Johannes van Kronstadt : Op een dag kwam ik niet al te dronken thuis en zag binnen een jonge priester zitten, die mijn zoon in zijn armen hield en heel liefdevol iets tegen hem zei….

PARADISE

Op een dag kwam ik niet al te dronken thuis en zag binnen een jonge priester zitten, die mijn zoon in zijn armen hield en heel liefdevol iets tegen hem zei. Het kind luisterde aandachtig naar hem. Het leek mij dat Batyushka op Christus leek op die foto genaamd ‘The Blessing of the Children’. In eerste instantie wilde ik vloeken: waarom hing hij hier rond?… maar Batyushka’s liefdevolle en plechtige ogen hielden me tegen: ik schaamde me. Ik sloeg mijn ogen neer, terwijl hij naar mij bleef kijken en recht in mijn ziel keek. Hij begon te praten. Ik kan niet eens hopen dat ik alles wat hij zei kan reproduceren. Hij vertelde dat mijn hut een paradijs is, want overal waar kinderen zijn, is alles licht en warm, en dat ik dit paradijs niet moet verruilen voor de rokerige sfeer van een bar.Hij beschuldigde mij niet, – nee, hij bleef mij excuseren, alleen had ik geen zin om verontschuldigd te worden… Hij vertrok, terwijl ik daar gewoon rustig bleef zitten… Ik huilde niet, ook al stond mijn ziel op de rand van tranen. Mijn vrouw bleef naar mij kijken… En sinds die tijd ben ik weer een fatsoenlijke man geworden…’

Johannes van Kronstadt

 

 

 

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Plaats een reactie