


Augustinus met het kind
De grote kerkleraar Augustinus van Hippo heeft meer dan 30 jaar aan zijn verhandeling De Trinitate [over de Heilige Drie-eenheid] gewerkt, waarin hij probeerde een begrijpelijke verklaring te bedenken voor het mysterie van de Drie-eenheid.
Hij liep op een dag langs de kust en dacht na over het mysterie van de Heilige Drie-eenheid en probeerde het te begrijpen toen hij een kleine jongen heen en weer zag rennen van het water naar een plek aan de kust. De jongen gebruikte een schelp om het water uit de oceaan te halen en in een klein gat in het zand te doen.
De bisschop van Hippo benaderde hem en vroeg: “Mijn jongen, wat doe je?”
“Ik probeer de hele zee in dit gat te krijgen,” antwoordde de jongen met een lieve glimlach.
“Maar dat is onmogelijk, mijn lieve kind, het gat kan niet al dat water bevatten”, zei Augustinus.
jDe jongen hield even op met zijn werk, stond op, keek de Heilige in de ogen en antwoordde: “Het is niet onmogelijker dan wat u probeert te doen: de onmetelijkheid van het mysterie van de Heilige Drie-eenheid begrijpen met uw kleine intelligentie.”
De Heilige was geabsorbeerd door zo’n scherpe reactie van dat kind, en wendde zijn ogen even van hem af. Toen hij naar beneden keek om hem nog iets te vragen, was de jongen verdwenen.

