 6:14″
De wonderen die onze Heer Jezus Christus verricht, zijn werkelijk goddelijke werken, die de menselijke geest via zichtbare dingen tot een besef van de Godheid leiden.
God is niet het soort wezen dat met de ogen gezien kan worden, en er wordt weinig rekening gehouden met de wonderen waarmee hij het hele universum regeert en de hele schepping bestuurt, omdat ze zo regelmatig terugkeren. Nauwelijks iemand neemt de moeite om Gods wonderbaarlijke, zijn verbazingwekkende artisticiteit in elk klein zaadje te overwegen.
De Heer is een profeet en de Heer is het Woord van God. Zonder het Woord van God kan geen enkele profeet profeteren.
En zo worden bepaalde werken uitgesloten van de normale loop van de natuur, werken die God in zijn genade voor zichzelf heeft gereserveerd, om ze op de juiste tijden uit te voeren. Mensen die goedkoop houden van wat ze elke dag zien, staan versteld bij het zien van buitengewone werken, ook al zijn ze niet wonderbaarlijker dan de andere.
Het hele universum besturen is een groter wonder dan vijfduizend mensen voeden met vijf broden, maar niemand verwondert zich erover. Mensen verwonderen zich over het voeden van de vijfduizend niet omdat dit wonder groter is, maar omdat het buitengewoon is.
Wie voorziet nu nog in het voedsel voor de hele wereld, als het niet de God is die een tarweveld schept uit een paar zaden? Christus deed wat God doet. Zoals God een paar zaden vermenigvuldigt tot een heel veld tarwe, zo vermenigvuldigde Christus de vijf broden in zijn handen. Want er was macht in de handen van Christus.
Die vijf broden leken op zaad. Dat kwam niet doordat ze op de aarde werden geworpen, maar doordat degene die de aarde maakte, ze vermenigvuldigde.
Dit wonder werd aan onze zintuigen gepresenteerd om onze geest te stimuleren; het werd voor onze ogen geplaatst om ons begrip te prikkelen en ons zo te laten verwonderen over de God die wij niet zien, vanwege zijn werken die wij wel zien.
Want als wij dan tot het niveau van het geloof zijn verheven en door het geloof gereinigd zijn, zullen wij ernaar verlangen om de onzichtbare God te aanschouwen, ook al is het niet met onze eigen ogen, die wij herkennen aan het zichtbare.
Dit wonder werd verricht zodat de menigte het kon zien; het werd opgeschreven zodat wij het konden horen.
Geloof doet voor ons wat het zicht voor hen deed. Wij aanschouwen met het verstand wat onze ogen niet kunnen zien; en wij worden boven hen verkozen vanwege ons werd er gezegd: “Gezegend zijn zij die niet hebben gezien en toch geloven.” (Joh 5,14)
Toen de mensen het teken zagen dat Jezus had gedaan, zeiden ze: Dit moet wel een profeet zijn.
Hij was in feite de Heer van de profeten, de vervuller van de profeten, de heiliger van de profeten; en toch was hij nog steeds een profeet, want aan Mozes was gezegd: “Ik zal voor hen een profeet verwekken zoals u.”
De Heer is een profeet, en de Heer is het Woord van God, en zonder het Woord van God kan geen profeet profeteren. Het Woord van God is met de profeten, en het Woord van God is een profeet.
Vroeger werden mensen waardig geacht profeten te hebben die geïnspireerd en vervuld waren door het Woord van God. Ook wij worden waardig geacht om het Woord van God zelf als profeet te hebben.
Homilieën over het Evangelie van Johannes 24, 1.6.7: CCL 36, 244.247-48
