
Johannes Cassianus (rond 360-435)
stichter van een monasterium te Marseille
Over de volmaaktheid, hoofdstuk X ; SC 54
De vrees van de liefde
Gefundeerd in de volmaaktheid van naastenliefde, zullen we stijgen naar een nog voortreffelijker en verhevener graad, die de vrees van liefde is. Dit wordt niet geboren uit angst voor straf of verlangen naar beloning, maar uit de grootsheid van liefde. Het is de mengeling van respect en aandachtige genegenheid die een zoon heeft voor een toegeeflijke vader, een broer voor zijn broer, een vriend voor zijn vriend, een vrouw voor haar man. Het vreest slagen noch verwijten; wat het vreest is de liefde te verwonden met zelfs de geringste verwonding (…)
Er is dus een aanzienlijke afstand tussen vrees, die niets mist, de schat van wijsheid en kennis, en onvolmaakte vrees. Deze laatste is slechts “het begin van de wijsheid” (Ps 110:10) en, die een straf impliceert, wordt uit de harten van de volmaakten verbannen wanneer de volheid van de naastenliefde aankomt: want “in de liefde is geen vrees, maar de volmaakte liefde bant de vrees uit” (1 Joh 4:18). Inderdaad, als het begin van de wijsheid de vrees is, waar zal dan de volmaaktheid ervan zijn, als het niet in de naastenliefde van Christus is, die in zichzelf de vrees van de volmaakte liefde omvat, en die het daarom verdient om niet langer het begin, maar de schat van wijsheid en kennis genoemd te worden (…).
