Augustinus : over nederigheid…deel 1 (nrs 1-2-3)

Augustinus

WOORD

Augustinus :

Gedachten over Gods nederigheid

Het woord nederigheid is niet erg geliefd in de moderne cultuur en gemakkelijk bron van misverstand. Daarom enkele opmerkingen ter inleiding. Nederigheid mag in het christelijk geloofsleven nooit met dwang gepaard gaan en dus niet worden opgelegd. Het gaat daarentegen om een vrijwillige activiteit uit liefde. In de Nederlandse taal ligt dat nog steeds verwoord in de zegswijze dat je je nederig kunt opstellen. Het directe gevolg van vrijwillige nederigheid is onderlinge hoofharting. Daarin ligt dan ook de actuele betekenis van nederigheid verscholen. Christenen laten zich in hun nederigheid mede inspireren door Gods nederigheid, bij uitstek vermoed en beleden in de menswording en kruisdood van Jezus Christus.

Augustinus gebruikt voor onze nederigheid het Latijnse humilitas; dat woord is ontleend aan humus en is zelfs in in onze taal bawaard. Het verwijst dan naar de donkere stoffen in de bodem van de aarde door verrotting van planten en andere organische stoffen, onmisbaar voor de vruchtbaarheid van de aarde. In zekere zin verwijst nederigheid dan ook naar een levenshouding waarin je met beide benen op de grond blijft staan, uit eerbied en respect voor de werkelijkheid om je heen. Wie zo leeft kan aldus Augustinus een vruchtbaar leven leiden.

Onderstaand fragment is afkomstig uit een preek die Augustinus hield in 406. We weten niet waar de preek gehouden is, maar wel dat Augustinus’ uitleg geeft over Joh.14,6 waarin Jezus zich als de weg naar God zijn Vader beschouwt.

1. MEDICIJN VAN NEDERIGHEID :

De mensen waren gezwollen van trots, en juist door die gezwollenheid konden ze niet terugkeren door de nauwe poort. Onze Heer, die de weg geworden is (Joh.14,6), roept : “Ga binnen door de nauwe poort.” (Mt. 7,13). Je probeert naar binnen te gaan, maar die zwelling zit je in de weg. En hoe meer dat het geval is, hoe meer schade je kunt oplopen bij die poging. WantWant de poort is zo nauw dat het pijn doet en door die pijn groeit de zwelling nog harder. En als die nog harder groeit, wanneer kun je dan naar binnen ? Je moet dus krimpen als je naar binnen wilt.

Maar hoe gaat dat , krimpen ? Door het medicijn van de nederigheid. Door het bittere maar heilzame drankje tegen zwellingen. Door het drankje van de nederigheid. Waarom moet je kleiner worden ? Je omvang belemmert je de doorgang. Je bent niet groot maar opgeblazen. Groot wil zeggen vast en stevig. Opgeblazen betekent : vol lucht. Denk niet dat je groot bent als je bent opgeblazen. Je moet dus juist krimpen om groot te worden, en sterk en stevig. Zet je zinnen niet op al die aardse onzin, loop niet te pronken met wat voorbijgaat en verdwijnt. Luister naar de Heer die zegt : “Ik ben de weg”. Alsof de een of andere blaaskaak Hem vraagt : “Kan ik hierlangs ?” antwoordt Hij : ” Ik ben de weg. Ga binnen via Mij. Alleen als je Mij bewandelt kun je door de deur. Want ik heb niet allen gezegd : “Ik ben de weg”, maar ook : “Ik ben de eur.” (Joh.10,7)
Uit Sermo 142,5

2. GOD IS AL NEDERIG !

Luister naar Paulus : “Hij heeft zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard; voor ons allen heeft Hij Hem overgeleverd. En in Hem heeft Hij ons toch ook al het andere geschonken ? (Rom 8,32). U wilde toch alles ? nou alstublieft ! Maar houd alles op afstand waar u van houdt en wat u afhoudt van Christus. Houd liever vast aan Hem in wie u alles kunt bezitten.

De dokter, die geen enkele behoefte heeft aan dat medicijn neemt het zelf ook in, al is dat nergens voor nodig. Dat doet Hij om de zieke moed te geven. Het is alsof Hij de tegenstribbelende patiënt toespreekt en hem van zijn angst wil bevrijden. Daarom drinkt Hij als eerste. Hij heeft het over “de beker die ik zal drinken (Mt 20,22). Ook al heb ik niets wat door dat drankje genezen hoeft te worden, ik zal het toch innemen Dan zult u niet weigeren om het in te nemen: u hebt het nodig.”

Wat denkt u, broeders en zusters, moet de mensheid nog langer ziek blijven, met dat geweldige medicijn ? God is al nederig, de mens nog steeds hoogmoedig. Die moet luisteren en leren. Jezus zegt : ” Alles is Mij door de vader in handen gegeven (Mt 11,27). Wilt u alles? Bij Mij zult u het hebben. Wilt u de Vader ? door Mij kan dat, in Mij kan dat.”
Uit Sermo 142,6

3. LANGS DE SMALLE WEG EN DOOR DE SMALLE POORT

Hij werd nederig om hoog verheven te worden. Dat deed Hij om onze zwelling te doen slinken. Gezwollen van trots wilden die twee leerlingen uit het evangelie het koninkrijk binnengaan (Mt20,20-21). Ze lieten het hun moeder vragen, omdat ze zelf niet durfden. Juist die aarzeling had hen moeten waarschuwen voor dat verzoek. Ze durfden het niet zelf te vragen : ze lieten hun oude moeder praten met de Heer, zij had haar sporen al verdiend. Ze verlangden binnen te gaan in het rijk waar je alleen maar in kunt langs de smalle weg (Mt 7,13 en lc 13,24).Maar zij waren nog gezwollen van eerzucht, en hoe meer ze zich naar binnen probeerden te wringen hoe erger de pijn. De Heer maakt hen klein en geeft hun die bittere beker tegen zwellingen te drinken waar ik het net over had.
U riep : ” Dat kan ik niet ! De Heer roept me door de smalle poort, daar kan ik niet doorheen.” Maar Hij zegt:”Kom allen naar Mij toe die afgemat en belast zijn”, Die last van u, dat is uw gezwollenheid. Hij zegt :”Kom allen naar Mij toe die afgemat en belast zijn, en ik zal u rust geven. Neem mijn juk op en kom bij Mij in de leer.” (Mt 11,28-29).

Uit Sermo 142,10)

Vervolgt…..

Bron : Uit Tussen kribbe en kruis – Gedachten over Gods nederigheid – Augustijnse beweging.nl

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Plaats een reactie