De steppe zal bloeien.
De steppe zal lachen en juichen.
De rotsen die staan
Vanaf de dagen der schepping
Staan vol water, maar dicht.
De rotsen gaan open.
Het water zal stromen,
Het water zal tintelen, stralen,
Dorstigen komen en drinken.
De steppe zal drinken.
De steppe zal bloeien.
De steppe zal lachen en juichen.
De ballingen keren.
Zij keren met blinkende schoven.
Die gingen in rouw
Tot aan de einden der aarde,
één voor één, en voorgoed.
Die keren in stoeten.
Als beken vol water,
Als beken vol toesnellend water,
Schietend omlaag van de bergen.
Als lachen en juichen.
Die zaaiden in tranen,
Die keren met lachen en juichen.
De dode zal leven.
De dode zal horen: nu leven.
Ten einde gegaan en onder stenen bedolven:
Dode, dode, sta op,
Het licht van de morgen.
Een hand zal ons wenken,
Een stem zal ons roepen:
Ik open hemel en aarde en afgrond
En wij zullen horen.
En wij zullen opstaan
En lachen en juichen en leven.
Tekst: Huub Oosterhuis, bij Jesaja 35
Melodie: Antoine Oomen
Onze Vader verborgen
Onze Vader verborgen….
Onze vader verborgen
uw naam worde zichtbaar in ons
uw koninkrijk kome op aarde
uw wil geschiede,
een wereld met bomen tot in de hemel,
waar water schoonheid, en brood
gerechtigheid is, en genade –
waar vrede niet hoeft bevochten
waar troost en vergeving is
en mensen spreken als mensen
waar kinderen helder en jong zijn,
dieren niet worden gepijnigd
nooit één mens meer gemarteld,
niet één mens meer geknecht.
Doof de hel in ons hoofd
leg uw woord op ons hart
breek het ijzer met handen
breek de macht van het kwaad.
Van U is de toekomst
kome wat komt.
Tekst: Huub Oosterhuis, muziek: T. Löwenthal
VEEL TE LAAT…..
Hieronder één van de mooiste teksten van Sint-Augustinus (in een vertaling van Huub Oosterhuis).
Schoonheid
Veel te laat heb ik jou lief gekregen
schoonheid wat ben je oud wat ben je nieuw
veel te laat heb ik jou lief gekregen.
Binnen in mij was je, ik was buiten
en ik zocht jou als een ziende blinde
buiten mij, en uitgestort als water
liep ik van jou weg en liep verloren
tussen zoveel schoonheid die niet jij was.
Toen heb jij geroepen en geschreeuwd,
door mijn doofheid ben jij heengebroken.
Oogverblindend ben jij opgedaagd
om mijn blindheid op de vlucht te jagen.
Geuren deed jij en ik haalde adem,
nog snak ik naar adem en naar jou.
Proeven deed ik jou en sindsdien dorst ik,
honger ik naar jou. Mij, lichtgeraakte,
heb jij doen ontbranden. En nu brand ik
lichterlaaie naar jou toe, om vrede.
Deze tekst gezongen door Koorgroep ’t Zand o.l.v. Rob Holleman aan de vleugel Martin Lorijn
tekst Huub Oosterhuis
melodie: Antoine Oomen
Een lied van Huub Oosterhuis, gezongen door Jonathan Vroege.
Houd elkander vast,
blus de geest niet uit,
maak elkaar niet klein.
Die ons maakte uit niets,
laat niet varen
het werk van Zijn handen.
Van Hem is de toekomst,
kome wat komt,
licht dat niet dooft,
liefde die blijft.
Houd elkander vast,
blus de geest niet uit,
maak elkaar niet klein.
Hoor een stem:
“Ik maak alle dingen nieuw,
ik zal de tranen uit je ogen wissen
en de dood zal niet meer zijn.”
Van Hem is de toekomst,
kome wat komt,
licht dat niet dooft,
liefde die blijft.
Tekst: Huub Oosterhuis
Melodie: Brigit Calame
Heer onze Heer, hoe zijt Gij aanwezig
en hoe onzegbaar ons nabij.
Gij zijt gestadig met ons bezig,
onder uw vleugels rusten wij.
Gij zijt niet ver van wie U aanbidden,
niet hoog en breed van ons vandaan.
Gij zijt zo mens´lijk in ons midden
dat Gij dit lied wel zult verstaan.
Gij zijt onzichtbaar voor onze ogen
en niemand heeft U ooit gezien.
Maar wij vermoeden en geloven
dat Gij ons draagt, dat Gij ons dient.
Gij zijt in alles diep verscholen,
in al wat leeft en zich ontvouwt.
Maar in de mensen wilt Gij wonen
met hart en ziel aan ons getrouwd.
Heer onze Heer, hoe zijt Gij aanwezig
waar ook ter wereld mensen zijn.
Blijf zo genadig met ons bezig,
tot wij in U volkomen zijn.
Tekst: Huub Oosterhuis
Melodie: 16e eeuw – ‘Slaat op den trommele’
AMEN, AMEN, AMEN
